Vrije Universiteit Brussel


Richtlijnen Klinische Stages

Stageverantwoordelijke: Prof.dr. Raymond Cluydts

Stagebegeleiders: Meja Kuijpers en Lize Leunens,

Maandag & Donderdag Tel. 02/629.25.22

E-mail: mailto:mkuijper@vub.ac.be

mailto:lize.leunens@vub.ac.be

Inleiding

In het laatste jaar van de academische opleiding klinische psychologie wordt een stage voorzien van 800u. Tijdens deze klinische stage krijgt de student de gelegenheid om kennis te maken met en ervaring op te doen in de praktijk van de klinisch psycholoog. Hij maakt een leerproces door waarin relevante beroepskwaliteiten ontwikkeld worden op het gebied van kennis, vaardigheden en attitude, alsook het persoonlijk functioneren onder de aandacht komt. Zo kan de stagiair zijn eigen mogelijkheden toetsen en krijgt hij de kans om het vakgebied te verkennen en specifieke interesses uit te bouwen.

De stageverlenende instellingen waar klinisch-psychologische werkzaamheden verricht worden, situeren zich voornamelijk in de sector van de gezondheidszorg. Een summier overzicht:

  • psychiatrische afdelingen in algemeen ziekenhuizen
  • diverse andere afdelingen in algemeen ziekenhuizen (bv. neuropsychologie)
  • psychiatrische centra of psychiatrische ziekenhuizen
  • gespecialiseerde ziekenhuizen (bv. revalidatie)
  • instellingen in de welzijnszorg
  • de centra voor geestelijke gezondheidszorg.

Ook in het gevangeniswezen en de onderwijssector zijn klinisch psychologen actief.

De student kiest één stageplaats uit de “Inventaris Stageplaatsen Klinische Psychologie” of kan zelf een nieuwe stageplaats voorstellen.

Op de stageplaats is minstens één klinisch psycholoog werkzaam die klinisch psychologisch werk verricht. Bij voorkeur komt de student terecht in een setting waar multidisciplinair gewerkt wordt in een team van klinisch psychologen en andere beroepen. Zo kan de stagiair kennis maken met verschillende benaderingen, theoretische achtergronden en met een verscheidenheid aan werkwijzen.

Doelstellingen en stageactiviteiten

De doelstellingen van de stage zijn:

  • inzicht krijgen in de functie van klinisch psycholoog, de stageverlenende instelling en aanverwante sectoren
  • in toenemende mate van zelfstandigheid de taken van de klinisch psycholoog leren uitvoeren
  • basisvaardigheden m.b.t. de beroepsuitoefening ontwikkelen en optimaliseren
  • professionele vaardigheden en attitudes aanleren m.b.t. het functioneren in teamverband en in de organisatie
  • theoretische kennis en inzichten uit de wetenschappelijke opleiding tot klinisch psycholoog toepassen in de praktijk
  • inzicht krijgen in het eigen functioneren met betrekking tot de uitoefening van het beroep van klinisch psycholoog.

De klinische stage moet de student voldoende leermogelijkheden bieden. In grote lijnen bestaan de taken van de stagiair uit volgende activiteiten:

  • aanmeldingsgesprekken
  • intake en anamnese
  • indicatiestelling en probleeminventarisatie
  • testing en psychodiagnostiek
  • interventie: verschillende vormen van (psycho)therapie of psychologische begeleiding
  • doorverwijzing
  • schriftelijke en mondelinge rapportering
  • overleg en team- of stafvergadering
  • preventieactiviteiten
  • vorming en bijscholing
  • literatuurstudie.

De centrale onderdelen van de stage zijn diagnostiek en therapie.

Stagementor

De stagementor is de persoon die de student bij de werkzaamheden betrekt en inzicht verschaft in het beroep van klinisch psycholoog. Hij leert de stagiair onder suvervisie een substantieel deel van de genoemde taken zelfstandig uitvoeren. Deze stagementor is afgestudeerd als klinisch psycholoog, heeft ten minste 3 jaar relevante werkervaring, is voltijds in functie en staat garant voor regelmatige supervisie en voldoende beschikbaarheid.

