|
|
|||
|
|||
|
Dat gaat best samen ! De stad biedt een habitat aan heel veel planten en dieren. Sommige soorten zouden het buiten de stad zelfs moeilijk hebben om zich te handhaven. Voor die soorten is de stad een vluchtplek, een refugium. De stad draagt bij tot de floristische en faunistische verscheidenheid van ons land. Ten minste 730 soorten spontaan groeiende bloemplanten ("wilde planten") komen voor in Brussel, dit is de helft van de Belgische flora ! Braakliggende gronden dragen bijzonder bij tot deze verscheidenheid. In dit soort leefomgeving hebben veel planten een kort leven : ze zijn eenjarig of tweejarig. Gemiddeld komen er 120 plantensoorten per km2 voor in Brussel. Door de dichte bebouwing telt de benedenstad (de 'Vijfhoek') weinig soorten, ongeveer 50 soorten per km2. De omliggende gemeentes hebben een buitengewone plantenrijkdom : soms tot boven 300 soorten per km2 (dit is meer dan op het platteland !). Dit zijn vaak pioniers of soorten van verstoorde en kunstmatige habitats. Sommige soorten zijn erg zeldzaam, zoals het bilzekruid, de aardaker, het groot spiegelklokje, de rankende duivekervel, de goudgele honingklaver, de stalkaars, die slechts op een beperkt aantal plaatsen in Belgi‘ gevonden worden. De stad : kruispunt van origines De stad is ook de uitverkoren plek voor exoten, dit zijn soorten die hier niet inheems zijn. Een vijfde (20%) van de flora van Brussel is niet van Belgische origine. Daaronder worden geïntroduceerde soorten gevonden, enerzijds bewust ingevoerde (als sierplant of als gewas), gevolgd door een 'ontsnapping', zij vormen 63% van de exoten. Ook per ongeluk of onbewust geïntroduceerde soorten, gewoonlijk via het wegvervoer of met de scheepvaart en soms ook via de spoorwegen. Deze zg. adventieven vormen 37% van de 'vreemde' flora van de Brussels agglomeratie. Europese (niet-Belgische) en Aziatische soorten doen het beter dan Amerikaanse en Afrikaanse soorten. |
|||
|
|||
|
Tussen de nieuwkomers zijn er soorten die bijdragen tot de plantendiversiteit van de stad, maar ook andere die een dreiging inhouden. Zij zijn invasief en/of hebben een groot impact. De Amerikaanse soorten behoren vnl. tot de geslachten amarant, aster, tandzaad, knopkruid en guldenroede, plantengeslachten die vaak ook inheemse soorten omvatten. Ze worden gevonden op plaatsen die recent verstoord werden en hun ontwikkeling is over het algemeen beperkt. Alleen de Canadese en de late guldenroede kunnen kort na hun verschijnen spectaculair toenemen. De Aziatische soorten in Brussel zijn vaak invasief ('veroverend'). Dit is het geval voor het klein springzaad, de Kaukasische bereklauw, de Japanse en Sachalinse duizendknoop. Ongeveer 50 gekweekte soorten zijn ooit ontsnapt, de meeste zijn sierplanten. Bv. de bergcentaurie, het lievevrouwebedstro, de reuzenbalsemien, de gele helmbloem, de brede lathyrus, de puntwederik, de troshyacint, de lampionplant, de overblijvende ossetong. Andere werden eerder aangeplant als laanbomen, zoals de Noorse esdoorn, de okkernoot, de tamme kastanje, de Amerikaanse eik, de robinia of valse acacia, of de meelbes. Enkele soorten waren oorspronkelijk echt gewassen, maar handhaven zich verwilderd, zoals de luzerne, spinaziezuring, asperge, koolzaad, koolsoorten en inkarnaatklaver. Een klein gedeelte komt uit medicinale of keukenkruidentuinen. Absintalsem, bieslook, venkel en pepermunt zijn voorbeelden van succesvolle 'vreemde' soorten, die teruggevonden worden in de halfnatuurlijke stadmilieus van Brussel. Sommige exoten vormen een groot probleem, zoals de Kaukasische bereklauw, die bij gewone aanraking zware huidschade kan veroorzaken en zich overal bijzonder invasief gedraagt, of de Japanse duizendknoop, die grote oppervlakken bedekt, waarbij hij andere planten uitschakelt. De meeste soorten blijven echter binnen het stadsweefsel. Inderdaad vormen de typische stadsmilieus, ru•nes en braakliggende bouwgronden een leefomgeving die sterk verschilt van de omliggende gebieden in Brabant. Stenig en warm, beschermt de stad een mediterrane vijgenboom nabij de Munt, woestijnachtig en windig biedt de stad een habitat aan vetplanten zoals muurpeper. Vochtig en beschaduwd vinden vele varens er een tehuis (een 12-tal soorten in Brussel !). Een vegetatie met een eigenaardige samenstelling en groeiplaats heeft zich op die manier ontwikkeld in Brussel. Vaak kortlevend en van voorbijgaand karakter, maar altijd ergens opduikend in de stad. Het is niet meer realistisch om te streven naar het uitroeien van dit soort biotopen en hun vegetatie, hoewel sommige soorten, zoals juist de Kaukasische bereklauw, voortdurend gevolgd, beheerd en eventueel bestreden zouden moeten worden. Het gedrag van soorten m.b.t. inheemse soorten, tot kwetsbare vegetaties en het risico dat zij vormen voor voorbijgangers vragen bijzondere aandacht. Veel stadswildernissen, die rijk aan bloemen zijn, zijn ook een bijzondere leefomgeving voor ongewervelden (kevers, vlinders, spinnen, enz.) en vogels. Die dieren en hun verscheidenheid zijn soms slecht gekend, maar we kunnen gerust aannemen dat een grote plantendiversiteit een grote dierenrijkom met zich meebrengt. Hoewel veel stadswildernissen door voorbijgangers en omwonenden als openbare stortplaats beschouwd worden, verdient dit type verguisde stadsomgeving, dat overal aanwezig is en zal blijven, meer aandacht. Zeker meer onderzoek en soms zelfs bescherming. Of de soorten nu inheems zijn of van vreemde origine, ze zijn talrijk in de stad. In deze omgeving krijgt 'natuur' een andere sociale en culturele dimensie dan buiten de stad. Laten we deze stadsnatuur ook respecteren ! |
|||
| Een organisatie van: | |||