Onderzoeksstrategie van het centrum
Het Centrum voor Internationaal Recht verricht hoofdzakelijk
onderzoek op vier domeinen: namelijk het zeerecht, het recht
van de Internationale Instellingen, het internationaal regionaal
recht in Afrika en de Oost-Europese rechtsstelsels.
Op het gebied van het zeerecht
Voor een meer uitgebreide PowerPoint
presentatie inzake het onderzoek van het centrum op dit specifieke
domein in het Engels gesteld, klik
hier. Het onderzoek spitst zich in de eerste plaats
toe op mariene pollutie in het algemeen en op de bevoegdheden
van de kuststaat met betrekking tot mariene pollutie door schepen
in het bijzonder. Dit onderzoek, waarvoor financiële steun
werd verkregen van de Onderzoeksraad
van de VUB, past in het ruimere kader van de werkzaamheden
van de International
Law Association. Een comité van deze organisatie,
met name het "Committee on Coastal State Jurisdiction Relating
to Pollution", heeft tussen 1991 en 2000 deze problematiek
aan een grondige analyse onderworpen. De directeur van het centrum,
die als rapporteur van dit comité werd benoemd, heeft
in juli 2001 zijn eindrapport voorgesteld en overhandigd.
Een tweede pijler van het onderzoek op het gebied van het
zeerecht binnen deze vakgroep betreft het internationaal visserijrecht.
We denken hierbij onder meer aan het project van de FAO (Food
and Agriculture Organization) over het opstellen
van de wetgeving inzake visserij voor Litouwen (1995) en Algerije
(1997) waarbij de directeur van het centrum als legal
consultant is opgetreden. Deze laatste was ook scholar
in residence bij de juridische dienst van FAO gedurende
de zomer van 1998. Vervolgens werd dezelfde persoon ook uitgenodigd
door FAO om deel te nemen aan bijeenkomsten van deskundigen
inzake bepaalde themata die voor de organizatie aan de orde
waren, zoals havenstaat jurisdictie inzake visserij (2002)
en de relatie tussen FAO en CITES (2004). Tenslotte werden
ook reeds concrete onderzoeksopdrachten uitgevoerd voor de
juridische dienst van FAO, zoals het advies
inzake de tenuitvoerlegging van visserijwetgeving door staten
en regionale visserijorganisaties (2001). Maar
ook buiten het kader van FAO geniet het visserijrecht bijzondere
aandacht binnen het centrum. In het raam van een onderzoeksproject
met Zuid-Afrika op dit vlak, uitgewerkt door de Universiteit
Gent, werd bijvoorbeeld meegewerkt aan het uitbouwen van een
multimediale cursus visserijrecht (1997). Juridisch advies
inzake visserij werd ook verleend aan de Europese Gemeenschap
(1992) en Greenpeace (1995). In dit specifieke domein zijn
momenteel trouwens twee doctoraten in voorbereiding binnen
het centrum.
Ten derde wordt de positie van Belgie inzake het zeerecht
op de voet gevolgd. De Belgische statenpraktijk vormt het
voorwerp van regelmatige commentaren in gezaghebbende tijdschriften.
Wanneer in internationale publicaties deze Belgische praktijk
dient behandeld te worden, wordt vaak beroep gedaan op de
aanwezige deskundigheid binnen het centrum. Dit geldt trouwens
ook voor de onderscheiden Belgische overheidsorganen en dit
zowel op federaal vlak (e.g. het bijwonen van COMAR
bijeenkomsten van de Europese Gemeenschap) als op het vlak
van de Gemeenschappen (e.g. onderwater cultureel
erfgoed) als Gewesten (loodsgeldenproblematiek).
Ten vierde treedt het centrum als regionaal deskundige op
met betrekking tot de Baltische Zee binnen het kader van een
wereldwijd internationaal project dat beoogt alle bestaande
maritieme afbakeningen in kaart te brengen. Na de publicatie
van de resultaten van dit project in boekvorm, wordt thans
verder onderzoek verricht naar de recente evoluties op dit
vlak. Om de evolutie op de voet te kunnen volgen werd deze
publicatie in 1998 in CD-ROM versie uitgegeven. Deze deskundigheid,
die ook tot uiting komt in vele andere publicaties in dit
domein, heeft dan later geleid tot het schrijven van een reeks
juridische adviezen in deze materie op aanvraag van bepaalde
regeringen. Ten vijfde werd op basis van deze know-how inzake
de Baltische zee een reeks van wetenschappelijk project uitgewerkt
("Boundary and Cross-boundary Maritime Legal Cooperation
in the Eastern Baltic Sea" (1997); "Strengthening
the Cooperation on the Protection of the Marine Environment
in the Baltic Sea by Means of the Establishment of 'Marine
Parks'" (2001); en "Strengthening the Cooperation
on the Protection of the Marine Environment in the Eastern
Baltic Sea" (2001)) die werden gefinancierd door de Vlaamse
Gemeenschap. In het kader van deze projecten onderhoudt het
centrum nauwe contacten met de ter zake bevoegde autoriteiten
in de Baltische regio.Besluitend kan derhalve gesteld worden
dat zowel staten, internationale organisaties, advokatenkantoren
als NGO's regelmatig beroep doen op het centrum om advies
en bijstand in te winnen in de zojuist vermelde domeinen.
