16 maart 2010

Eencelbiopsie bij embryo’s aanzienlijk minder invasief dan tweecelbiopsie

Onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel hebben ontdekt dat het aantal cellen dat weggenomen wordt bij een embryo voor pre-implantatie genetische diagnose of PGD bepalend kan zijn voor de verdere ontwikkeling van het embryo. Wanneer slechts één in plaats van twee cellen van het embryo worden weggenomen voor onderzoek, neemt de kans op een geslaagde implantatie aanzienlijk toe tot ongeveer hetzelfde percentage als bij embryo’s zonder biopsie.

Bij pre-implantatie genetische diagnose (PGD) wordt de genetische samenstelling van een embryo onderzicht nog voor het teruggeplaatst wordt in de baarmoeder. Deze procedure wordt onder meer gebruikt om bepaalde erfelijke ziektes te voorkomen. Voor het onderzoek worden meestal een of twee cellen (blastomeren) weggenomen op de derde dag van de in vitro-ontwikkeling, wanneer menselijke embryo’s normaliter in het achtcellige stadium zitten. Voor de keuze om één of twee cellen weg te nemen moet men de balans maken tussen een veilige en correcte diagnose enerzijds en de vrijwaring van de verdere ontwikkeling van het embryo anderzijds.

Dankzij recente technische ontwikkelingen kunnen sommige tests nu dezelfde accuraatheid bereiken op één cel, als voorheen op twee cellen. Hierdoor kan de biopsieprocedure een stuk minder invasief worden, want bij het wegnemen van slechts één blastomeer wordt de verdere ontwikkeling van het embryo minimaal gecompromitteerd.

Anick De Vos van het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde (UZ Brussel) heeft samen met enkele collega’s de invloed onderzocht van één- of tweecelbiopsie in het achtcellig stadium op de verdere ontwikkeling en de inplanting van het embryo. Ze ontdekten dat tweecelbiopsie een stuk nefaster is dan ééncelbiopsie. Van de embryo’s waarbij twee cellen werden weggenomen, groeide slechts 22,4 procent uit tot een levend geboren kind, terwijl dat aantal voor embryo’s na ééncelbiopsie 37,4 procent bedraagt. Dat laatste leunt erg dicht aan tegen de groep zonder biopsie (35 procent levend geboren kinderen per transfercyclus.

Referentie

A. De Vos, C. Staessen, M. De Rycke, W. Verpoest, P. Haentjens, P. Devroey, I. Liebaers and H. Van de Velde. Impact of cleavage-stage embryo biopsy in view of PGD on human blastocyst implantation: a prospective cohort of single embryo transfers. Human Reproduction 2009 24(12):2988-2996; doi:10.1093/humrep/dep251

Meer informatie

Anick De Vos£
Tel: 02-477 66 97
Anick.devos@uzbrussel.be

©2008 • Vrije Universiteit Brussel • Pleinlaan 2 • 1050 Elsene • Tel.: 02/629.21.11 • info@vub.ac.bedisclaimer