Plaats van de masterproef in de opleiding
De vakgroep Communicatiewetenschappen heeft altijd een groot belang gehecht aan de eindverhandeling. Studenten werden geacht op een wetenschappelijk gefundeerde en kritische wijze een oorspronkelijk werk te schrijven over een onderwerp dat relevant is voor het vakgebied. De eindverhandeling moest vertrekken van een oorspronkelijke en duidelijke probleemstelling. De realisatie van een wetenschappelijke literatuurstudie en een eigen empirisch onderzoek werd door de meeste promotoren sterk aangemoedigd. In het kader van de implementatie van het mastertraject heeft de vakgroep Communicatiewetenschappen sinds 20042005 de eindverhandeling herdacht. Met name de vereisten, voorbereiding, begeleiding en beoordeling werden duidelijker gecommuniceerd, meer geformaliseerd en onmiskenbaar geïntensifieerd. In globo vertonen de wetenschappelijke vereisten die gesteld worden aan de masterproef veel overeenkomsten met die die aan de licentiaatsverhandeling werden gesteld. De vakgroep blijft een beleid voeren waarbij wetenschappelijke rigueur, kritische zin, probleemgestuurde aanpak en analytisch denken voorop staan. Studenten worden sterk aangemoedigd een gebald werkstuk te maken.
Terug naar boven
Doelstelling en werkwijze
De wetenschappelijke kwaliteit van de masterproef vormt een prioritaire bekommernis. Het werkstuk moet het compilatieniveau overstijgen, een volwaardige methodologie inhouden en getuigen van een kritische en originele wetenschappelijke benadering van een voor het vakgebied relevante thematiek. In de masterproef dienen studenten op een gespecialiseerd niveau en op zelfstandige wijze een wetenschappelijk gefundeerd onderzoek op te zetten, te volbrengen en te rapporteren.
Van de studenten wordt verwacht dat zij op zelfstandige basis:
- een voorstel tot een origineel en relevant thesisonderwerp bedenken en uitwerken
- contact opnemen met een mogelijke promotor met een voorstel tot thesisonderwerp
- een onderzoeksopzet uitwerken
- de voortgang en kwaliteit van het werk bewaken (o.a. het opvolgen en nakomen (administratieve) richtlijnen)
- regelmatig de promotor op de hoogte houden van de vorderingen van het onderzoek
- het eigen werk plannen, organiseren en coördineren
- reflecteren, interpreteren, verwerken en evalueren.
In al deze fases kan en wordt in de praktijk vaak advies ingewonnen bij de promotor. Conform het examenreglement engageert de promotor zich ertoe de student(e) regelmatig te begeleiden als coach, mentor of begeleider. De wijze en regelmaat van de contactmomenten verschillen van promotor tot promotor en van student tot student. Bepaalde promotoren richten groepssessies en seminaries in waarop de studenten hun vorderingen toelichten, vragen delen en advies inwinnen. Andere bieden individuele feedback tijdens spreekuren, op afspraak of via email. Voor begeleiding kunnen de studenten soms ook terecht bij copromotoren, assistenten of vorsers uit onze en andere opleidingen.
Terug naar boven
Keuze promotor en onderwerp
In de huidige fase (overgang van KaLi naar BaMastructuur) wordt in het tweede semester van Ba3 de keuze van een promotor en onderwerp gemaakt. Bij de aanvang van het tweede semester worden inlichtingen over promotor en onderwerpkeuze én de algemene administratieve, vormelijke en inhoudelijke richtlijnen en verwachtingen verschaft op een informatiesessie waarop leden van het ZAP en AAP aanwezig zijn. Reeds in Ba3 nemen de studenten contact op met een promotor wiens expertise aansluit bij het onderwerp of interessegebied. De promotor maakt deel uit van het ZAP of is aangesteld als onderwijsprofessor en wordt bij voorkeur gekozen onder de professoren die met de opleiding affiniteit hebben.
