Vrije Universiteit Brussel

 

Master na master in het Sociaal Recht

 

 

Examinering van de studenten
Elk academiejaar bevat een eerste en een tweede zittijd. De eerste zittijd bestaat uit twee examenperiodes die samen met de eraan voorafgaande blokperiode aansluiten bij het onderwijs in het eerste respectievelijk tweede semester. Examen- en blokperiodes worden vastgelegd in de academische kalender die elk jaar door de Raad van Bestuur wordt goedgekeurd en die aan alle betrokkenen wordt bekend gemaakt via de elektronische valvae en de website van de universiteit.

De toetsingscriteria en –vormen worden vastgelegd in de onderwijs- en examenregeling die elk jaar wordt goedgekeurd. Zij worden ook beschreven in de opleidingsonderdeelfiches. De Faculteitsraad keurt de onderwijs- en examenregelingen goed na voorafgaande besprekingen in het Faculteitsbestuur en de Opleidingsraad Sociaal Recht. De onderwijs- en examenregelingen en de opleidingsonderdeelfiches worden via de website ter beschikking van de studenten gehouden. De verrekening van de evaluatiecijfers, ingeval voor een opleidingsonderdeel verschillende evaluatieproeven worden gevraagd, wordt eveneens vastgelegd in de onderwijs- en examenregeling. De docenten lichten hun exameneisen en de wijze van examineren verder toe tijdens de colleges, of via PointCarré. Zij geven voorbeelden van examenvragen.

Examens worden alleen afgenomen tijdens de daartoe voorziene examenperiode. Examens worden overwegend mondeling afgenomen. In de regel hebben de studenten de gelegenheid tot schriftelijke voorbereiding. Gebruik van wetboeken tijdens examens is toegestaan. Docenten moeten de Faculteitsraad verzoeken om schriftelijk te examineren. Voor sommige opleidingsonderdelen wordt een schriftelijk (al dan niet open-boek-)-examen afgenomen.

Het competentiegericht onderwijs vergt dat de inspanningen van de studenten ook worden beoordeeld op een andere wijze dan met klassieke examens. In het kader van het opleidingsonderdeel ‘Bijzondere juridische vraagstukken van het personeelsbeleid’ hanteert de titularis een systeem van permanente evaluatie. Studenten dienen in het kader van sommige opleidingsonderdelen opdrachten uit te voeren. Zij krijgen daarbij gelegenheid tot het bijsturen van hun inspanningen. Zo krijgen studenten tussentijdse feedback van stageleiders tijdens de sociaalrechtelijke stage, van een stagemeester in de oefenrechtbank. Studenten krijgen ook na afloop van hun werkzaamheden een beoordeling van de wijze waarop zij hun opdrachten vervullen. Tijdens de zitting van de oefenrechtbank spreekt een magistraat een vonnis uit en voorziet hij individuele conclusies en adviezen van commentaar. De titularis geeft achteraf een motivering van de toegekende evaluatiecijfers.

De criteria die door de titularis worden getoetst, variëren, naargelang van de concrete onderwijsdoelstellingen van elk opleidingsonderdeel. In een aantal opleidingsonderdelen wordt de nadruk gelegd op de grondige kennis en het inzicht in de bestudeerde leerstof. De toetsing gebeurt meestal aan de hand van een mondeling examen. Andere opleidingsonderdelen voorzien in bijzondere evaluatievormen die niet alleen nagaan of de student de vereiste kennis bezit, maar ook of hij de beoogde competenties heeft verworven. Zo geschiedt de evaluatie in het kader van de oefenrechtbank voor het opleidingsonderdeel ‘Sociaal handhavings- en procesrecht’ rekening houdend met de overzichtelijkheid waarmee het geschreven procedurestuk wordt opgesteld en de mondelinge voorstelling wordt gehouden, de logische opbouw van de juridische argumentering, de beantwoording van door andere studenten opgeworpen argumenten, de precieze omschrijving van wat wordt gevorderd of als verweer wordt aangevoerd en, in het algemeen, de wijze waarop de pleidooien worden gehouden of de adviezen worden uitgebracht.

De specifieke wijze van beoordeling van de masterproef en het keuzeopleidingsonderdeel ‘Sociaalrechtelijke stage’ wordt elders toegelicht.

Het centraal aanvullend facultaire examenreglement, dat via de website van de faculteit ter beschikking van de studenten wordt gehouden, bepaalt het verloop van de examens. De Administratieve Secretaris van de faculteit ziet toe op een strikte naleving van het examenreglement en vangt in eerste instantie gebeurlijke problemen op. Voor het overige kunnen studenten zich ingeval van problemen wenden tot de voorzitter van de examencommissie, de Decaan of de universitaire Ombudspersoon. Zijn of haar naam en kantoor worden gedurende het ganse academiejaar bekendgemaakt.

Beroepen tegen examenbeslissingen kunnen worden ingediend bij de examencommissie. Haar beslissing wordt meegedeeld aan de Rector en de Ombudspersoon. Een beroep tegen de beslissing van de examencommissie of de ontstentenis ervan kan worden aanhangig gemaakt bij de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen, opgericht bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.


 

 


©juni 2011 • V.u.: Guido Van Limberghen• Pleinlaan 2 • 1050 Elsene • Tel.: 02/629.25.64• nvernimm@vub.ac.be