U bent hier

SURF-onderzoeksgroep ontrafelt eeuwenoud Manneken Pis-mysterie

Logo SURFBrussels bekendste ketje draagt een tumultueus en bijwijlen duister verleden met zich mee. In de context van de Oostenrijkse Successieoorlog werd hij in 1745 door jaloerse Engelse soldaten ontvoerd. In 1817 zou hij in een gelijkaardig parket sukkelen, deze keer aan de hand van de snelle handen van een lokale dwangarbeider. Ter troost werd de Brusselaars toen het volgende rijmpje gepresenteerd:

Ey lieve meisjes! Staakt geschrei!
Al koomt gy door dees dievery
een zoeten troost te missen,
hij zal met nerstig onderzoek
nog wel eens koomen uit den hoek
om zonder schroom te pissen.

En inderdaad: kort nadien werd hij teruggevonden. Om in 1965 opnieuw te verdwijnen. En in 1966 opnieuw te worden teruggevonden, deze keer in het kanaal Brussel-Charleroi. In twee stukken.

O.G.

Het origineel gemeentelijk-administratief sanctioneerbare jongetje werd, zoveel is zeker, in 1619 in opdracht van het stadsbestuur door Hiëronymus Duquesnoy de Oudere afgewerkt. Eveneens zeker, is dat het Brusselse stadsmuseum, in het Broodhuis op de Grote Markt, sinds 1966 het in het kanaal teruggevonden Manneken huisvest. En dat dit exemplaar in 2003 werd gerenoveerd en sindsdien wordt tentoongesteld. Maar of dit ook werkelijk het origineel is, is al jaren voer voor kunsthistorische discussies.

Discussies die ULB-doctoraatsstudente Géraldine Patigny, in het kader van haar thesis over het Brusselse atelier van de Duquesnoy-kunstenaarsfamilie, nu voor eens en voor altijd tracht te beslechten. Maar helaas: het bestaan van verschillende kopieën, het Mannekens gejaagde jeugd en zijn folkloristische functie, maken dit makkelijker gezegd dan gedaan. Diepgaande kunstwetenschappelijke en archiefstudies geven geen uitsluitsel.

SURF’s up

Biedt wel soelaas: VUB-onderzoeksgroep SURF, een golf aan expertise in electcrochemical and surface engineering. Zij zullen, onder leiding van PostDoc-onderzoekster Amandine Crabbé, de bronssamenstelling van de verschillende delen van het standbeeldje bestuderen.

Meneertje Pis bestaat hierbij uit drie analytische componenten:

  • Het bovenste deel, van kop tot knieën, waarover de soldeerlijn loopt ten gevolge van de reparaties die werden uitgevoerd na het Mannekens zwempartij in het kanaal;
  • Het onderste deel, van zijn knieën tot en met zijn voetjes;
  • Zijn voetstuk.

De analyse zal gebeuren in twee fases. Eerst zal het beeldje in beeld worden gebracht door een X-straalfluorescentiespectroscoop. Dit is een dankbare, want niet-beschadigende technologie. Zonder het beeldje ook maar aan te raken, kunnen de X-stralen een hele hoop aan het licht brengen. Het team zal onder andere de chemische compositie en relatieve chemische concentraties van het onderste en bovenste deel van Manneken Pis kunnen vergelijken.

Maar het blijft een oppervlaktemeting. Roest kan roet in het eten gooien. En maakt het hoe dan ook onmogelijk doorslaggevende uitspraken te doen over de bronssamenstelling van de verschillende delen. Hierom staat er ook een tweede testfase op het programma. Afhankelijk van de resultaten van de eerste reeks experimenten, zullen er drie kleine stalen worden genomen, één van elk onderdeel van het beeldje. Aan de hand van deze staaltjes kan de samenstelling van zowel de corrosielaag als het onderliggende brons grondig worden geanalyseerd. En bekomen we, hopelijk, ook eindelijk een antwoord op de vraag die al eeuwen in Brusselse harten brandt.

We houden je op de hoogte. Moge de hopeloos nieuwsgierigen zich ondertussen alvast getroosten met de wetenschap dat het vocht dat Manneken Pis, euhm, extraheert, meestal gewoon water is.