6 oktober 2009

Leerkrachten meer tevreden dan andere beroepsgroepen

Er dreigt de komende jaren een nijpend tekort aan leraars. De inschrijvingscijfers van de lerarenopleidingen dalen en jonge leerkrachten stromen vaak snel weer uit het beroep. Eerder onderzoek toonde aan dat heel wat leraars kampen met gevoelens van frustratie en onmacht, maar uit de vergelijking met andere werknemers die onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Antwerpen maken in het nieuwe boek ‘Leraars. Profiel van een beroepsgroep’ blijkt dat de gemiddelde leerkracht eigenlijk een stuk gelukkiger is dan zijn collega’s uit andere beroepssectoren. Toch kan een aangepast beleid nog enkele belangrijke problemen aanpakken.

Het nieuwe boek ‘Leraars. Profiel van een beroepsgroep’ van prof. dr. Mark Elchardus en enkele collega’s van de Vrije Universiteit Brussel en prof. dr. Dimo Kavadias van de Universiteit Antwerpen beschrijft in de eerste plaats wie er vandaag voor de klas staat. Hoewel de beroepsgroep van de leerkrachten allerminst een homogene groep is, onderscheidt ze zich op enkele punten duidelijk van de rest van de werkende bevolking.

Hoewel leerkrachten in hun houdingen, smaken en culturele praktijken sterk gelijken op andere hooggeschoolden, zijn ze een heel stuk actiever in hun engagement door bijvoorbeeld aan vrijwilligerswerk te doen, deel te nemen aan het verenigingsleven en amateurskunsten of andere creatieve hobby’s te beoefenen. Leraars zijn doorgaans verdraagzamer, opener voor andere culturen en minder chauvinistisch dan andere hooggeschoolden en hebben ook minder last van onveiligheidsgevoelens.

De meeste leraars zien hun beroep als een roeping, waarbij inhoudelijke overwegingen een zeer belangrijke plaats innemen. Ze willen graag een rol spelen in de vorming en opvoeding van kinderen en jongeren. Het is voor leraars ook belangrijk dat werk en gezin kunnen worden gecombineerd, en dat er naast het werk ruimte overblijft voor een actief leven op sociaal of cultureel vlak. Een beleid dat die beroepsvisie negeert, is volgens de onderzoekers dan ook gedoemd om te mislukken.

De gemiddelde leeftijd van de leerkrachten ligt een stuk hoger dan bij de rest van de werkende bevolking. Het aandeel werknemers in het onderwijs boven de 45 ligt beduidend hoger dan in andere sectoren. Jongeren worden minder aangetrokken tot het onderwijs. En dat is een groot probleem, want leerkracht is vandaag een knelpuntberoep geworden. De groep leraren wordt steeds kleiner, terwijl de vraag de komende jaren zal blijven stijgen. Dat is deels te wijten aan een slechte werking van deze arbeidsmarkt: zowat 40 procent van de leerkrachten jonger dan dertig die deeltijds werken, doet dit onvrijwillig en zou liever voltijds werken. De instap in het beroep verloopt momenteel ook heel moeilijk. De voorwaarden zijn nodeloos streng, en beginnende leerkrachten krijgen vaak af te rekenen met een lange periode van werkonzekerheid, een grote geografische spreiding en versnipperde uurroosters. Jonge leerkrachten hebben nood aan meer begeleiding, en het zou bijvoorbeeld een goed idee zijn om het aantal lesuren voor beginnende leerkrachten te beperken zodat de tijdsdruk wat minder wordt. Dit zou meteen ook een oplossing kunnen betekenen voor het probleem van oudere leerkrachten die klagen over hun ‘vlakke’ loopbaan. Door hen in te schakelen om de jongere leerkrachten te begeleiden, kunnen zij nieuwe uitdagingen krijgen in het latere deel van hun loopbaan. Een dergelijke stimulans zou de uitstroom van leerkrachten ouder dan 55 kunnen beperken.

In Vlaanderen zijn enkel de contacturen contractueel vastgelegd, in tegenstelling tot de meeste Europese landen. Daardoor krijgen heel wat leerkrachten het gevoel dat ze alle bijkomende taken gratis doen, als onbezoldigde overuren. Volgens de onderzoekers zou het dan ook beter zijn om de voltijdse opdracht van de leraar te definiëren in termen van de totale verwachte werktijd.

Tot slot stellen de onderzoekers ook nog de lerarenopleidingen in vraag. Nu wordt er van uitgegaan dat de opleiding minder eisend kan zijn naarmate de leeftijd van de kinderen lager is. Volgens de onderzoekers moet dringend worden nagegaan of dit niet achterhaald is door wat we intussen weten over de cognitieve en emotionele groei, leerprocessen en de leefwereld van kinderen en jongeren. Bovendien steunt de huidige opleiding ook op de veronderstelling dat leraars vanaf de derde graad van het secundair onderwijs een academische discipline moeten bestuderen, aangevuld met een opleiding. Mogelijk is het omgekeerde wel beter, waarbij mensen een opleiding gericht op onderwijs kiezen, met specialisaties afhankelijk van het niveau waarop zij willen lesgeven.

Leraars – profiel van een beroepsgroep (M. Elchardus, E. Huyge, D. Kavadias, J. Siongers, G. Vangoidsenhoven) verscheen bij Lannoo Campus en telt 192 pagina’s. ISBN: 978-90-209-8687-7

Naar aanleiding van het verschijnen van dit boek vindt op 7 oktober 2009 een studiedag plaats in het Consciencegebouw, Koning Albert II-laan 15 in 1210 Brussel. Meer informatie over deze studiedag vindt u op de website van Ondewijs Vlaanderen.

Meer informatie

Prof. dr. Mark Elchardus
Tel: 02-629 20 34
mark.elchardus@vub.ac.be

©2008 • Vrije Universiteit Brussel • Pleinlaan 2 • 1050 Elsene • Tel.: 02/629.21.11 • info@vub.ac.bedisclaimer