Stagebegeleiding en stageverantwoordelijke

Aan de VUB worden de stages gecoördineerd en begeleid door Meja Kuijpers en Lize Leunens, aanwezig op maandag en donderdag (bureau 3 C 214a), bereikbaar op het telefoonnummer 02/629.25.22 en via e-mail: mailto:mkuijper@vub.ac.beof mailto:lize.leunens@vub.ac.be

De eindverantwoordelijke voor de klinische stages is Prof. dr. Raymond Cluydts, vakgroep COBI (Cognitieve en Biologische Psychologie).

Uurrooster en aanwezigheden

De totale stageduur bedraagt 875u. Hiervan brengt de student 800u effectief door op de stageplaats. De overige stagetijd wordt besteed aan het kiezen van een stageplaats (oriënteringsgesprek, contactname, selectieprocedure), de maandagseminaries, de rapportering van de tussentijdse evaluaties, de eindevaluatie en het schrijven van het stageverslag.

De stage vangt doorgaans bij het begin van het academiejaar aan. In overleg met de stagementor worden de werkuren en verlofdagen overeengekomen. Meestal werkt de stagiair 4 dagen (van 8u) per week en dit gedurende 25 weken. Op maandag vinden colleges plaats op de VUB en wordt ook deelname verwacht aan het seminarie klinische stages.

Een zo groot mogelijke continuïteit moet nagestreefd worden in de stageperiode die minimaal zes maanden duurt. Bij het opnemen van verlof voor examens kan bv. voor halftijds verlof geopteerd worden.

De controle op aan- en afwezigheden gebeurt door de stagementor. Bij afwezigheid moet de stagementor zo snel mogelijk verwittigd worden. In geval van ziekte langer dan één dag moet een medisch attest overhandigd worden aan de stagementor. Bij ziekte langer dan 3 dagen moeten de uren ingehaald worden.

Indien op de stageplaats data verzameld worden in functie van de eindverhandeling en dit niet kadert in de stageactiviteiten, moet de hieraan gespendeerde tijd ingehaald worden.

De student houdt een overzicht bij van alle gepresteerde uren en activiteiten en rapporteert dit aan de stagementor en in het stageverslag.

Eerste Briefing

Het stagetraject start met de informatiebijeenkomst voor de studenten van de 1ste licentie klinische psychologie op het einde van het academiejaar. Het bijwonen van deze briefing is verplicht. Het praktisch verloop van de stage wordt uitvoerig uitgelegd en verdere instructies worden gegeven.

De student wordt wegwijs gemaakt in het klinisch werkveld aan de hand van een overzicht van de sector van de gezondheidszorg en de inventaris klinische stageplaatsen. Verdere toelichting wordt gegeven bij het kiezen van een stageplaats, de kandidaatstelling, de selectieprocedure. De verschillende stagedocumenten worden doorgenomen (stageovereenkomst, evaluatieformulieren), de werkwijze bij het evalueren wordt uiteengezet, de seminaries worden besproken...

Kortom alles wat met de stage te maken heeft, wordt concreet uitgelegd. De studenten krijgen uitvoerig de gelegenheid om vragen te stellen tijdens deze bijeenkomst.

Inventaris klinische stageplaatsen

De inventaris is een gegevensbestand van instellingen waar afgelopen jaren VUB-studenten stage liepen. Per stageplaats krijgt men een overzicht van volgende rubrieken: •  instelling

•  dienst
•  diensthoofd
•  stagementor(s)
•  adres
•  telefoonnummer
•  setting (bv. residentieel of ambulant, 1ste of 2de lijn)
•  specificatie (problematiek die aan bod komt)
•  populatie (bv. enkel kinderen of volwassenen)
•  theoretisch kader (bv. psychodynamisch, gedragstherapeutisch, integratief)
•  bijlage (bv. een folder, een recent stageplan).