Op het gebied van het recht van de Internationale Instellingen
De aandacht van het centrum gaat in de eerste
plaats uit naar het recht van de Verenigde Naties en meer
in het bijzonder naar VN-vredesoperaties. Het onderzoek spitst
zich onder meer toe op de zogenaamde "preventive deployment"
van VN-vredesoperaties en het juridisch kader waarbinnen dergelijke
operaties al dan niet zijn toegestaan. Dit onderzoek kadert
eveneens in de leerstoel "Beleidsmatige dilemma's bij
VN-vredesoperaties" (aan de Katholieke
Universiteit Nijmegen)
waarop een lid van het centrum werd benoemd. In dit verband
dient trouwens vermeld te worden dat het centrum over een
aanzienlijke collectie VN-documenten beschikt die in overleg
met de archiefdienst van de universiteit kunnen worden geraadpleegd.
Daarenboven wordt door het centrum advies, informatie en voorlichting
gegeven over VN-aangelegenheden aan belangstellenden buiten
de universiteit. Daarnaast verleent het centrum zijn medewerking
aan het tijdschrift "VVN-Berichten", dit is het
tijdschrift van de Vlaamse Vereniging voor de Verenigde Naties.
Tenslotte onderhoudt het centrum nauwe contacten met het RUNIC
(Regional
United Nations Information Centre) en andere VN-bureaus
te Brussel.
Wat het onderzoek op het gebied van het recht van de Internationale
Instellingen betreft dient eveneens melding te worden gemaakt
van de studie die werd afgerond over het recht op zelfbeschikking
en de rol die internationale organisaties daarbij kunnen spelen.
Hiervoor werd de steun verkregen van de Onderzoeksraad
van de VUB.
Op het gebied van het internationaal regionaal recht in
Afrika
Twee grootschalige onderzoeksprojecten, zogenaamde "geconcerteerde
onderzoeksacties", dienen hier vermeld te worden met
ieder een looptijd van 5 jaar. Deze projecten worden gesponsord
door de Vlaamse
Overheid via het R&D
Departement van de VUB voor
een bedrag van respectievelijk 620 000 en 745 000 Euro.
Een eerste project had als titel "Rethinking the
Nation State in Central Africa" en ging van start
ging op 1 oktober 2000. Vier onderzoekers werden binnen het
kader van dit project aan de VUB benoemd. Het project betrof
voornamelijk interdisciplinair onderzoek naar het fenomeen
van de falende staat in Afrika, en dit vanuit een economisch,
historisch, juridisch en politiek perspectief. Prof. Dr. Erik
Franckx was promotor-woordvoerder van dit project, Prof. Dr. Jan
Gorus was co-promotor. Prof. Dr. Pierre de Maret
(ULB), Prof. Dr. Marc Despontin en Prof. Dr. Guy
Vanthemsche waren deskundigen die ieder de wetenschappelijke
verantwoordelijkheid droegen van een bepaald onderdeel van
het onderzoek. Dit project liep in nauwe samenwerking met
het Brussels
Centre of African Studies. Dit succesrijk project
vond later zijn verlenging in "Networks of Governance
in a Failed State: The Democratic Republic of Congo in a Regional
Perspective", dat onder soortgelijke omstandigheden van
start ging in december 2003.
Ook wordt in dit domein momenteel een doctoraat voorbereid
met de financiële steun van het Fonds
voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen inzake
"Internationale grenzen en grensproblemen in Afrika:
Een juridische en politicologische analyse". Dit
vierjarig project ging van start op 1 januari 2001.
Op het gebied van Oost-Europese rechtsstelsels
Binnen het centrum gaat tenslotte ook hier een speciale aandacht
naar uit. Ter zake werd een aanzienlijke reputatie opgebouwd
(zie ondermeer http://www.vub.ac.be/IERE/oosteu.html).
Verschillende projecten werden in dit verband reeds uitgevoerd.
We verwijzen hierbij onder meer naar het project "Strenghtening
Democracy in Societies in Transition" (1993) en "Strenghtening
the Rule of Law in the Administration of Criminal Justice
in Romania" (1995). Maar ook een meer recent project
over de rechtstreekse doorwerking van het internationaal recht
op het nationaal recht in Rusland kan aan deze lijst worden
toegevoegd (2001).
|