12 oktober 2009
Nieuw ziektemodel voor myotone dystrofie
Myotone dystrofie is een neuromusculaire aandoening met als voornaamste symptomen myotonie, verzwakte spieren, cataract, problemen met hartgeleiding en zelfs mentale retardatie in de ernstigere vormen. Totnogtoe was weinig geweten over de ontwikkelingsperiode van de ziekte, maar uit onderzoek van wetenschapster Nele De Temmerman van de Vrije Universiteit Brussel blijkt nu dat de moleculaire onstabiliteit die aan de basis ligt van de ziekte zich al in een zeer vroeg stadium ontwikkelt.
De moleculaire basis van myotone dystrofie type 1, ook soms nog de ziekte van Steinert genoemd, is een CTG-repeat, dit wil zeggen een herhaling van telkens drie DNA baseparen, die onstabiel is en die zich in het gen voor myotone dystrofie bevindt. Het aantal CTG-repeats is sterk bepalend voor de ernst van de ziekte en de leeftijd waarop deze zich manifesteert. Gezonde personen hebben 3 tot 37 repeat-sequenties, terwijl dat aantal bij patiënten oploopt van 50 tot enkele duizenden. Zo’n verhoogd aantal CTG repeat-sequenties is erg onstabiel en vergroot meestal van de ene generatie op de volgende. Toch is er nog veel onduidelijkheid over de ontwikkelingsperiode waarin deze repeat-sequenties onstabiel worden en de cellulaire mechanismen die hierbij een rol spelen.
Nele De Temmerman van de Vrije Universiteit Brussel probeerde het tijdstip waarop de repeat-sequentie onstabiel wordt nader te bepalen in haar doctoraatsonderzoek. Ze maakte hiervoor gebruik van embryo’s waar tijdens pre-implantatie genetische diagnose (PGD) werd aangetoond dat ze de ziekte droegen. PGD is een vroege vorm van prenatale diagnose waarbij embryo’s worden onderzocht op de aanwezigheid van een erfelijke ziekte. Embryo’s waarbij wordt aangetoond dat ze de ziekte niet dragen worden ingeplant bij de moeder; de andere embryo’s alsook de eicellen en spermatozoa die niet werden gebruikt tijdens de behandeling worden afgestaan voor onderzoek. De Temmermans onderzoek van deze vroege ontwikkelingscellen heeft aangetoond dat een verhoogd aantal DM1 CTG repeat-sequenties reeds aanwezig zijn in onrijpe eicellen. Dit wijst erop dat de repeat in het gen reeds zeer vroeg onstabiel is, dat wil zeggen nog voor het embryo is gevormd. Dit kon eerder niet worden aangetoond.
Met haar onderzoek toonde De Temmerman bovendien aan dat humane embryonale stamcellen (HESC) een interessant in vitro modelsysteem vormen om repeat-onstabiliteit te bestuderen. Opnieuw gebruik makend van embryo’s die werden afgestaan omdat ze myotone dystrofie droegen, kon ze HESC aanmaken die deze ziekte dragen. In een langdurige in vitro-celcultuur werd een duidelijke onstabiliteit van de repeat-sequentie gedetecteerd, met een stapsgewijze vergroting in opeenvolgende groeifases. Deze HESC vormen een belangrijk in vitro-model om myotone dystrofie te bestuderen, en om zo wellicht nieuwe behandelingen te ontwikkelen.
Meer informatie
Prof. dr. Karen Sermon (promotor)
Tel: 02-477 46 35 of gsm: 0479-42 54 82
Karen.sermon@vub.ac.be