|
Waarom wordt deze studie opgezet?
Hoofdpijn is een veel voorkomende klacht en een belangrijk socio-economisch fenomeen. De meest voorkomende hoofdpijnvormen in de eerstelijnspraktijk zijn migraine, spanningshoofdpijn (TTH) en cervicogene hoofdpijn (CEH).
De doorverwijzing en behandeling van deze patiënten kan nog verbeterd worden. Uit de literatuur en de klinische praktijk blijkt dat deze nog te vaak op basis van trial en error wordt ingesteld
(1)
. Bestaande richtlijnen zijn niet of onvoldoende bekend, of worden niet toegepast
(2)
.
De redenen voor doorverwijzing van hoofdpijnpatiënten zijn veelal gebaseerd op persoonlijke contacten met zorgverstrekkers of op persoonlijke ervaringen en slechts in mindere mate op basis van wetenschappelijke gegevens
(1, 3)
. Dit kan leiden tot niet-gepaste behandelingen, verminderde levenskwaliteit voor de patiënt en een te hoge kost voor de maatschappij.
Door het samengaan van hoofdpijn en nekklachten, worden sommige patiënten doorgestuurd naar een kinesitherapeut/ manueel therapeut om een nekbehandeling te ondergaan. Er zijn aanwijzingen voor een gunstig effect van articulaire mobilisaties van de nek en hoogthoracale regio op hoofdpijnklachten. Niet enkel op cervicogene hoofdpijn
(4, 5)
, maar ook bij migraine en spanningshoofdpijn
(6-9)
. Deze nek-hoofdpijn relatie is echter niet altijd causaal
(10)
, wat er enerzijds toe kan leiden dat patiënten ten onrechte doorgestuurd worden en anderzijds dat mensen niet worden doorverwezen die mogelijks wel baat zouden hebben bij een nekbehandeling.
Om de doorverwijzing van patiënten met hoofdpijnklachten te optimaliseren wordt deze gerandomiseerde klinische studie opgezet.
Terug naar boven |
| |
Doel- en vraagstellingen van deze studie
Algemene doelstellingen:
- Zoeken naar prognostische patiëntenkenmerken, die de uitkomst van een behandeling kunnen voorspellen. Indien we dergelijke kenmerken kunnen identificeren, kan dit leiden tot een diagnostisch triage instrument voor (huis)artsen.
- De toegevoegde waarde van een kine-/ manueel therapeutische behandeling onderzoeken.
Terug naar boven |
| |
Welke patiënten komen in aanmerking?
We zoeken patiënten met hoofdpijn én neklast. De hoofdpijn moet sinds minimaal twee maanden en ten minste tweemaal per maand aanwezig zijn. De proefpersonen worden gerecruteerd bij (huis)artsen en neurologen.
Inclusiecriteria |
Exclusiecriteria |
-
nederlandstalig zijn
- bereid zijn om deel te nemen aan het onderzoek
- migraine, spanningshoofdpijn en/ of cervicogene hoofdpijn hebben
- een combinatie van hoofdpijn en nekpijn of -stijfheid hebben
- sinds minimaal twee maanden en ten minste tweemaal per maand of eens per veertien dagen hoofdpijn hebben
- minstens 18 jaar oud zijn.
|
-
Niet voldoen aan de inclusiecriteria
- cluster hoofdpijn
- perifere neuropathie (e.g. diabetic neuropathy)
- een voorgeschiedenis met nek-chirurgie, zoals cervicale fusie
- een comorbiditeit met chronische musculoskeletale pijn zoals fibromyalgie
-
radiculaire pijn in het bovenste lidmaat
- rheumatoide arthritis of Down syndroom
- zwanger zijn
- Om ‘nieuwe’ hoofdpijnpatiënten te recruteren:
- Geen kine/ manuele therapie gevolgd hebben voor deze klacht in laatste 12 maanden
- Geen verandering in de medicatie voorgeschreven ter behandeling van de hoofdpijn tijdens de laatste 2 maanden (bv. nieuw voorgeschreven)
- De aanwezigheid van alarmsignalen voor ernstige pathologie zoals intracraniële bloedingen of ruimte innemende processen.
|
Terug naar boven |
| |
Hoe kan ik een patiënt aanmelden?
U dient de contactgegevens van de patiënt aan de onderzoeker te bezorgen. Dit kan
1. Via de link komt u op een online vragenlijst met de in-/ exclusiecriteria terecht.
klik hier
Door het invullen van deze vragenlijst wordt duidelijk of uw patiënt effectief kan deelnemen. Indien hij/ zij kan deelnemen kan u de naam en telefoonnummer invoeren. Wij contacteren de patiënt voor verdere afspraken.
2. via e-mail
3. via telefoon: 0476/62.01.54
Terug naar boven |
| |
Wat wordt er allemaal getest?
Er zijn twee soorten metingen: de eerste meting (basisgegevens) en de opvolgmetingen.