Terug naar boven
Deadlines
Voorlopige titel van de masterproef (voor studenten derde jaar bachelor)
Studenten derde jaar bachelor moeten een voorlopige titel van de masterproef
indienen op het
Vakgroepssecretariaat en moet ondertekend worden door de promotor
die hiermee aangeeft dat hij of zij het onderwerp goedkeurt. De
deadline voor het indienen van de voorlopige titel is vrijdag
23 mei 2008.
Deadline definitieve titel van de masterproef, onderzoeksopzet en bibliografie
(voor masterstudenten)
Masterstudenten moeten een definitieve titel van de masterproef
indienen op het Vakgroepssecretariaat. De definitieve titel moet
omschreven worden op een daarvoor voorzien formulier (te verkrijgen
via de facultaire website) en moet ondertekend worden door de
promotor die hiermee aangeeft dat hij of zij het onderwerp goedkeurt.
De deadline van de definitieve titel is 30 oktober 2009.
Op uiterlijk 3 november 2009 moet de student een onderzoeksopzet indienen
op het vakgroepssecretariaat. Deze deadline geldt ook voor studenten
die van plan zijn om hun masterproef pas in tweede zittijd af
te geven en voor studenten die hun masterjaar moeten overdoen.
Op 14 december 2009 moet de geannoteerde bibliografie worden ingediend op het vakgroepssecretariaat
Deadline masterproef met beknopte tekst en samenvatting
De masterproef moet in viervoud ingediend worden op het Faculteitssecretariaat
en moet vergezeld worden van een beknopte tekst én een
samenvatting van het onderzoek. Zonder de beknopte tekst en samenvatting
wordt de masterproef geweigerd. De deadline van de masterproef
is 14 mei 2009 (eerste zittijd) en 30 juli 2009 (tweede
zittijd).
Terug naar boven
Inhoudelijke verwachtingen
Definitieve titel van de masterproef
De definitieve titel (met eventueel een ondertitel) dient zó omschreven te worden dat het duidelijk is waarover de masterproef handelt. Algemene titels in de aard van 'De Informatiemaatschappij', of 'Mode' zijn onvoldoende. Opgelet: in geval van een bisjaar zijn studenten verplicht de titel opnieuw in te dienen, ook wanneer de titel analoog blijft.
Onderzoeksopzet
De definitieve titel van de masterproef dient vergezeld te worden van een onderzoeksopzet waarin volgende punten duidelijk worden toegelicht:
- Probleemstelling en onderzoeksvragen ('wat' wil je onderzoeken) en een toelichting van de probleemstelling
- Uitgangspunt, argumentatie en maatschappelijke en wetenschappelijke relevantie van het onderzoek ('waarom' wil je dat onderzoeken)
- Theoretisch perspectief: hoe ga je het onderzoek theoretisch benaderen (paradigma's, stromingen, visies)
- Methode en een toelichting en argumentatie ervan ('hoe' zal je methodologisch te werk gaan).
- Structurele opbouw van het onderzoek (voorlopige inhoudstafel)
- Planning van het onderzoek
- Voorlopige literatuurlijst
De masterproef
De masterproef is een individueel werkstuk. Studenten ontwikkelen
een wetenschappelijk en maatschappelijk relevante probleemstelling,
die aan de hand van een literatuurstudie en een eigen empirisch
onderzoek wordt onderzocht. In de masterproef wordt blijk gegeven
van inzicht in het vakgebied en tonen studenten aan dat ze in
staat zijn een onderwerp theoretisch te plaatsen en kritisch te
analyseren en, met behulp van een verantwoorde methode, een degelijk
empirisch onderzoek op te zetten en uit te werken. De masterproef
bedraagt maximaal 80 pagina's, exclusief bibliografie en bijlagenpagina's.
Beknopte tekst (synopsis) en samenvatting
De masterproef moet vergezeld zijn van:
- een beknopte tekst van het onderzoek voor opname in de gangbare lijsten van verhandelingen in de Belgische vaktijdschriften: auteur, titel, universiteit, promotor, jaar, aanduiding van het onderwerp in 5 à 10 regels
- een samenvatting van het onderzoek, in publiceerbare vorm afgegeven, in 500 à 1000 woorden
Opgelet!: Indien de beknopte tekst en de samenvatting ontbreken, dan wordt de masterproef niet aanvaard.
