Eetcultuur aan Belgisch hof legt 19 e-eeuwse machtsrelaties bloot

Het Belgische hof van de negentiende eeuw was nog steeds een belangrijk machtscentrum, zoals dat het geval was in het ancien régime. Dat blijkt uit een originele doctoraatsstudie van VUB-historica Daniëlle De Vooght, die aan de hand van de eetcultuur aan het hof de toenmalige politieke machtsrelaties heeft gereconstrueerd.

Op aandringen van de Europese grootmachten werd de Belgische staat bij haar oprichting een monarchie. Maar sinds de Franse Revolutie was de monarchie als instituut grondig geherdefinieerd. Onderzoekster Daniëlle De Vooght van de Vrije Universiteit Brussel stelde zich de vraag of het Belgische hof van de negentiende eeuw nog steeds kan beschouwd worden als een machtscentrum, zoals dat het geval was in het ancien régime. Ze benaderde de vraag vanuit een erg originele invalshoek, namelijk door de studie van de eetcultuur aan het negentiende-eeuwse hof. Deze is immers een weergave van bredere maatschappelijke bewegingen en van machtsrelaties. Zowel de tafelgasten als de maaltijden werden onder onderzocht: wie werd uitgenodigd, in welk gezelschap en hoe vaak, en in welke mate werden maaltijden aangepast aan de genodigden. De Vooght vergeleek veertien verschillende jaartallen, verspreid tussen 1831 en 1909 (de regeerperiodes van Leopold I en Leopold II).

Het onderzoek toont aan dat het Belgische hof in de negentiende eeuw wel degelijk een knooppunt van macht was. Eetgelegenheden aan dat hof waren enerzijds een middel voor de vorsten om hun invloed op allerlei vlakken te onderhouden (of zelfs te creëren). Anderzijds boden deze diners de gasten de gelegenheid betekenisvolle relaties aan te gaan met een grote en verscheiden groep van (invloedrijke) mensen.

Een andere vaststelling is dat de habitués meestal die mensen waren die een belangrijke functie binnen de samenleving uitoefenden. Zo waren de ministers van Buitenlandse Zaken en van Oorlog vaak belangrijke figuren in het netwerk dat ontstond aan de koninklijke eettafel. De inner circle rondom Leopold I was dan ook redelijk standvastig, iets wat minder het geval was tijdens de regeerperiode van Leopold II. In de tweede helft van de negentiende eeuw trad immers een duidelijke diversifiëring van de gastenlijst op. Artiesten, leden van de clerus en zo meer werden ook uitgenodigd door Leopold II, terwijl dit bijna nooit het geval was ten tijde van zijn vader. Volgens De Vooght ligt de meest waarschijnlijke verklaring voor deze evolutie in de wijzigende samenstelling van de politieke machtselite. Almaar meer mensen maakten deel uit van de regerende klasse, en werden hierdoor belangrijk genoeg om uitgenodigd te worden voor een diner bij de koning. Bovendien suggereert deze vaststelling dat de koningen zichzelf nog altijd als de leiders van het land beschouwden.

De Vooght stelde ook een duidelijk verschil vast in kwaliteit van de voeding naargelang de aanwezigen. Terwijl de hoogste genodigden werden vergast op toen nog erg exotische zaken als perziken, artisjok of zelfs een sorbet van ananas en champagne, moest het paleispersoneel tevreden zijn met gebraden kip, erwtjes, sla en kroketten.

Referentie:
Daniëlle De Vooght (2010). Display at the Dining Table? Culinary Networks of Power at the Belgian Royal Court of the Nineteenth Century, Vrije Universiteit Brussel.

Meer informatie:
Dr. Daniëlle De Vooght: 02-629 12 77
danielle.devooght@vub.ac.be

Prof. dr. Peter Scholliers: 02-629 26 70
peter.scholliers@vub.ac.be


 

©2008 • Vrije Universiteit Brussel • Pleinlaan 2 • 1050 Elsene • Tel.: 02/629.21.11 • info@vub.ac.bedisclaimer