|
VOOR- EN FAMILIENAMEN |
|
VOOR- EN FAMILIENAMEN
Gonda Van der Vloet
oktober 1994, januari 1998
niveau: gevorderden (liefst in klassen waar niet te veel mensen met een echt buitenlandse of exotische naam zitten)
Voorbereidend werk: opzoeken van de betekenis van de namen in voornamenboeken ( bv. Van Roggen) en in het Verklarend woordenboek van familienamen in België en Noord-Frankrijk (Debrabandere)
De idee voor deze les ontstond bij de aankondiging van de publicatie van het magistrale naslagwerk van Frans Debrabandere, 'Verklarend woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk'. Het leek mij een leuk lesthema, omdat iedereen wel iets over zijn naam kan zeggen, en veel mensen waarschijnlijk toch wel geïnteresseerd zijn in de betekenis en (zo mogelijk) de oorsprong van hun naam. Ik praatte de idee door met een vriend-collega (bedankt, Jef!) en ging in een aantal taalboeken grasduinen naar vergelijkingsmateriaal. Omdat er in die periode uiteraard veel artikels in de pers verschenen over het werk van De Brabandere, had ik al meteen voldoende materiaal op basis waarvan ik de volgende les samenstelde. En sindsdien geef ik ze elk jaar, telkens met oprecht wederzijds plezier.
1. SPREEKVAARDIGHEID 1: INLEIDEND GESPREKJE. (10 min.)
Meestal begin ik de les op de volgende manier: ik schrijf, zwijgend, en tergend langzaam, mijn volledige officiële naam op het bord: Hildegonda Victoria Augusta Van der Vloet. (Mijn ouders hebben nooit vermoed, dat ze mij een dergelijke zwaarbeladen naam hebben gegeven!). Daarna wacht ik gewoon op reacties. Sommige cursisten beginnen te lachen, anderen kijken vragend, sommigen reageren met: wow, wat een lange naam!
Dan pas vraag ik hen wat ik op het bord geschreven heb, en of ze er een idee van hebben wat die naam nu eigenlijk betekent. Meestal weten ze wel wat 'Victoria' betekent, en natuurlijk koppelen ze 'Augusta' aan de welbekende keizer-overwinnaar. Maar met het 'Germaanse' deel hebben ze meer moeite. Ik leg hen dan uit dat ook die twee delen met vechten te maken hebben. Ook de betekenis van de familienaam wordt meestal wel geraden: ergens aan een vloed, aan een water. Ik leg hen dan uit dat dit type naam, evenals de namen met 'ver-' verwijst naar een bepaalde plaats.
2. SPREEKVAARDIGHEID 2: GROEPSWERK. (30 min.)
Ik verdeel de klas nu in groepjes van 3 of 4 mensen en geef hen een werkblad met een aantal vragen, die ze eerst met elkaar moeten bespreken. Ik loop rond, help waar nodig, en verbeter fouten, of schrijf fouten op, zodat ik ze later kan verbeteren. Nadien volgt er een klassikale verwerking, waar uiteraard iedereen aan het woord moet komen. Ik verklap nog niets, en laat ook niet merken of ze het bij het goede eind hebben of niet!
Werkblad:
1. Schrijf je volledige officiële naam:
.........................................................
2. Welke voornamen heb je? Weet je waarom je ouders je die namen gegeven hebben?
.........................................................
3. Hou je van de dagelijkse voornaam? Waarom wel/niet?
.........................................................
4. Weet je wat je voornamen betekenen?
.........................................................
5. Welke voornaam zou je jezelf nu geven?
.........................................................
6. Schrijf 3 jongens- en 3 meisjesnamen op, die je mooi vindt, en bijvoorbeeld aan je kinderen hebt gegeven/zou geven:
1. ..................... 1. .......................
2. ..................... 2. .......................
3. ..................... 3. .......................
7. Heb je ooit een bijnaam gehad? Welke? Waarom?
.........................................................
8. Heb je ooit een bijnaam aan iemand anders gegeven (aan een leraar bijvoorbeeld? Welke? Waarom?)
.........................................................
9. Hou je van je familienaam? Waarom wel/niet?
.........................................................
10. Weet je wat je familienaam betekent? Is dat belangrijk voor jou?
.........................................................
11. Indien je een naam uit een andere taal hebt, probeer hem dan te vertalen naar het Nederlands. Klinkt hij mooi? Kan je zo de betekenis achterhalen?
Als dit alles achter de rug is, deel ik de kopies uit met de door mij op voorhand opgezochte verklaringen. We nemen die samen door, en vergelijken hun idee met de wetenschappelijke verklaringen van de gebruikte voornamenboeken, en van De Brabandere. Er zijn steeds een aantal cursisten die het wisten, of die goed geraden hadden, maar voor de meesten is het vaak een verrassing.