De stageplaatsen zijn gegroepeerd per provincie. Per pagina wordt 1 stageplaats voorgesteld. Het bestand is opgesteld in Word.

Oriënteringsgesprek

Om een optimale keuze te maken voor een stageplaats kan de student eventueel een individueel oriënteringsgesprek aanvragen met de stagebegeleiders. Hierin wordt gepeild naar interesses, ervaringen en verwachtingen van de student en wordt dit in relatie gebracht tot het aanbod van de stageplaatsen.

De stageverslagen zijn een belangrijke bron van informatie bij het keuzeproces en kunnen ingekeken worden in het lokaal van de stagebegeleiding, maar worden niet uitgeleend.

Studenten worden eveneens aangemoedigd om contact op te nemen met de stagiairs van de 3de licentie voor bijkomende informatie over de stage. Deze contactname kan gebeuren via de studentenlijst met e-mail adressen op de Elvas (Electronische Valvas) van de faculteit PO.

Solliciteren naar een stageplaats uit de inventaris

De student verneemt op de eerste briefing de procedure om contact te leggen met stageplaatsen vermeld in de inventaris. Deze procedure kan verschillen naargelang het aantal studenten dat stage moet lopen in dat academiejaar. Eens er contact gelegd is met de stageplaats, wordt de student in sommige gevallen uitgenodigd op gesprek. Het is belangrijk dat in dit sollicitatiegesprek de wederzijdse verwachtingen duidelijk gesteld worden en dat vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar afgestemd worden.

De beslissing om toegelaten te worden tot de stage wordt genomen door de stageverlenende instelling.

Zodra de student van deze beslissing op de hoogte is, meldt hij deze aan de stagebegeleiding van de VUB. Deze keuze staat vast en is onherroepbaar.

Het aanbrengen van een nieuwe stageplaats

De student kan zelf een nieuwe stageplaats voorstellen. Hiertoe maakt de student in samenwerking met de stagementor een stageplan op. Dit voorstel wordt genoteerd op het daartoe voorziene document “stageplan” dat verschillende rubrieken omvat betreffende de stageverlenende instelling en de specifieke stageactiviteiten.

Indien het langer dan 5 jaar geleden is dat een VUB-student stage liep in een instelling uit de inventaris, moet eveneens een formulier “stageplan” ingevuld worden om recente gegevens te verkrijgen.

Het stageplan wordt ten laatste eind maart aan de stagebegeleiding bezorgd waarna het geëvalueerd wordt door de stageverantwoordelijke. Bij goedkeuring wordt de toelating gegeven tot de stage.

Melding stageplaats - Stageaanvragen

Ten laatste eind maart meldt de student aan de stagebegeleiding op welke stageplaats hij aan de slag kan en wie de stagementor ter plaatse zal zijn.

Na de lentevakantie stuurt de stagebegeleider de officiële stageaanvraag naar de stagementor. In antwoord op deze aanvraag wordt de toelating schriftelijk bevestigd door de stageplaats.

Studenten die zich uiterlijk eind maart niet hebben aangemeld bij de stagebegeleiding, worden niet toegelaten tot de stage.

Verzekering

De VUB-studenten zijn tijdens hun stage verzekerd door de VUB-polissen tegen lichamelijke ongevallen en burgerlijke en beroepsaansprakelijkheid.

Het verzekeringsattest (af te halen bij de stagebegeleiding) moet samen met de overige documenten (beschikbaar op pointcarré) bezorgd worden aan de stageverlenende instelling via de studenten bij het begin van de stage.

Stageovereenkomst

Bij aanvang van de stage (niet bij toelating na kandidaatstelling!) ondertekenen de student en de stagementor een overeenkomst waarin volgende afspraken vastgelegd worden: de startdatum van de stage, de voorziene einddatum, het naleven van de deontologische code, de organisatie van de verschillende evaluaties. Dit document dient zo snel mogelijk bezorgd te worden aan de stagebegeleiding.

