logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Communautaire spanningen in een “moeilijk” arrondissement. De wordingsgeschiedenis van de Rode Leeuwen of de Vlaamse BSP-Federatie Brussel- Halle-Vilvoorde

vrijdag, 10 maart, 2006 - 14:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Arts and Philosophy
D
2.01
Ann Mares
doctoraatsverdediging

Doorheen de recente Belgische politieke geschiedenis veranderden de representatieve
instellingen van gelaat en ook de politieke partijen dienden zich crescendo aan te passen aan
de maatschappelijk ontwikkelingen. De communautaire breuklijn zorgde voor zware druk op
de partijstructuren van de drie grote politieke families vanaf het eind van de jaren zestig en
resulteerde in allerhande pacificatiepogingen als commissies, pacten, vleugelvorming en
dubbel voorzitterschap tot uiteindelijk tussen 1968 en 1978 de unitaire partijvorm door de
gebeurtenissen achterhaald bleek en christendemocraten, liberalen en socialisten zich
opdeelden in CVP, PSC, PVV, PLP, BSP en PS. De chronologie van dit
communautariseringsproces was voor de drie politieke families verschillend; de partijen
reageerden elk op een eigen manier op de communautaire uitdagingen, naargelang de
algemene machtsverhoudingen en naargelang hun eigen geschiedenis en organisatie.
De invloed van de gemeenten van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde op de
scheidingsprocessen van de Belgische politieke partijen is aanzienlijk, enerzijds als onderdeel
van het conflict en anderzijds als het terrein waarop de belangrijkste confrontaties
plaatsvonden. In het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde geschiedde de
boedelscheiding het vroegst binnen de socialistische federatie. Hoe dit uiteengaan verliep in
de diverse partijgeledingen; de reacties van en de relaties met de partijtop, met de Franstalige
partijgenoten en met de zuilorganisaties; de band met de Vlaamse verenigingen en
drukkingsgroepen; de relatie tot de andere Vlaamse politieke formaties en het zoeken naar
verklaringen voor dit verdwijnen van deze eenheidsstructuren, vormden de voornaamste
onderzoeksvragen. De Rode Leeuwen werden daarbij zowel benaderd als een geografisch
afgebakende groep binnen de socialistische partij als als geïntegreerd onderdeel van de
Vlaamse Beweging(en). Ze bleken beslist de uitzondering in wat voor de BSP een periode van
unitaire inertie (1945-1974) werd genoemd.

Na de lijstbreuk naar aanleiding van de parlementsverkiezingen van 1968 zochten de Vlaams-
Brusselse socialisten een sluitend organisatorisch antwoord op de heterogene samenstelling
van het kiesarrondissement in een federalistisch geïnspireerd partijmodel, waarin de twee
partijfederaties evenwaardig naast elkaar opereerden. Samen met de Vlamingen uit de andere
politieke partijen en hun Franstalige ideologische partners begeleidden zij vervolgens het
Belgische politieke bestel naar het huidige gefederaliseerd systeem. De reorganisatie van het
Belgische partijwezen vormde dus een onderdeel van de pacificatie van de communautaire
crisis en regenereerde zelf mee nieuwe processen in de richting van een federale staatsvorm.
Door het gehele kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde als onderzoeksbasis te nemen,
konden de voor deze studie relevante tegenstellingen tussen de Franstalige stedelijke
partijmilieus en de Vlaamse randgemeenten betrokken worden bij de probleemstelling. De
hybride samenstelling van het kiesarrondissement vormde een belangrijke verklaring voor de
interne conflicten en bij het zoeken naar verklaringen voor de partijbreuk kon dan ook
onmogelijk aan deze geopolitieke organisatie-aspecten worden voorbijgegaan. Taalbelangen
versterkten er de stad-platteland tegenstellingen, de daarmee gepaard gaande socio-economische
en mentaliteitsverschillen en de politieke machtsverhoudingen.