De eerste meting
bestaat uit volgende onderdelen:
Het invullen van een aantal vragenlijsten (door de patiënt):
- Een hoofdpijndiagnose vragenlijst, waarin specifieke hoofdpijnkenmerken nagevraagd worden.
- Een hoofdpijn inventarisatielijst, waarin de intensiteit en frequentie van de hoofdpijn, het medicatiegebruik, het zoeken naar professionele hulp en het absenteïsme nagevraagd worden.
- De impact van hoofdpijn op het dagelijks leven via een internationaal gevalideerde vragenlijst, de HIT-6 (Headache Impact Test) Link naar HIT-6
Het invullen van deze vragenlijsten neemt ongeveer 20 minuten in beslag. Dit kan online gebeuren, van bij de patiënt thuis.
Een aantal lichamelijke tests Deze worden door de onderzoeker bij de patiënt thuis uitgevoerd.
|
Onderzoek van de manuele rotatie van C0-2
|
-
De gevoeligheid voor veranderingen in prikkels zoals druk- en temperatuursveranderingen. Daartoe zullen temperatuurprikkels (warmte en koude) en drukprikkels toegediend worden via een thermische stimulator en een drukalgometer. Deze metingen worden uitgevoerd op de slaap, op het proc. mastoïdeus, op de hand en vooraan op het onderbeen, zowel links als rechts. De patiënt dient aan te geven wanneer de prikkel enerzijds van intensiteit veranderd, en anderzijds onaangenaam wordt.
|
Apparatuur voor meten van thermische prikkels. TSA II Neurosensory Analyser
|
Meetresultaat thermische prikkels
|
Somedic Algometer voor drukalgometrie
|
De opvolgmetingen:
Deze worden gepland na een behandelperiode van 6 weken. Er zijn 4 opvolgmetingen voorzien, respectievelijk 7, 12, 26 en 52 weken na de eerste meting. De lichamelijke tests worden niet herhaald, het gaat enkel om het invullen van vragenlijsten.
Er zal gevraagd worden hoe de klachten geëvolueerd zijn ten opzichte van de eerste meting. Het ervaren herstel door de patiënt is immers de primaire maat om te beslissen of de gevolgde behandeling al dan niet succesvol was. Verder dient men de hoofdpijn inventarisatielijst en de HIT-6 opnieuw in te vullen. Op deze manier kunnen we de evolutie van de klachten in de loop van de tijd en het effect van de gevolgde behandelingen op bv. de intensiteit en frequentie van de hoofdpijn in kaart brengen.
Terug naar boven |
| |
Welke behandelingen worden er vergeleken?
Na randomisatie worden de patiënten at random ondergebracht in één van de twee interventiegroepen.
De interventiegroepen zijn enerzijds de behandeling zoals ingesteld door de (huis)arts (HA) en anderzijds een behandeling bij een kine-/ manueel therapeut (MT).
De duur van een behandelperiode is bij elke interventiegroep 6 weken.
Met oog op de standaardisatie van beide behandelingen stellen we volgende leidraad voorop:
De behandeling door de (huis)arts
|
Kinesitherapeutische/ manueel therapeutische behandeling
|
Deze is conform de NHG standaard hoofdpijn (NHG standaard Hoofdpijn).
Voor gedetailleerde beschrijvingen wordt naar de link verwezen. |
De MT behandeling is in overeenstemming met de studie van Jull et al.
(4)
.
Over een periode van 6 weken, worden minimum 8 en maximum 12 behandelingen voorgesteld. Maximum duur van de behandeling: 30 minuten.
Concreet bestaat de behandeling uit een combinatie van oefentherapie en articulaire technieken.
1.
Oefentherapie
Doel: trainen van de musculaire controle in de cervico-scapulaire regio.
Eerste fase: craniocervicale flexie oefeningen om de diepe nekflexoren te beïnvloeden. Eerst een trage en gecontrolleerde craniocerviale flexie uitvoeren, daarna uithouding trainen. Met een Stabilisor 20 mm Hg, trapsgewijs opbouwen per 2 mm Hg. Vervolgens scapula stabilisers trainen (buiklig, adductie en retractie. Tweemaal daags uit te voeren. Daarna oefenen in zittende positie met neutrale lumbale lordose, retractie van scapulae en axiale extensie. Vervolgens isometrische weerstand van nekmusculatuur tegen rotatiebeweging. Zachte stretchoefeningen voor eventuele spierspanning.
2.
Articulaire technieken
Combinatie van mobilisaties en manipulaties. Keuze van de eerst ingestelde en daaropvolgende technieken gebeurt op basis van de expertise van de therapeut en op basis van zijn opeenvolgende onderzoeken, conform de best clinical practice.
Bronnen:
(4, 6)
Belangrijk punt is dat tijdens een hoofdpijnaanval aanvalsmedicatie steeds toegelaten is. |
Terug naar boven |
| |
|
| |
Door wie wordt deze studie georganiseerd?
