U bent hier

Sociaal handhavings- en procesrecht

Sociaal handhavings- en procesrecht

6 ECTS-credits
150 uur studietijd

Aanbieding 1 met studiegidsnummer 4001570FNW voor werkstudenten in het 1e semester met een gespecialiseerd master niveau.

De informatie over dit studiedeel is van toepassing op het academiejaar 2017-2018.

Semester
1e semester
Inschrijving onder examencontract
Onmogelijk
Beoordelingsvoet

Beoordeling (0 tot 20)

2e zittijd mogelijk
Ja
Inschrijvingsvereisten
De student is ingeschreven voor alle studiedelen uit de eerste Master in de Rechten en heeft reeds 30 studiepunten verworven uit de opleiding Master in de Rechten. Of de student is ingeschreven in een ander traject waar het opleidingsonderdeel voorkomt. Inschrijven voor dit opleidingsonderdeel is enkel mogelijk voor werkstudenten. Dagstudenten kunnen enkel registreren voor opleidingsonderdelen waarvan de code eindigt op een R
Onderwijstaal
Nederlands
Faculteit
Faculteit Recht en Criminologie
Vakgroep
Publiek recht
Onderwijsteam:
Onderdelen en contacturen
  • 18 contacturen Hoorcollege
  • 100 contacturen Zelfwerk en -studie
Inhoud

In de hoorcolleges worden de afbakening en de structuur van het sociaal handhavingsrecht respectievelijk het sociaal procesrecht, de ontwikkeling, de bronnen en de basisbeginselen van beide deelgebieden van het recht toegelicht en een aantal specifieke knelpunten besproken. Aandacht wordt besteed aan de achterliggende maatschappelijke problemen en de daarbij betrokken actoren.


Het opleidingsonderdeel behandelt:

deel 1 Sociaal handhavingsrecht

-toezicht en opsporing van sociaalrechtelijke misdrijven
-materieel sociaal strafrecht
-procedureel sociaal strafrecht
-administratieve geldboeten
-administratieve sancties
-burgerlijke sancties

deel 2 Sociaal procesrecht

-afwikkeling van geschillen buiten het gerecht om
-rechtsingang
-bevoegdheid van de arbeidsrechtbank
-kort geding
-de rol van het arbeidsauditoraat
-de behandeling van de zaak ter terechtzitting
-de uitspraak van de rechter
-de rechtsmiddelen

De daarbij aansluitende opdracht bestaat in de deelname aan een oefenrechtbank. Deze biedt de studenten de gelegenheid door begeleide zelfstudie een grondigere kennis van het sociaal handhavings- en procesrecht te verwerven en hun vaardigheid in het hanteren van de specifieke rechtsbronnen verder te ontwikkelen.

Voor de communicatie met en tussen de studenten wordt een beroep gedaan op het teleleerplatform PointCarré

Studiemateriaal
  • Digitaal cursusmateriaal (Vereist): Door de titularis via het teleleerplatform ter beschikking gestelde slides en teksten
Bijkomende info

Bijkomende informatie kan worden verkregen bij de titularis (ksalomez@vub.ac.be) en via het teleleerplatform. 1)Door de titularis via het teleleerplatform ter beschikking gestelde slides en teksten




Aanvullend studiemateriaal:
Lijst van aanvullend studiemateriaal wordt door de titularis opgegeven in de slides.

Leerresultaten

Algemene competenties

Dit opleidingsonderdeel strekt ertoe de studenten te brengen tot een gevorderd niveau van kennis van het sociaal procesrecht en van het sociaal handhavingsrecht en tot inzicht in de totstandkoming en de bredere juridische en maatschappelijke context van beide deelgebieden van het sociaal recht. Het beoogt aldus de studenten in staat te stellen hetzij de autonome beoefening van wetenschappelijk onderzoek in het sociaal recht aan te vatten als beginnend onderzoeker, hetzij op autonome wijze hun wetenschappelijke kennis van het sociaal recht aan te wenden bij de eerste confrontatie met de gespecialiseerde beroepsuitoefening.

De studenten zien het belang van het sociaal procesrecht en het sociaal handhavingsrecht voor de verdere ontwikkeling van het sociaal recht. Zij kennen de regels die gelden met het oog op het voeren van gerechtelijke procedures tot beslechting van sociaalrechtelijke geschillen. Zij kennen de regels die gelden bij het opleggen van diverse soorten sancties waarmee de wetgever de handhaving van het sociaal recht nastreeft. Zij ontwikkelen de reflex om die rechtsregels te toetsen aan normen die een hogere plaats innemen in de hiërarchie van de in ons land geldende rechtsnormen.

De studenten ontwikkelen een verregaande vaardigheid in het hanteren van de specifieke bronnen van het sociaal handhavings- en procesrecht en beschikken over het nodige referentiekader en de vereiste vaardigheden voor de zelfstandige toepassing van het sociaal procesrecht en het sociaal handhavingsrecht en voor het zelfstandig integreren van nieuwe kennis inzake deze deelgebieden van het sociaal recht.
Beoordelingsinformatie

De beoordeling bestaat uit volgende opdrachtcategorieën:

  • Examen Schriftelijk bepaalt 50% van het eindcijfer.
  • WPO Praktijkopdracht bepaalt 50% van het eindcijfer.

Binnen de categorie Examen Schriftelijk dient men volgende opdrachten af te werken:

Examen Schriftelijk met een wegingsfactor 1 en aldus 50% van het totale eindcijfer.

Binnen de categorie WPO Praktijkopdracht dient men volgende opdrachten af te werken:

Opdrachten met een wegingsfactor 1 en aldus 50% van het totale eindcijfer.

Toelichting: De studenten worden geëvalueerd op basis van de uitvoering van de hun toevertrouwde opdrachten in het kader van de oefenrechtbank en de adviesverlening.

Aanvullende info met betrekking tot examinering

De studenten worden geëvalueerd op basis van de uitvoering van de hun toevertrouwde opdrachten in het kader van de oefenrechtbank.
De studenten worden geëvalueerd, enerzijds, op basis van de uitvoering van de hun toevertrouwde opdrachten in het kader van de oefenrechtbank en, anderzijds aan de hand van een examen. Ieder van beide opdrachten wordt gequoteerd op tien punten. Het globale cijfer bestaat uit de som van beide deelcijfers. Een student die één van beide evaluatieproeven niet vervult, is niet geslaagd, onverminderd vrijstellingen en overdrachten.

De evaluatie geschiedt, wat de oefenrechtbank betreft, rekening houdend met de overzichtelijkheid waarmee procedurestukken worden opgesteld en de mondelinge voorstelling wordt gehouden, de logische opbouw van de juridische argumentering, de beantwoording van door andere partijen opgeworpen argumenten, de precieze omschrijving van wat wordt gevorderd en, in het algemeen, de wijze waarop de pleidooien worden gehouden of de adviezen worden uitgebracht.

Het examen peilt naar de kennis van en het inzicht in de aangeduide gedeelten van de leerstof.