Beoordeling en evaluatieformulieren

Er wordt verwacht dat de stagementor regelmatig feedback geeft aan de stagiair opdat deze in staat is zijn functioneren zo goed mogelijk te beoordelen en aan te passen aan de vereisten van de stage.

Drie formele momenten van beoordeling op verschillende tijdstippen in het stageproces worden eveneens voorzien aan de hand van specifieke beoordelingsformulieren.

De stagiair vraagt tijdig aan de stagementor een afspraak voor deze evaluatiegesprekken. De eindbeoordeling wordt in samenspraak met de stagebegeleider van de VUB georganiseerd, die enkele weken voor het einde van de stageperiode contact opneemt met de stageplaats.

Alle beoordelingsformulieren moeten terugbezorgd worden aan de stagebegeleider. De formulieren van de eerste follow up en de tussentijdse evaluatie worden door de student terugbezorgd, de formulieren van de eindevaluatie worden door de stagementor terugbezorgd bij het eindevaluatiegesprek.

  1. Eerste follow up: na 4 weken

Deze eerste beoordeling peilt naar het functioneren van de stagiair tijdens de inloopperiode.

In deze periode heeft de stagiair kennis gemaakt met de dienst, de teamleden, het testmateriaal, de werkzaamheden leren kennen en observaties uitgevoerd. Aan het eind van deze inwerkingsfase wordt verwacht dat de stagiair begonnen is met het zelfstandig uitvoeren van stageactiviteiten.

Indien er zich in deze eerste weken moeilijkheden hebben voorgedaan, moet contact opgenomen worden met de stagebegeleiding. Zowel de student als de stagementor kunnen hiertoe het initiatief nemen.

  1. Tussentijdse evaluatie

Na 400u stage of na ongeveer 3 maanden wordt het tussentijds evaluatiegesprek gehouden.

De stagementor bespreekt samen met de stagiair hoe het leerproces in de eerste helft van de stage verlopen is en wat de aandachtspunten en doelstellingen zijn voor de verderzetting van de stage. Op het evaluatieformulier worden de accenten van deze evaluatie weergegeven in enkele scores en in een beknopte kwalitatieve beschrijving.

Deze beoordeling wordt door de student gerapporteerd aan de stagebegeleider op de VUB.

Problemen tijdens de stage moeten expliciet vermeld worden in dit verslag. In het belang van alle betrokkenen is het aangewezen om problemen tijdig te bespreken met de stagebegeleider of stageverantwoordelijke.

  1. Eindevaluatie

Na afloop van de stage komen de stagementor(s), stagiair en stagebegeleider van de VUB samen op de stageplaats om het functioneren van de student doorheen de hele stageperiode te bespreken.

Eerst geeft de stagiair weer hoe de stage verlopen is. Hij doet verslag van het leerproces dat hij doorgemaakt heeft, staat stil bij zijn eigen functioneren en blikt vooruit op de toekomst m.b.t. het beroep van klinsich psycholoog in relatie tot zijn eigen persoonlijkheid en competenties. Bij deze zelfevaluatie houdt hij rekening met de feedback uit de supervisies en vorige evaluaties.

Daarna geeft de stagementor zijn evaluatie over het functioneren van de stagiair weer. Hij gaat na of aan de verwachtingen voldaan werd en of de doelstellingen van de stage bereikt werden. Een kwalitatief oordeel wordt uitgesproken over de stage o.a. door aan te geven wat de sterke kanten zijn van de student alsook de blijvende aandachtspunten. De evaluatieformulieren kunnen in dit beoordelingsgesprek een leidraad vormen. De stagebegeleider neemt deel aan het gesprek en vraagt waar nodig toelichting en verduidelijking.

Seminarie klinische stages

Op maandag gaat het seminarie klinische stage door aan de VUB.