Terug naar boven
Afspraken en richtlijnen
Een uitgebreide toelichting van de afspraken en richtlijnen inzake
de masterproef is te vinden in het VUBexamenreglement
en het facultair
examenreglement.
Wijziging van onderwerp
Indien het onderwerp van de masterproef wijzigt of indien studenten van promotor wensen te veranderen (uit eigen wil of door verzaking door de promotor van het promotorschap), dan moet dit schriftelijk aan de Decaan gemeld worden vóór de wintervakantie. Deze aanvraag tot wijziging dient met redenen worden omkleed (zie ook examenreglementen).
Begeleiding
Indien een promotor het promotorschap van een masterproef aanvaardt, dan is hij of zij verplicht de student regelmatig te begeleiden en dient de student de promotor regelmatig in te lichten over de vorderingen van het onderzoek. Indien de student of de promotor deze verplichting niet naleeft, dan kan de student of de promotor dit schriftelijk aan de Decaan melden die al dan niet beslist tot verandering van promotor of verzaking van het promotorschap (zie ook examenreglementen).
Evaluatie masterproef
De masterproef wordt beoordeeld door de promotor en twee commissarissen (juryleden). De promotor is lid van het ZAP (professoren). De commissarissen zijn in principe lid van het academisch personeel van de VUB, maar de Faculteit kan beslissen een commissaris onder deskundigen extern aan de VUB aan te duiden. Deze juryleden kunnen leden zijn van de vakgroep Communicatiewetenschappen, maar kunnen ook tot andere vakgroepen en zelfs andere academische instellingen behoren. Het eindcijfer tot stand gekomen op basis van de waardecijfers van de drie juryleden kan na de deliberatie bekend gemaakt worden (zie ook examenreglementen).
De promotor en de commissarissen stellen een gemotiveerd evaluatieverslag op. Sinds enkele jaren streeft de vakgroep naar meer geüniformeerde verslagen die gebaseerd zijn op een formulier met evaluatiecriteria. De aandachtspunten bij de evaluatie van de masterproef betreffen onder meer de probleemstelling en onderzoeksvragen, de relevantie van het onderzoek, de methodologie, de literatuurstudie, het empirisch onderzoek, de conclusie, de structuur, de kritiek, de bibliografie, de vorm en de taal. Met name voor de externe commissarissen, niet verbonden aan de instelling, vormt dit formulier een goed ijkpunt voor de verwachtingen en vereisten die de opleiding stelt aan de masterproef. De vakgroep acht het belangrijk dat de gemotiveerde evaluatieverslagen met zorg en aandacht worden uitgewerkt.
De verslagen worden drie dagen vóór de dag van deliberatie ter beschikking gesteld van de examencommissie en zij moeten tijdens de vergadering kunnen worden geconsulteerd. Conform het examenreglement bachelormaster bespreken en beoordelen de promotor en de commissarissen (in waardecijfers) de masterproef. Voor elke student lichten de commissarissen kort hun beoordeling toe. In geval van grote discrepantie tussen de waardecijfers motiveren de commissarissen op meer omstandige wijze hun beoordeling. Indien de commissarissen niet tot een consensus komen, wordt overgegaan tot een stemming waar alle aanwezige stemgerechtigde leden (zijnde alle commissarissen van alle masterproeven) aan kunnen deelnemen.
Omdat er geen openbare mondelinge verdediging voorzien is voor alle studenten, krijgen zij op hun verzoek inzage van het gemotiveerd verslag van de promotor en commissarissen op het vakgroepssecretariaat. Op die basis kunnen studenten zich beraden om al dan niet over te gaan tot een mondelinge openbare bespreking van hun masterproef met de promotor, de commissarissen en een gelegenheidsvoorzitter. Klachten i.v.m. onregelmatigheden (o.a. de vaststelling van plagiaat) worden onmiddellijk en schriftelijk gemeld aan de Decaan (zie ook examenreglement).
Terug naar boven