Deze studie kadert in het doctoraat van Willem De Hertogh (info onderzoeker). De studie wordt gefinancierd vanuit de Vrije Universiteit Brussel en de Hogeschool Antwerpen.
Het project werd ter goedkeuring voorgelegd aan de Commissie Medische Ethiek van het AZ-VUB en van het UZA.
Het advies van beide commissies was gunstig
Vrije Universiteit Brussel
|
Hogeschool Antwerpen
|
Deze studie is geregistreerd op clinicaltrials.gov:
|
Terug naar boven |
| |
|
| |
Bijkomende informatie
- Contact
- Hoeveel patiënten zijn er nodig, en hoe lang loopt de studie?
Om een voldoende hoge power te hebben voor het onderzoek wordt een aantal van 186 proefpersonen vooropgesteld. Deze zullen at random onderverdeeld worden in twee behandelgroepen van elk 93 proefpersonen. Er zal een pre-stratificatie gebeuren om de verschillende diagnoses gelijkmatig te verdelen over de twee groepen. Dit om te vermijden dat bijvoorbeeld alle migraine patiënten in de HA-groep terecht zouden komen, en alle cervicogene hoofdpijnpatiënten in de MT groep.
We trachten zoveel mogelijk (huis)artsen te bereiken, zodat het aantal patiënten per (huis)arts beperkt kan blijven.
Naarmate de studie vordert zal de power van de behaalde resultaten berekend worden, om na te gaan of het vooropgestelde aantal voldoende is. Er wordt een recruteringsperiode voorzien tot eind juni 2007.
-
Hoe kan ik een patiënt motiveren om deel te nemen aan de studie?
Als (chronische) hoofdpijnlijder kan de patiënt meehelpen om de behandeling van hoofdpijnklachten te optimaliseren. Veel patiënten hebben reeds meerdere behandelingen geprobeerd, al dan niet succesvol. De onderzoeksvraag van dit project (definiëren van prognostische patiëntenkenmerken) is in zekere zin herkenbaar bij velen. Het kunnen vooropstellen van een gerichtere behandeling kan niet alleen hen maar ook andere hoofdpijnlijders helpen.
De metingen kunnen doorgaan bij de patiënt thuis. De patiënt hoeft zich hier dus niet voor te verplaatsen. Het onderzoek is kostenloos.
- Opdat potentiële patiënten u mee zouden herinneren aan de studie kan u de flyer afprinten en in de wachtzaal uithangen. We raden dit sterk aan aangezien dit vlot blijkt te werken in de participerende praktijken.
|
| |
|
| |
Nuttige links / publicaties
- De diagnostische waarde van het manuele onderzoek van de nek werd recentelijk gepubliceerd. hier
|
| |
|
| |
Referenties
-
Schoenen J. Tension-type headache: treatment strategies. In: 7th Headache Congress; 2004; Rotterdam, The Netherlands: European Headache Federation; 2004. p. 55.
- Larner AJ. Guidelines for the management of headache in primary care: are they being used? Journal of Headache Pain 2005;6(5):420-1.
- Dowson AJ, Bradford S, Lipscombe S, Rees T, Sender J, Watson D, et al. Managing chronic headaches in the clinic. Int J Clin Pract 2004;58(12):1142-51.
- Jull G, Trott P, Potter H, Zito G, Niere K, Shirley D, et al. A randomized controlled trial of exercise and manipulative therapy for cervicogenic headache. Spine 2002;27(17):1835-43; discussion 1843.
- Nilsson N, Christensen HW, Hartvigsen J. The effect of spinal manipulation in the treatment of cervicogenic headache. Journal of Manipulative and Physiological Therapeutics 1997;20(5):326-30.
- Biondi DM. Physical treatments for headache: a structured review. Headache 2005;45:738-746.
- Bronfort G, Assendelft WJJ, Evans R, Haas M, Bouter L. Efficacy of spinal manipulation for chronic headache: a systematic review. Journal of Manipulative and Physiological Therapeutics 2001;24(7):457 - 466.
- Astin JA, Ernst E. The effectiveness of spinal manipulation for the treatment of headache disorders: a systematic review of randomized clinical trials. Cephalalgia 2002;22(8):617-23.
- van Ettekoven H, Lucas C. Efficacy of physiotherapy including a craniocervical training programme for tension-type headache; a randomized clinical trial. Cephalalgia 2006;26:983-991.
- Goadsby PJ. A critical view of cervicogenic headache. In: Sjaastad O, Bono G, editors. Cervicogenic Headache: basic concepts. London: Smith-Gordon; 2003. p. 131-136.
- De Hertogh W, Vaes P, Vijverman V, De Cordt A, Duquet W. The clinical examination of neck pain patients. The validity of a group of tests. Manual Therapy 2006, in press.
|