U bent hier

Alumna in de kijker: Martine Tempels

Martine TempelsMartine Tempels, van studente moraalwetenschappen tot ICT Woman of The Year.

Ze is altijd een buitenbeentje geweest, zegt ze zelf. Het is geen overtrokken statement. Als jonge vrouw uit Hasselt besloot Martine Tempels aan de VUB te gaan studeren. Indertijd – we spreken van het jaar 1979 – helemaal geen vanzelfsprekende keuze. Ondertussen staat de durfal van toen aan het hoofd van de business-afdeling van Telenet en mag ze zich ICT Woman of The Year 2012 noemen. Een opmerkelijk parcours, zeker in de mannenwereld die ICT nog steeds is. ‘Zie je wel,’ zegt ze, ‘Ik ben nog steeds een buitenbeentje.’ Een gesprek met een vrouw die haar mannetje staat.

Martine Tempels
Afgestudeerd 1983
Diploma: moraalwetenschappen, bedrijfskunde
Huidige job: Head of Telenet for Business

Was het een bewuste keuze om aan de VUB te gaan studeren?

Ja en nee. Ik wou vooral weg uit Hasselt. Mijn horizon verbreden. Maar ik wou ook niet gaan studeren in een stad waar het vol studenten liep. En zo kwam ik al snel uit op Brussel en de VUB. In die volgorde, moet ik bekennen. Want wat de VUB precies was en waar de universiteit voor stond, daar had ik geen idee van. Het was wel de enige Vlaamse universiteit die in een échte stad lag, niet één die enkel een uitvergroting was van wat ik al kende. Niet dat ik iets tegen Hasselt heb, verre van. Ik voel me nog steeds meer Limburgse dan Brusselse, hoewel ik nu toch al meer dan een kwarteeuw in de hoofdstad woon. Maar toen wou ik vooral uit mijn vertrouwde kader treden. De stap naar Brussel en de VUB was voor mij een stap naar de vrijheid.

En dus schreef je je in voor de opleiding moraalwetenschappen…

Wel ja. Een gevolg van mijn zin voor avontuur. In moraalwetenschappen kreeg je vakken als inleiding tot de psychologie en statistiek. Dat was iets nieuws voor mij, ik vond dat heel spannend. Achteraf bleek dat mijn talenten niet in die richting lagen. Dat is trouwens iets waar ik nu de nadruk op leg in mijn hoedanigheid als ICT-vrouw van het jaar: dat je de jongeren die daar aanleg voor hebben moet inspireren te kiezen voor een technologische richting, en zeker voor IT. Ik ben altijd goed geweest in wetenschappen en wiskunde. Mijn brein werkt binair, ik denk in termen van ja-nee. Maar hoewel ik duidelijk aanleg had voor wetenschappen, werd ik daar op de middelbare school helemaal niet in aangemoedigd. Je moet de jongeren stimuleren in hun passie, zeker in wetenschappelijke of technologische richtingen. Het is iets waar ik in mijn voordrachten altijd sterk op hamer. Daarop, en op twee andere thema’s: jonge vrouwen en carrière, en de balans tussen werk en leven.

Maar ondertussen maakte je je opleiding wel af.

Inderdaad. En het was nu ook niet zo, dat ik het allemaal verloren tijd vond. Integendeel, sommige profs – waaronder de legendarische Leopold Flam – waren heel authentieke figuren. En ik put in mijn professionele relaties vaak nog uit de brede achtergrond die ik me toen eigen heb gemaakt. Ook dat maakt me een buitenbeentje in het IT-wereldje: mijn opleiding. Maar in 1983 stond ik wel met een diploma in handen waar op de penibele arbeidsmarkt van toen niets mee aan te vangen viel. Ik ben dan maar een jaar lang vertrokken. Eerst naar Australië en vandaar naar Indonesië. En daar daagde het plots. De mensen bezaten er weinig of niets, dus daar lag het geluk niet. Toen dacht ik, je moet niet eerst een volledig beeld hebben van wat je wilt doen voor je je in beweging zet. Belangrijk is dat je iéts doet. Dus meteen nadat ik terugkwam, heb ik de rekruteringsadvertenties uitgepluisd. Uiteindelijk kwam ik terecht bij een linnenverhuurbedrijf, waar ik deur-aan-deur verkoop moest doen. Een keiharde job, maar het leerde me wel dat ik kon omgaan met klanten en resultaten bereiken. Nu, het bedrijf en het werk interesseerden me niet. Wat ik wou doen, was iets waarbij ik op investeringsprojecten kon werken en langetermijnrelaties opbouwen. Maar daarvoor had ik niet het juiste diploma. Dus zegde ik mijn job op en schreef ik me opnieuw aan de VUB in, nu voor een bijzondere licentie bedrijfskunde.

Een goede beslissing, die bijzondere licentie.

Zeker en vast. Om te beginnen, vond ik de opleiding een fluitje van een cent. Het kwam tegemoet aan mijn binaire ingesteldheid: iets is juist of verkeerd. Na de opleiding ben ik dan tijdens een werkbeurs – dat heette toen campusrekrutering – geselecteerd om bij een informaticabedrijf te gaan werken. Nu gaven ze daar de nieuwkomers een jaar lang opleiding, en na die opleiding kwam ik terecht bij de sales, waar ik dan heel succesvol bleek te zijn.

Zou je als jonge vrouw ook nu nog voor de VUB kiezen?

Jazeker. De VUB blijft toch iets aparts in het universitaire landschap van Vlaanderen. Je komt er terecht op een schitterende campus. En daaromheen ligt die grote, kosmopolitische stad. Dat geeft een heel apart gevoel, iets dat je in ons landje aan geen andere universiteit ervaart. Nu heb ik het wel altijd jammer gevonden dat de VUB zo weinig initiatieven onderneemt naar de ondernemingswereld. Ik heb althans in mijn hele carrière, die toch succesvol is, nooit iets ontvangen vanuit de VUB. Ik vraag me ook af wat nu precies de positionering is van de VUB naar bedrijven toe. Nu ja, ook dat maakt de VUB op een bepaalde manier speciaal natuurlijk. Plus, er beweegt blijkbaar toch heel wat, de laatste tijd. Initiatieven zoals VUB Fellows en Stewardship of Finance vind ik een heel goed idee. Ze tonen aan dat de VUB toch meer aansluiting zoekt bij de ondernemers. Dat maakt me heel blij, want het is en blijft toch ‘mijn’ universiteit. Hoe hoger ik er mee kan oplopen, hoe liever ik het heb.