SOPS - Topics voor Meesterproef

Learn more about the Social Brain project...

De onderzoeksgroep sociale psychologie specialiseert zich in de sociale neurowetenschappen om het mysterie van de hersenen die ons sociaal gedrag sturen, te ontsluieren.  

Onderzoek binnen de sociale neurowetenschappen gaat hand in hand met gedragsonderzoek binnen de sociale psychologie. Vaak bieden gedragsexperimenten het overtuigende argument om een fMRI/EEG-bevinding te starten of te bevestigen. Studenten kunnen kiezen

  • om een gedragsexperiment uit te voeren binnen een lopend neurowetenschappelijk onderzoek om zo het sociale brein te koppelen aan het sociale gedrag, of
  • om te helpen bij een lopend neurowetenschappelijk onderzoek, en het is vooral de bedoeling dat je meewerkt aan het ontwerp van het experiment en de afname..(terwijl wij dan de -vaak zware- verwerking voor onze rekening nemen).

Onze belangrijkste onderzoeksvragen op dit moment zijn...

Are patients with cerebellar lesions bad in the recognition of emotions?
PI: Sarah De Coninck
Supervisor: Peter Mariën
The cerebellar cognitive-affective syndrome entails several deficits after lesions to the cerebellum, including deficits in affect.  This syndrome challenges previous views of the cerebellum as being responsible for solely motor functions. However, the affective deficits have mostly been observed in case studies. Few studies have experimentally investigated the affective deficits that follow lesions to the cerebellum. In this study we want to gain more insight into which affective deficits present itself in an experimental environment.

Are patients with cerebellar lesions bad in social cognition?
PI: Sarah De Coninck
Supervisor: Peter Mariën
In traditional views, the cerebellum was seen as solely contributing to motor functions. The observation of the cerebellar cognitive-affective syndrome greatly challenged this view. More recent studies even suggest that patients with cerebellar lesions are impaired in tasks requiring social cognition. In this study, we want to understand these deficits further.

Where is body mentalisation localized in the brain?
PI: Sarah De Coninck
Supervisor: Frank Van Overwalle
A focus on emotions can be adaptive when it is accepting and directed towards concrete experiences (e.g. interoception). More recent views integrate a focus on concrete experiences with a more abstract view on emotions (e.g. body mentalisation). In the current study we want to investigate whether body mentalisation can be equally adaptive as an accepting view on concrete experiences. In addition, we want to compare where interoception and body mentalisation are located in the brain.

Is there a difference between metacognition and mentalisation?
PI: Sarah De Coninck
Supervisor: Frank Van Overwalle
Recent theories suggest that metacognition (knowing about knowing: e.g., knowing that you understand something very well or only weakly so) and social mentalisation (understanding the other person: e.g., their beliefs, intentions and traits) show considerable functional overlap, because both are about “beliefs” about unobservable things. However, in brain studies partly overlapping regions seem to become active during tasks requiring mentalisation skills versus metacognitive skills. In the current study we want to look further into the differences and similarities between metacognition and mentalisation.

(voor de hierna volgende onderwerpen worden geen nieuwe studenten meer aangenomen)

Het unieke social brein?
Waaruit zijn sociale processen opgebouwd? fMRI-methodologie laat ons toe te achterhalen welke hersengebieden zowel actief zijn bij sociale processen als bij fundamentele cognitieve processen. Hierdoor is het mogelijk om sociale processen zoals het maken causale attributies en trek-inferenties te ontleden tot hun basis-componenten.

  • onderzoek over niet-sociale taken / processen die sociale breingebieden activeren
  • Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet... Hoe kunnen innovatieve neurologische indicatoren (fMRI) de lokalisatie van deze processen meten in de hersenen?

(voor de volgende onderwerpen worden geen nieuwe studenten meer aangenomen)

Het evolutionaire sociale brein: Personen en hun eigenschappen
The evolutionary social brain: Persons and their characteristics
( )

Het brein van apen, primaten en de mens is geëvolueerd volgens een eigen logica: die soorten moesten leren samenleven in grote groepen met een complexe samenwerking. Daar waren betere en grotere hersenen voor nodig, die konden opslaan wie je belangrijkste medewerkers en tegenstaanders waren, en wat je van hen wist zodat je er voordelig mee kon samenwerken. Dat zijn zeer abstracte, doel- en toekomstgerichte eigenschappen die we moeten afleiden uit een hele reeks van concrete gedragingen. Waar zitten die in het brein? Wat kunnen we er mee doen? Zijn ze hetzelfde voor bekende en onbekende mensen? Voor sociale eigenschappen en voor hun intellectuele capaciteiten? Wat zijn nog abstracte eigenschappen die we over andere mensen opslaan?

The brain of monkeys, primates and humans has evolved according to its own logic: these species had to learn to live together in large groups with a complex cooperation. To achieve this goal, better and larger brains were needed, that could remember their most reliable collaborators or most dangerous adversaries. Where is this knowledge about agents located in the brain? Is this knowledge encoded in the brain for known as well as unknown agents? Are there also knowledge codes for the traits that agents possess? What are other characteristics that we encode and remember about other agents?