(Uiteraard hangt de duur van dit lesonderdeel af van het aantal cursisten, maar reken gemiddeld een half uur!)
3. LEESVAARDIGHEID: (30 min.)
De cursisten lezen nu individueel het volgende artikel, en beantwoorden de vragen achteraan.
TOBBACK IS EEN VARKENSFOKKER, CRUCKE IS EEN KRUK.
N.B. FKlik op de onderlijnde woorden, dan krijg je de verklaring!
Wist je dat Tobback een varkensfokker of slachter is? Althans, als je voortgaat op de betekenis van de naam. De Batselier is dan weer een bachelier of een jonge edelman. Dehaene is een bijnaam, en Bruyneel een afleiding van bruin. Maar Stalpart is geen stal-paard, maar een stalp-aert. Stalpen betekent ijsberen, en een 'stalpaart' is iemand die ijsbeert. Je vindt het allemaal in het 'Verklarend woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk'. Auteur is de West-Vlaming Frans Debrabandere, die er twaalf jaar aan werkte. Het werd een kanjer van twee dikke delen, waarin Debrabandere maar liefst 150.000 namen verklaart, dateert en voorziet van bibliografische verwijzingen.
Van Rompuy of Rompaey verwijst naar een plaatsnaam - zoals dat met bijna alle namen die met 'van' beginnen het geval is - en betekent 'ruim pad'. Vogels is een bijnaam. Anciaux is de Picardische vorm van het Franse Anselle, een afleiding van de Germaanse voornaam Anselm. Sauwens is een moeilijke. "De betekenis blijft onduidelijk. Iemand opperde als verklaring 'des ouden', de zoon van één of andere oudere, maar daaraan blijf ik twijfelen", zegt Debrabandere. Soms lijkt het simpel, maar dat is het zelden.
De auteur wist dat het een tijdverslindende opdracht was, en dacht meteen aan een tienjarig project. Uiteindelijk rolde het boek pas na twaalf jaar van de persen. Toen hij aan zijn levenswerk begon, was de PC nog niet zo ingeburgerd. Hij werkte met fiches, die hij in schoenendozen bewaarde, en telkens met nieuwe gegevens aanvulde. De computer had hem ongtwijfeld veel werk bespaard.
Aanvankelijk wilde hij zich beperken tot Vlaanderen, maar vrij snel werd het duidelijk dat dat niet mogelijk was. Door de vele Franse namen moest hij varianten zoeken in Wallonië, terwijl er in Frans-Vlaanderen dan weer veel Vlaamse namen voorkomen. De vele contacten met migratiebewegingen, uit en naar Nederland, Duitsland, Wallonië en Picardië, zorgden ervoor dat alles in elkaar verstrengeld zit, en er in het boek ook veel namen verklaard worden die uit die streken afkomstig zijn.
Om een overzicht te krijgen van de bestaande familienamen bracht Frans Debrabandere telefoonboeken bijeen. Hij trok naar bibliotheken en archieven en raadpleegde licentiaats- en doctoraatsverhandelingen. "De beste manier van werken is te vertrekken van oude namen om zo de nieuwe te verklaren. De huidige namen zijn dikwijls wijzigingen van de oude, omdat men ze niet goed begreep. Het kunnen verkeerde interpretaties zijn, zodat het bijzonder moeilijk wordt de herkomst van de naam te vinden."
Door zo veel mogelijk terug te gaan tot de middeleeuwse vorm van de namen, wist de auteur het geheim van talrijke misleidende geslachtsnamen te achterhalen. Stalpaert is daar een voorbeeld van, maar ook Wildemauwe. Die naam heeft helemaal niets met 'mouw' te maken, maar verwijst naar het dorpje Willemeau in Henegouwen.
Het gebruik van toenamen en later familienamen vond in de middeleeuwen ingang. Dat die namen ook erfelijk werden is een mode die vanuit het zuiden kwam overgewaaid. Familienamen zijn streekgebonden, ondanks de vele vertakkingen en migraties. 'Pieters' is Vlaams, 'Peters' is Brabants. Familienamen kunnen verwijzen naar een plaatsnaam, of afgeleid zijn van de naam van de vader (patroniem) of de moeder (metroniem); ze kunnen een beroepsnaam zijn of bijnaam, enz. Frans Debrabandere maakt één een ander duidelijk in een verklarende inleiding.
Van Rossem verwijst naar een plaatsnaam in Brabant en Antwerpen, Crucke is een kruk, Leyers een leider, Werthen een plaatsnaam (riviereiland), Ceulemans een afleiding van Nicolaas of iemand van Keulen, Huybrechts een afleiding van de Germaanse voornaam Hubrecht, enz.
Met dit standaardwerk sluit Frans Debrabandere zijn onderzoek niet echt af. Hij is van plan een handwoordenboek samen te stellen met alleen de verklaringen, zonder de wetenschappelijke verwijzingen.
