Bachelor

Opbouw van het bachelorprogramma

De bacheloropleiding evolueert van een brede naar een meer gespecialiseerde opleiding en van een opleiding gericht op competentieverwerving naar één gericht op competentietoepassing in de vorm van werkcolleges, practica en oefeningen (WPO).

1. Achtergrondwetenschappen

De achtergrondwetenschappen (vb. Politieke geschiedenis van België, Sociologie I, Inleiding tot het recht) worden gedoceerd in Ba1 en Ba2. Met de achtergrondwetenschappen beoogt de opleiding:

  • een brede multidisciplinaire kennis bij te brengen die studenten in staat stelt de media in een holistisch kader te plaatsen
  • inzicht te laten verwerven in de historische, economische, sociale, culturele, politieke en technologische processen die de context uitmaken waarin media functioneren
  • begrip bij te brengen van de samenhang van Communicatiewetenschappen met andere vakgebieden.

2. Generieke vakwetenschappen

De generieke vakwetenschappen zijn gericht op kennisverwerving, –opbouw en –toepassing m.b.t. het vakgebied Communicatiewetenschappen en de rol en werking van media en communicatie in de samenleving. In Ba1 zijn de generieke vakwetenschappen inleidend en ligt het accent in hoofdzaak op het verwerven van kennis en inzicht. In Ba2 zijn de meeste generieke vakwetenschappen verdiepend en worden kennisverwerving én kennistoepassing nagestreefd. In Ba3 zijn alle generieke vakwetenschappen verdiepend en ligt de klemtoon op kennistoepassing.

Binnen de generieke vakwetenschappen onderscheiden we:

  • theorievakken: gericht op verwerving en toepassing van theoretische en conceptuele kennis m.b.t. het vakgebied Communicatiewetenschappen (vb. Inleiding tot de communicatiewetenschappen, Encyclopedie van de Communicatiewetenschappen, Mediasociologie)
  • facts & figures–vakken (f&f–vakken): gericht op de verwerving en toepassing van kennis over, inzicht in en analyse van historische en actuele ontwikkelingen, structuren, systemen en werking van media en communicatie (vb. Mediabeleid en –structuren, Europees communicatiebeleid, Juridische aspecten van de massacommunicatie)
  • methodevakken: gericht op verwerving en toepassing van methodologische kennis, vaardigheden en attitudes (vb. Beschrijvende statistiek, Communicatie–onderzoek IV: beleidsanalyse, Elektronisch communiceren en opzoeken)
  • werkcolleges (WPO): gericht op de toepassing en vertaling van theoretische, feitelijke en methodologische kennis in een eigen werkstuk (onderzoek, project, presentatie, paper) (vb. Werkcollege media en communicatiewetenschappen).

3. Profielen

De opleiding Communicatiewetenschappen biedt volgende vier profielen aan:

Via de vier profielen kunnen studenten zich in Ba3 bekwamen in een deelgebied van de Communicatiewetenschappen. De aangeboden profielen zijn ingegeven door de:

  • actuele en internationale ontwikkelingen in het vakgebied
  • ontwikkelingen van media en maatschappij
  • vereisten van het beroepsveld
  • aanwezige onderzoeksexpertise bij de staf.

Binnen de profielen worden verplichte opleidingsonderdelen en keuzevakken aangeboden. De keuzevakken worden reeds vanaf Ba1 als profielgebonden keuzevakken weergegeven in de programmabrochure. Zo kunnen studenten van bij de start hun studietraject afstemmen op hun persoonlijke interesses en noden.

In de profielgebonden opleidingsonderdelen maken we een onderscheid tussen:

  • verplichte profielgebonden theorie– en f&f–vakken: met als doel inzicht te verschaffen in en kritisch te reflecteren over actuele theoretische debatten en maatschappelijke ontwikkelingen binnen het domein van één van de vier profielen
  • verplichte profielgebonden werkcolleges: met als doel de in hoorcolleges verworven generieke en wetenschappelijke competenties te leren vertalen naar een individueel of collectief onderzoeks– of praktijkproject. Aangezien dit project de bachelorproef is, neemt dit werkcollege een gewichtige plaats in binnen de opleiding
  • profielgebonden keuzevakken: geselecteerd op basis van hun link met en relevantie voor de vier profielen. De focus binnen het keuzepakket ligt op theorie– en f&f–vakken. Een aantal vakken is ook praktijkgericht.
Terug naar boven

1ste jaar bachelor Communicatiewetenschappen

In het 1ste jaar bachelor generiek programma worden de vakken via vier opleidingsmodules georganiseerd:

  • Vakwetenschappen (waaronder het werkcollege) (20 studiepunten)
  • Algemene basisopleidingonderdelen (hulpwetenschappen) waartoe ook de keuze wijsbegeerte wordt gerekend (28 studiepunten)
  • Talen (4 studiepunten)
  • Keuzevakken (profielen) (12 studiepunten te verspreiden over Ba1 en Ba2)

Het aantal studiepunten van de vakspecifieke opleidingsonderdelen omvat in het 1ste jaar bachelor 20 studiepunten. De focus ligt in het eerste jaar wel op een multidisciplinaire basisvorming. Verder hebben de studenten de mogelijkheid om praktische kennis van talen te verwerven via het ruim talenpakket (Frans, Engels, Duits, Spaans I, Italiaans I) en zich te verdiepen in hun eigen belangstellingssfeer door het kiezen van keuzevakken die gestructureerd zijn rond de profielen. Deze aanpak profileert aldus de studenten in de keuzemogelijkheden die vanaf het derde jaar aangeboden worden.