Sociaal perspectief: Hoe zie je anderen? 
Social Perspective taking: How do we see others?
 ( )

Verschillende neurowetenschappelijke studies hebben gesuggereerd dat er op zijn minst gelijkenissen zijn tussen ‘puur’ cognitieve processen, zoals aandachtsoriëntatie, en eerder sociaal-cognitieve processen zoals het afleiden van intenties, overtuigingen, wensen... (‘mental states’) bij anderen (veelal benoemd als ‘mentalizing’), aangezien de taken waarmee men elk van deze processen nagaat een erg gelijkaardig patroon in hersenactivatie uitlokken. Eén gedragsstudie heeft ook aangetoond dat verschillen in aandachtsoriëntatie gerelateerd zijn aan verschillen op autisme-gerelateerde trekken (in een ‘normale’ populatie). Eén van de hypotheses omtrent dit verband stelt dat het begrijpen van doelgericht gedrag bij anderen (~ToM) ontstaan is uit evolutionair primitievere vaardigheden zoals het automatisch richten van aandacht op externe, biologisch relevante prikkels (~aandachtsoriëntatie), en kunnen deze vaardigheden dus a.h.w. beschouwd worden als de bouwstenen voor complexere, sociaal-cognitieve (o.a. empathische en communicatieve) vaardigheden.

Several neuroscientific studies have suggested that there are important similarities between mere cognitive processes such as attention orientation, and socio-cognitive processes such as inferring intentions, beliefs, wishes ... of others (termed ‘mentalizing'). The tasks that reveal each of these processes show a very similar pattern of brain activation. Differences in attention orientation are potentially also related to differences in autism-related traits (in a 'normal' population). One of the hypotheses about this connection, is that the understanding of behavior of others (~ mentalizing) originated from evolutionary more primitive skills such as automatically directing attention to external, biologically relevant stimuli (~attention orientation). Attention orientation can therefore be considered as the building block for more complex, social-cognitive (e.g. empathic and communication) skills.

Antropomorfe causaliteit: Hoe maken we vormen menselijk? 
Anthropomorphic causality: How turning shapes into humans? ( )

Hoe gaan onze hersenen om met actor-eigenschappen die ingaan tegen de Newtoniaanse wetten (zwaartekracht)? Attribueren we nog steeds doelen aan objecten die niet aan deze eigenschappen voldoen? Wordt dit proces beïnvloed door context-gevoelige cues (zoals situationele aanpassing van gedrag, equifinale variaties, etc.)?

How do our brain process actor properties that go against Newtonian laws (gravity)? Do we make attributions of goal-directedness to objects that do not meet these properties? Is this process influenced by context-sensitive cues (such as situational adjustment of behavior, equifinale variations, etc.)?

Attributies voor zichzelf, anderen en de situatie
Attributions to the self, others and the situation ( )

Is er, bij het toekennen van een oorzaak aan een gebeurtenis, een groot verschil in de activatie van hersenen afhankelijk van de categorie (zelf, andere of situatie) waartoe de oorzaak behoort? En dit wanneer we de gebeurtenis als observeerder waarnemen of wanneer we zelf bij de gebeurtenis betrokken zijn? Verloopt dit alles op dezelfde wijze bij patiënten met een psychopathologie zoals depressie, autisme en paranoia?

Is there, in assigning a cause to an event, a large difference in brain activation depending on the category of the cause (self, other or situation)? And is this also the case when we perceive the event as an observer or when we are personally involved in the event? Are all these processes the same in patients with psychopathology such as depression, autism and paranoia?

De rol van het cerebellum in sociale cognitie
The role of the cerebellum in social cognition
(Frank Van Overwalle)

Uit een recente meta-analyse uitgevoerd in ons lab, blijkt dat het cerebellum een rol speelt in sociale cognitie. Vooral wanneer abstracte en complexe oordelen worden gevorm zoals permanente oordelen over personen, of gedachten over het eigen verleden en toekomst. Wat betekent dit concreet voor sociale oordelen? Is het cerebellum echt nodig voor zulke oordelen, of is het slechts een hulpmiddel dat deze oordelen vergemakkelijkt? En hoe grijp het cerebellum in op sociale oordelen, hoe werkt dat?

A recent meta-analysis carried out in our lab, shows that the cerebellum plays a role in social cognition. Especially when abstract and complex judgments are made such as permanent trait inferences about people, or thoughts about our own past and future. What does this mean for social judgments? Is the cerebellum really necessary for such judgments, or is it just a tool that facilitates these judgments? And how does the cerebellum intervene on social judgments?

 

Enkele klinische toepassingen die we soms onderzoeken: 

Depressie:
Hebben deze mensen een onbedwinbare neiging om te blijven zoeken naar tegenvoorbeelden van hun gedrag: "wat als ik maar niet..."? Is dat verantwoordelijk voor het voortdurend piekeren? Welke neurale netwerken zijn hierbij betrokken?

Autisme (of te weinig inzicht in anderen):
Hebben personen met ADS afwijkingen in spiegelneuronen of Theory-of-Mind?

Paranoia (of teveel verborgen motieven zien bij anderen):
Ook hier de vraag welke neurale netwerken hiervoor verantwoordelijk zijn

 


©2006 • Vrije Universiteit Brussel • Pleinlaan 2 • 1050 Elsene • Tel.: 02/629.21.11 • info@vub.ac.be