(naar een artikel van Piet Bonquet in De Standaard, oktober 1993)
Vragen:
1. Verklaar de betekenis van de volgende namen:
a. Anciaux: .............................................
b. Bruyneel: ............................................
c. Ceulemans: ...........................................
d. Crucke: ..............................................
e. De Batselier: ........................................
f. Debrabandere: .......................................
g. Dehaene: .............................................
h. Huybrechts: ..........................................
i. Leyers: ..............................................
j. Stalpaert: ...........................................
k. Tobback:..............................................
l. Van Rompuy: ..........................................
m. Vogels: ..............................................
n. Werthen: .............................................
o. Wildemauwe: ..........................................
4. LUISTER- EN SCHRIJFVAARDIGHEID: HIATENTEKST
De cursisten luisteren twee keer aandachtig naar de voorgelezen tekst. De eerste keer zonder iets te schrijven, de tweede keer vullen ze de ontbrekende woorden in. Nadien volgt een klassikale bespreking en eventuele woordverklaring.
Wie de tweedelige turf, 'Verklarend woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk' ....... ............... neemt, weet dat de auteur, Frans Debrabandere, ............... elke dag bezig moet geweest zijn om een dergelijk groot werk tot een goed .................. te kunnen brengen.
De belangstelling van de auteur beperkte zich ................ tot de namen uit het Kortrijkse. Talrijke publicaties heeft hij eraan .................. . Wanneer die bron omstreeks 1980 zowat ................... was, kwam hij tot het besluit om dan maar alle Belgische namen onder de ................. te nemen. De auteur liet zich niet .................... door de moderne vorm van een familienaam. Wijzigingen van klinkers en medeklinkers, misverstanden, foute vertalingen allerlei, hebben er in de ................. van de eeuwen voor gezorgd dat de zaak anders aangepakt moest worden. Het ........................... van de auteur luidt dan ook: ga zo ver mogelijk terug in de tijd (en de ruimte) om een ................... naamsverklaring te vinden. De duik in de tijd ............... soms verrassende resultaten op. Het monumentale werk van Debrabandere werd een ................. succes. Een eerste ............... van 1.500 exemplaren in voorverkoop was reeds voor de publicatie uitverkocht!
(naar 'Zoals de naam het zegt' van Paul Dossche, Knack, oktober 1993)
Volledige tekst:
5. VERWERKING VAN WOORDENSCHAT EN IDIOOM.
1. Vervang de onderlijnde woorden door een synoniem:
1. Toen vader op de geboorte van zijn eerste kind wachtte, liep _______________________ hij zenuwachtig heen en weer door de gang van het ziekenhuis.
2. Omwille van de varkenspest zijn de laatste jaren heel veel varkenskwekers _____________________________ failliet gegaan.
3. Eerst ____________________________ bestudeerde Debrabanderde alleen de familienamen uit de streek van Kortrijk.
4. Om een goede ___________________ naamsverklaring te vinden moet je zo ver mogelijk teruggaan in de tijd en de ruimte.
5. Het Verklarend woordenboek van familienamen in België en Noord-Frankrijk is een reus _____________________ van een boek geworden.
6. Reeds voor de eigenlijke publicatie was de eerste druk ______________ van het woordenboek uitverkocht.
7. Debrabandere was niet tevreden met de gesuggereerde ____________ verklaring van de naam 'Sauwens'.
8. Het woordenboek bleef niet gelimiteerd ____________________ tot de Belgische namen, maar neemt ook de Noord-Franse namen onder de loep.
2. Vul in onderstaande zinnen een gepast woord in:
1. Na een studie van niet minder dan 12 jaar rolde het boek van Debrabandere eindelijk van de ________________________ .
2. Eigenlijk is het erg jammer dat de minst frequente namen verdwijnen, en veel voorkomende namen de __________________ krijgen!
3. Het gebruik om onze familienamen erfelijk te maken, kwam uit het zuiden _______________________ .
4. Toen de Kortrijkse bron van familienamen _________________ was, begon de auteur aan de studie van alle Belgische namen.
5. Debrabandere had zelf nooit kunnen dromen dat zijn boek zo snel zou uitverkocht zijn. Ja, het werd een _________________ succes.
3. Vul in de volgende zinnen het juiste voorzetsel in:
1. Debrabandere werkte 12 jaar om zijn woordenboek _____ een goed einde te brengen.
2. ________ de loop ________ de eeuwen veranderden veel namen zodanig dat ze nog nauwelijks herkenbaar zijn.
3. Debrabandere wijdde talloze publicaties ________ de studie van familienamen.
4. In 1980 kwam Debrabandere ________ het besluit om alle Belgische familienamen te gaan bestuderen.
5. Gelukkig voor ons besliste Debrabandere rond 1980 om alle Belgische namen ___________ de loep te nemen.