Elk academiejaar bevat een eerste en een
tweede zittijd. De eerste zittijd bestaat uit twee examenperiodes
die samen met de eraan voorafgaande blokperiode aansluiten bij
het onderwijs in het eerste respectievelijk tweede semester.
Examen- en blokperiodes worden vastgelegd in de academische
kalender die elk jaar door de Raad van Bestuur wordt goedgekeurd
en die aan alle betrokkenen wordt bekend gemaakt via de elektronische
valvae en de website van de universiteit.
De toetsingscriteria en –vormen worden vastgelegd in
de onderwijs- en examenregeling die elk jaar wordt goedgekeurd.
Zij worden ook beschreven in de opleidingsonderdeelfiches.
De Faculteitsraad keurt de onderwijs- en examenregelingen
goed na voorafgaande besprekingen in het Faculteitsbestuur
en de Opleidingsraad Sociaal Recht. De onderwijs- en examenregelingen
en de opleidingsonderdeelfiches worden via de website
ter beschikking van de studenten gehouden. De verrekening
van de evaluatiecijfers, ingeval voor een opleidingsonderdeel
verschillende evaluatieproeven worden gevraagd, wordt eveneens
vastgelegd in de onderwijs- en examenregeling. De docenten
lichten hun exameneisen en de wijze van examineren verder
toe tijdens de colleges, of via PointCarré. Zij geven
voorbeelden van examenvragen.
Examens worden alleen afgenomen tijdens de daartoe voorziene
examenperiode. Examens worden overwegend mondeling afgenomen.
In de regel hebben de studenten de gelegenheid tot schriftelijke
voorbereiding. Gebruik van wetboeken tijdens examens is toegestaan.
Docenten moeten de Faculteitsraad verzoeken om schriftelijk
te examineren. Voor sommige opleidingsonderdelen wordt een
schriftelijk (al dan niet open-boek-)-examen afgenomen.
Het competentiegericht onderwijs vergt dat de inspanningen
van de studenten ook worden beoordeeld op een andere wijze
dan met klassieke examens. In het kader van het opleidingsonderdeel
‘Bijzondere juridische vraagstukken van het personeelsbeleid’
hanteert de titularis een systeem van permanente evaluatie.
Studenten dienen in het kader van sommige opleidingsonderdelen
opdrachten uit te voeren. Zij krijgen daarbij gelegenheid
tot het bijsturen van hun inspanningen. Zo krijgen studenten
tussentijdse feedback van stageleiders tijdens de sociaalrechtelijke
stage, van een stagemeester in de oefenrechtbank. Studenten
krijgen ook na afloop van hun werkzaamheden een beoordeling
van de wijze waarop zij hun opdrachten vervullen. Tijdens
de zitting van de oefenrechtbank spreekt een magistraat een
vonnis uit en voorziet hij individuele conclusies en adviezen
van commentaar. De titularis geeft achteraf een motivering
van de toegekende evaluatiecijfers.
De criteria die door de titularis worden getoetst, variëren,
naargelang van de concrete onderwijsdoelstellingen van elk
opleidingsonderdeel. In een aantal opleidingsonderdelen wordt
de nadruk gelegd op de grondige kennis en het inzicht in de
bestudeerde leerstof. De toetsing gebeurt meestal aan de hand
van een mondeling examen. Andere opleidingsonderdelen voorzien
in bijzondere evaluatievormen die niet alleen nagaan of de
student de vereiste kennis bezit, maar ook of hij de beoogde
competenties heeft verworven. Zo geschiedt de evaluatie in
het kader van de oefenrechtbank voor het opleidingsonderdeel
‘Sociaal handhavings- en procesrecht’ rekening
houdend met de overzichtelijkheid waarmee het geschreven procedurestuk
wordt opgesteld en de mondelinge voorstelling wordt gehouden,
de logische opbouw van de juridische argumentering, de beantwoording
van door andere studenten opgeworpen argumenten, de precieze
omschrijving van wat wordt gevorderd of als verweer wordt
aangevoerd en, in het algemeen, de wijze waarop de pleidooien
worden gehouden of de adviezen worden uitgebracht.
De specifieke wijze van beoordeling van de masterproef
en het keuzeopleidingsonderdeel ‘Sociaalrechtelijke
stage’ wordt elders toegelicht.
Het centraal aanvullend facultaire examenreglement, dat via
de website
van de faculteit ter beschikking van de studenten wordt gehouden,
bepaalt het verloop van de examens. De Administratieve Secretaris
van de faculteit ziet toe op een strikte naleving van het
examenreglement en vangt in eerste instantie gebeurlijke problemen
op. Voor het overige kunnen studenten zich ingeval van problemen
wenden tot de voorzitter van de examencommissie, de Decaan
of de universitaire Ombudspersoon. Zijn of haar naam en kantoor
worden gedurende het ganse academiejaar bekendgemaakt.
Beroepen tegen examenbeslissingen kunnen worden ingediend
bij de examencommissie. Haar beslissing wordt meegedeeld aan
de Rector en de Ombudspersoon. Een beroep tegen de beslissing
van de examencommissie of de ontstentenis ervan kan worden
aanhangig gemaakt bij de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen,
opgericht bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.