5 maart 2010

Definitief bewijs dat dinosauriërs uitstierven door meteorietinslag

Hoewel de meeste wetenschappers het erover eens zijn dat het massaal uitsterven van de dinosauriërs 65 miljoen jaar geleden veroorzaakt werd door een reusachtige meteorietinslag, blijft een kleine groep dit in twijfel trekken. Hun alternatieve theorie wordt nu ontkracht door een groot artikel in Science, waarin veertig wetenschappers van over de hele wereld nieuwe en gepubliceerde onderzoeksgegevens bundelen tot een onweerlegbaar geheel. Onder hen ook twee onderzoekers uit Vlaanderen: prof. dr. Philippe Claeys van de Vrije Universiteit Brussel en prof. dr. Robert Speijer van de K.U.Leuven.

Dertig jaar geleden toonden de geoloog Walter Alvarez, zijn vader en Nobelprijswinnaar Luis Alvarez en enkele medewerkers van de University of California Berkeley voor het eerst aan dat 65 miljoen jaar geleden, op de grens tussen Krijt- en Tertiair tijdperk, een reusachtige meteoriet insloeg op de Aarde. Ze opperden bovendien dat deze inslag een van de grootste massa-uitstervingen in de geschiedenis had veroorzaakt, waarbij onder meer de dinosauriërs van de aardbodem verdwenen. Tien jaar later werd ook de smoking gun gevonden: een volledig opgevulde inslagkrater met een doorsnede van 200 kilometer in de ondergrond van Yucatan (Mexico), onder het dorpje Chicxulub. Sindsdien kan de inslaghypothese rekenen op een brede bijval binnen de wetenschappelijke gemeenschap.

Toch ontkent een kleine groep van wetenschappers dat er een directe link bestaat tussen de Chicxulubkrater en het einde van de dinosauriërs. Volgens hen zou de krater 300.000 jaar ouder zijn dan de Krijt/Tertiar grens (K/T) en was niet de inslag de belangrijkste oorzaak van het massa-uitsterven, maar veeleer extreem vulkanisme in India. Deze controverse bracht dr. Peter Schulte, onderzoeker aan de Universiteit van Erlangen in Duitsland, samen met veertig aardwetenschappers uit Europa, de VS, Mexico, Canada en Japan ertoe om nieuwe en gepubliceerde onderzoeksgegevens te bundelen in een overzichtsartikel in het gerenommeerde tijdschrift Science. Hierin stellen zij dat de alternatieve hypothesen niet toereikend zijn om het abrupte massale uitsterven te verklaren en dat de relatie tussen de Chixculub krater en de inslaghypothese beter onderbouwd is dan ooit.

De opeenvolging van fossielen toont overduidelijk dat het wereldwijde massa-uitsterven exact samenvalt met de wereldwijd aangetroffen gesteentelaag die voor een deel bestaat uit resten van de meteoriet en deels uit het uitgeworpen kratermateriaal. De meteoriet met een diameter van 10-15 km (vergelijkbaar met de ring rond Brussel) was waarschijnlijk afkomstig uit de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter en sloeg met een snelheid tussen de 20 en 72 km/seconde in op de aarde. Modelnabootsingen van de Chicxulub-inslag geven aan dat hierbij een miljoen keer meer energie vrijkwam dan bij de zwaarste kernbom die ooit getest werd. Of anders geformuleerd was de energie die vrijkwam vergelijkbaar met 5 miljard Hiroshima-bommen. Een inslag van dit formaat zou inslagmateriaal met hoge snelheid rond de wereld slingeren, aardbevingen met een sterkte groter dan 12 op de schaal van Richter, ineenstorting van de continentale rand, aardverschuivingen en tsunami’s veroorzaken en daarbij een dikke en zeer complexe opeenvolging van gesteenten dicht bij de Chicxulubkrater vormen.

De meteorietinslag betekende het einde van de dino’s, maar maakte tegelijk de opbloei van de zoogdieren op het land en in zee mogelijk. Het was zeker niet de laatste grote gebeurtenis die de ontwikkeling van het leven sturing gaf. Klimatologische veranderingen zoals het thermische maximum aan het begin van het Eoceen – een korte periode van extreem broeikasklimaat zo’n 10 miljoen jaar na de Chicxulub-inslag – bepaalden mede de verdere evolutie van het leven. De twee wetenschappers werken nu samen aan deze problematiek, financieel gesteund door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en het Onderzoeksfonds van de K.U.Leuven en van de VUB.

Meer informatie

Prof. dr. Philippe Claeys (VUB)
phclaeys@vub.ac.be

Prof. dr. Robert Speijer (K.U.Leuven)
Tel: 016-32 64 04
robert.speijer@ees.kuleuven.be

 

©2008 • Vrije Universiteit Brussel • Pleinlaan 2 • 1050 Elsene • Tel.: 02/629.21.11 • info@vub.ac.bedisclaimer