Terug naar boven

2de jaar bachelor Communicatiewetenschappen

In het 2de jaar bachelor generiek programma worden er 3 modules doorlopen. Het totaal aantal studiepunten van vakspecifieke opleidingsonderdelen bedraagt 38. Voorts dienen de studenten — net zoals in het eerste jaar — een keuze te maken uit de module keuzevakken waarbinnen in het tweede jaar naast de profielen ook de talen opgenomen zijn. De modules in het 2de jaar bachelor zijn:

  • Vakwetenschappen (waaronder het werkcollege en de methoden) (38 studiepunten)
  • Algemene basisopleidingonderdelen (18 studiepunten)
  • Keuzevakken (profielen en talen) (12 studiepunten te verspreiden over Ba1 en Ba2)

Algemeen bevat het pakket in 2de jaar bachelor dus een aantal basisopleidingonderdelen die een multidisciplinair overzicht beogen van de belangrijkste economische, sociologische, psychologische, technologische, juridische, etc. tendensen die het communicatieproces schragen. Daarnaast ligt het accent op de vakwetenschappen die tot doel hebben de studenten vertrouwd te maken met het vakdomein zelf. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen vaktheoretische, feitelijke kennisopbouwgerichte opleidingsonderdelen en methodologische opleidingsonderdelen. De articulatie van deze opleidingsonderdelen moeten de studenten vertrouwd maken met de noodzakelijke horizontale, i.e. theoretische, methodologische en empirische kennis, inzetbaar voor de profielen achteraf. Het pakket keuzevakken zet de studenten ertoe aan, middels een uitgebreid aanbod van opleidingsonderdelen, zich verder te verdiepen in hun eigen belangstellingssfeer of praktische talenkennis te verwerven.

Terug naar boven

3de jaar bachelor in de Communicatiewetenschappen

Vanaf het 3de jaar bachelor wordt een specifieke communicatiewetenschappelijke invulling gegeven aan het programma, daarbij voortbouwend op de basiskennis en vaardigheden die in de eerste twee jaren werden verworven. De programmasamenstelling leidt hier tot een generieke communicatiewetenschappelijke specialisatie. Gezien de breedte van het veld communicatie, maar ook de veranderende eisen van de arbeidsmarkt, heeft de opleiding ervoor geopteerd om de algemene doelstellingen vanaf het derde jaar te concentreren op vier inhoudelijke zwaartepunten:

Basisidee is dat het generiek programma bestaat uit één vaste stam (basispakket van verplichte opleidingsonderdelen), aangevuld met 4 profielen conform de hierboven vermelde zwaartepunten:

  • vakwetenschappen (24 studiepunten)
  • profielen waaronder ook het werkcollege (36 studiepunten)

De studenten dienen één van deze profielen te kiezen. D.w.z. dat de studenten de mogelijkheid wordt geboden reeds in het derde jaar het pad van de specialisatie op te gaan, dit zowel met het oog op het uitstromen en vooral op het doorstromen naar de master. Anderzijds wordt hen de mogelijkheid geboden met twee profielen kennis te maken doordat ook keuzevakken mogen gekozen worden uit de basis– en keuzevakken van een ander profiel. Daarmee kunnen de studenten vermijden zich reeds in één profiel vast te zetten. De profielen zijn opgebouwd rond twee verplichte kernvakken, een werkcollege en keuzevakken. De werkcolleges binnen de profielen zijn hoofdzakelijk gericht op de voorbereiding van de masterproef en moeten uitmonden in een bachelorpaper.

Samengevat is de bacheloropleiding er vanaf het derde jaar op gericht dat de studenten blijk moeten kunnen geven van het vermogen om op basis van persoonlijk inzicht zelfstandig en tegelijkertijd wetenschappelijk verantwoord onderzoekswerk te verrichten. De realisatie van deze doelstelling dient te worden gedemonstreerd in de oefeningen en het werkcollege. De klemtoon op zelfstandigheid wordt vertaald in de toepassing van de opgedane kennis en inzichten in het werkcollege. Belangrijk hierbij is dat het werkcollege in het derde jaar niet beperkt blijft tot bronnenonderzoek en literatuur, maar daarnaast ook de overstap wordt gemaakt naar de empirie of de 'reële wereld'.

Terug naar boven

©2004 • Vrije Universiteit Brussel • Pleinlaan 2 • 1050 Elsene • Tel.: 02/629.21.11 • info@vub.ac.be