Mensen met lage rugpijn gebruiken romp en bekken als één geheel
Mensen met chronische lage rugpijn vertonen niet alleen een grotere lichaamszwaai wanneer ze hun evenwicht proberen te bewaren, maar bewegen bovendien hun romp en bekken meer als één geheel dan gezonde proefpersonen. Dat blijkt uit een experimenteel onderzoek van kinesitherapeute Ulrike Van Daele van de Vrije Universiteit Brussel, die voor het eerst een driedimensionele bewegingsanalyse maakte van bekken en romp tijdens een posturale controletest.
Posturale controle is een belangrijke parameter om bepaalde neuromusculaire problemen op te sporen. Er bestaan verschillende manieren om posturale stabiliteit te onderzoeken, gaande van eenvoudige klinische tests tot hoogtechnologische meetinstrumenten. Om meer objectief gestandaardiseerde informatie te krijgen over iemands evenwichtsstrategieën, is een driedimensionale bewegingsanalyse een belangrijke en waardevolle meting. Samen met enkele collega’s vergeleek kinesitherapeute Ulrike Van Daele van de Vrije Universiteit Brussel een groep mensen met chronische lage rugpijn en een vergelijkbare, maar gezonde controlegroep. Ze maakte hierbij voor het eerst een driedimensionale bewegingsanalyse van bekken en romp tijdens een posturale controletest. Ze liet de proefpersonen geblinddoekt zitten op een oefentol (of wobble board) – een plank met aan de onderzijde een halve bol. Door de proefpersonen de test zittend te laten uitvoeren, werden mogelijke invloeden van de onderste ledematen vermeden. Enkele belangrijke ijkpunten op ruggengraat en bekken werden gemarkeerd met reflecterende plakkers om de bewegingen te kunnen registreren. Drie soorten buigingen werden gemeten: buigen/strekken (voor/achter), rotatie (links/rechts) en zijdelings buigen (links/rechts).
Eerdere studies toonden al aan dat mensen met chronische lage rugpijn een grotere lichaamszwaai vertonen wanneer ze hun evenwicht proberen te bewaren in onstabiele situaties, maar over de driedimensionale bewegingsstrategieën van deze groep was totnogtoe weinig bekend. Uit Van Daele’s onderzoek blijkt nu dat mensen met lage rugpijn een grotere afwijking vertonen de drie onderzochte richtingen dan de controlegroep. Beide groepen gebruikten vooral de rotatie van het bekken en romp als tactiek om verstoringen van hun evenwicht op te vangen. Tot slot bleek ook dat de proefpersonen met lage rugpijn een hogere correlatie vertoonden tussen de bewegingen van hun bekken en hun romp dan de gezonde groep. Hieruit kan men afleiden dat bij mensen met lage rugpijn romp en bekken samen bewegen als één geheel. Dit kan verklaard worden door een actieve stijfheid van de rompspieren, die beletten dat de persoon voortdurend de nodige kleine bewegingscorrecties maakt om het evenwicht te bewaren (die een gezonde persoon wel maakt). Een tweede verklaring kan zijn dat de rugpijnpatiënt anticipatiegedrag vertoont en pijn probeert te vermijden.
De resultaten van het onderzoek vormen een belangrijke stap in het ontwikkelen van nieuwe en betere neuromusculaire revalidatietechnieken.
Referentie:
Van Daele U., Hagman F., Truijen S., Vorlat P., Van Gheluwe B, Vaes P. Differences in Balance Strategies Between Nonspecific Chronic Low Back Pain Patients and Healthy Control Subjects During Unstable Sitting. SPINE Volume 34, Number 11, pp 1233-1238
Meer informatie:
Dr. Ulrike Van Daele: 02-477 45 29
ulrike.van.daele@vub.ac.be
Prof. dr. Peter Vaes: 02-477 43 26
pvaes@vub.ac.be