De eerste bijeenkomst is steeds een briefing waarin het verloop van de stage nogmaals geschetst wordt en afspraken gemaakt worden.

De studenten worden in groepen ingedeeld en zijn verplicht om een minimum aantal van de sessies bij te wonen.

Het seminarie wil een forum zijn dat de studenten de gelegenheid biedt om ervaringen te delen en samen te reflecteren over relevante thema's waar men als stagiair klinische psychologie mee geconfronteerd wordt op de stageplaats. De studenten krijgen zo de kans om het ruime werkveld en de praktijkwerkzaamheden van de klinisch psycholoog te leren kennen.

Elke student komt aan bod met een praktijkvraagstuk. Hij moet in 10 min. een beknopte schets geven van de stageplaats en de werking, een probleemstelling naar voor brengen en daaruit één concrete vraag of discussietopic voorleggen aan de groep. Het praktijkvraagstuk moet een educatieve waarde voor de medestudenten hebben en moet discussie mogelijk maken op een theoretisch niveau dat aansluit bij de praktijkervaringen van stagiairs. Na 20 min. discussietijd moet een conclusie bereikt worden en vat de student de belangrijkste punten van de discussie samen.

De themata van het praktijkvraagstuk kunnen te maken hebben met een casus, de werkzaamheden op de stageplaats, aspecten van het eigen functioneren als stagiair, deontologische kwesties...

De participatie in de seminaries en de presentatie van het praktijkvoorbeeld worden eveneens geëvalueerd.

Stageverslag

De stage wordt afgesloten met het stageverslag dat volgende rubrieken (in opgegeven volgorde) dient te bevatten.

  1. Voorstelling stageplaats

De organisatie, werkzaamheden en het theoretisch kader van de stageplaats worden in enkele bladzijden beschreven, alsook de situering binnen de sociale kaart.

  1. Stageactiviteiten

Hier rapporteert de student welke activiteiten hij heeft uitgevoerd, welke beroepsvaardigheden hierbij aan bod kwamen en hoeveel tijd gespendeerd werd aan de verschillende taken. Dit alles wordt overzichtelijk voorgesteld.

  1. Casus

Met één gevalsbeschrijving illustreert de student hoe hij zich het professioneel handelen heeft eigen gemaakt. Hij motiveert hierbij zijn keuze. Alle gegevens over de patiënt of cliënt worden volledig geanonimiseerd weergegeven.

  1. Leerproces en persoonlijk functioneren

In deze laatste rubriek doet de student verslag van het leerproces en evalueert hij zijn eigen functioneren op de stageplaats. Hij beschrijft hoe de stage ervaren werd en koppelt deze ervaringen terug aan de doelstellingen van de stage.

Een stageverslag telt minimaal 30 en maximaal 40 bladzijden.

Eén exemplaar van het stageverslag is bestemd voor de stagementor en één voor de stagebegeleider. Op de VUB moet het stageverslag ten laatste 4 weken na het beëindigen van de stage (tevens ten minste twee weken voor de deliberatie) binnengebracht worden.

Beoordeling en beoordelingscriteria

De score op de klinische stage bestaat uit een cijfer op 20 dat toegekend wordt door de eindverantwoordelijke en de stagebegeleider. Deze score is gebaseerd op:

  1. de evaluatie van de stagementor, weergegeven in de beoordelingsformulieren en het eindevaluatiegesprek
  2. de presentatie van het praktijkvoorbeeld en de deelname aan de klinische seminaries
  3. het stageverslag.

Deontologie

Tijdens de stage is de student gebonden aan het beroepsgeheim en moet hij de deontologische code van psychologen naleven. Deze deontologische code is te vinden op de website van de Belgische Federatie van Psychologen.

http://www.bfp-fbp.be/

 
Terug naar boven

©2004-2005 • Vrije Universiteit Brussel • Pleinlaan 2 • 1050 Elsene • Tel.: 02/629.21.11 • info@vub.ac.be