19 oktober 2009

Nieuw onderzoek trekt meteorietinslag in twijfel

Zowat 12.900 jaar geleden kende het klimaat op aarde een plotse, sterke afkoeling. Deze temperatuurschok had nefaste gevolgen voor de vegetatie, en waarschijnlijk leidde ook tot het uitsterven van de Pleistocene megafauna zoals de mammoet, de holenbeer en de reuzenwolf. In 2007 werd geopperd dat de afkoeling het gevolg was van een buitenaardse inslag, maar nieuw onderzoek van geoloog Philippe Claeys van de Vrije Universiteit Brussel ontkracht deze theorie.

Het Jongere Dryas-stadiaal is de naam van een plotse, sterke afkoeling van het klimaat op aarde aan het einde van het Weichsel-glaciaal ongeveer 12.900 jaar geleden. Normaal eindigen glacialen niet met zo'n koude periode, zodat de Jongere Dryas waarschijnlijk een speciale oorzaak had. Sommige wetenschappers opperden dat een plotse toevoer van ijskoud smeltwater van de ijsbergen aan de basis kon liggen van de plotse afkoeling, maar in 2007 heeft wetenschapper Richard B. Firestone geopperd dat de afkoeling het gevolg is van een inslag van een meteoriet; komeet of asteroïde op aarde. Deze zou gigantische branden en grote stof- en roetwolken veroorzaakt hebben, die resulteerden in het uitsterven van de grote zoogdieren en het einde van de Clovisbeschaving in Noord-Amerika. Firestone en zijn collega's baseerden hun theorie op opgravingen die ze verrichten op verschillende sites in Noord-Amerika en Europa. Hierbij ontdekten ze een zwarte laag in de bodem op 12,9 Ka die onder meer specifieke magnetische mineralen en microsferulen zou bevatten. Een microsferuul is een microscopisch bolletje glas gevormd door een meteorietinslag.

De theorie van Firestone wordt nu echter van tafel geveegd door Geoloog Philippe Claeys van de Vrije Universiteit Brussel, die in een recente studie probeerde diens bevindingen te reproduceren. Reproduceerbaarheid is immers een pijler voor degelijk wetenschappelijk onderzoek; een test die slechts eenmaal tot een bepaald resultaat leidt, heeft geen wetenschappelijke relevantie. Hij onderzocht samen met enkele Amerikaanse collega's een zevental sites uit dezelfde periode, verspreid over Noord-Amerika, waaronder twee sites die ook in de oorspronkelijke studie opgenomen waren. Claeys vond echter op geen enkele site een opvallende piek in de concentraties magnetische korrels of microsferulen die typisch zijn voor de Jongere Dryas, volgens Firestone. Dit zou nochtans wel het geval moeten zijn indien er zich omstreeks 12.900 jaar geleden een buitenaardse inslag zou hebben voorgedaan. Zes van de zeven sites vertoonden zelfs een lagere concentratie ten opzichte van de gemiddelde waarden van stalen uit een andere periode, hoewel een van de stalen zelfs op een paar centimeter van dat van Firestone werd genomen.

De nieuwe studie toont duidelijk aan dat het bewijs waarop Firestone zijn theorie van een buitenaardse inslag baseert, helemaal niet klopt. Volgende maand publiceert het VUB-team bovendien nog een artikel in hetzelfde tijdschrift met bewijs dat de iridiumconcentraties in de Jongere Dryas een aardse oorsprong hebben, en dus aantonen dat er helemaal geen inslag is geweest.

Referentie

Todd A. Surrovell, Vance T. Holliday, Joseph A.M. Gingerich, Caroline Ketron, C. Vance Haynes, Ilene Hilman, Daniel P. Wagner, Eileen Johnson and Philippe Claeys. An independent evaluation of the Younger Dryas extraterrestrial impact hypothesis. Published online on October 12 2009 in the Proceedings of the National Academy of Science of the United States of America, www.pnas.org_cgi_doi_10.1073_pnas.0907857106

Meer informatie

prof. dr. Philippe Claeys
Tel: 0474-84 00 13 of 001-415 218 3394 (Gelieve rekening te houden met het tijdsverschil in de VS, waar prof. Claeys momenteel verblijft !!)
phclaeys@vub.ac.be

©2008 • Vrije Universiteit Brussel • Pleinlaan 2 • 1050 Elsene • Tel.: 02/629.21.11 • info@vub.ac.bedisclaimer