U bent hier

De toekomst van PPS-projecten in krappe budgettaire tijden

Het Grontmij kantoor in Brussel vormde het decor voor de 8ste Advisory Board Meeting van de Leerstoel in PPS van de VUB. Het thema van het panelgesprek was de toekomst van Publiek-Private Samenwerkingen in de huidige besparingscontext en de visie hierop van een aantal deskundigen.

In de discussie kwamen sprekers aan bod die de Vlaamse overheidsadministratie, de Europese Commissie en de ondernemingswereld vertegenwoordigen. De panelleden waren Filip Boelaert (Secretaris-generaal bij de Vlaamse overheid – Departement Mobiliteit en Openbare Werken), Bernardo Urrutia (Administrateur bij de Europese Commissie – DG Vervoer en Mobiliteit), Hedwig van der Borght (Secretaris-generaal bij de Vlaamse overheid – Financiën en Begroting), Johan Ceyssens (Gedelegeerd bestuurder – Kumpen – Aswebo), Jan Bosschem (Strategisch adviseur van het dagelijks bestuur – Grontmij) en moderator Rik Houthaeve (Business Development Manager Transport en Mobiliteit – Grontmij).
Realisaties
Het afgelopen decennium zijn in Vlaanderen verschillende PPS-projecten gerealiseerd, onder meer binnen het Via-Invest programma. Zo zijn de missing links als de Noord-Zuid verbinding in de Kempen, de R4 in Gent, het Diabolo project Brussel Luchthaven en de A11 snelweg Brugge-Westkapelle er eindelijk gekomen dankzij het opzetten van een PPS-constructie. In een tweede Via-Invest programma komen o.a. de volgende projecten in aanmerking om via een PPS-constructie op de markt te worden gebracht: de A19 Ieper-Veurne, het oostelijk en westelijk gedeelte van de R4, de R0 in Brussel en de verhoging van de bruggen over het Albertkanaal.
De A11 snelweg is trouwens gefinancierd via projectobligaties. Op dat moment was het de eerste keer dat de uitgifte van een projectobligatie, met de ondersteuning van de Europese Investeringsbank (EIB), gebruikt werd als financieringsbron voor Publiek-Private Samenwerkingsverbanden in de EU.
Voordelen
Het realiseren van deze projecten via PPS levert een aantal voordelen op, zoals een betere verdeling en beheersing van de risico’s én een meer innovatief projectontwerp vergeleken met niet-PPS projecten. Soms wordt er geopperd dat PPS-projecten juist duurder zijn in vergelijking met projecten die volledig gefinancierd worden met overheidsmiddelen. De overdracht van de risico’s en de inbreng van private financiering leidt tot hogere transactiekosten. Grotere projecten hebben hier echter een voordeel wanneer ze uitgevoerd worden onder de PPS-paraplu, omdat ze door hun omvang gemakkelijker het hoofd kunnen bieden aan transactiekosten. Daarnaast kunnen projecten ook veel goedkoper gerealiseerd worden wanneer ze uitgevoerd worden binnen het PPS-kader. Zo wijzen volgens Johan Ceyssens, studies uit dat PPS-projecten zo’n 10 tot 13 procent goedkoper zijn tijdens de bouwfase (CAPEX).
Meerwaarde
Elk PPS-project moet aan drie voorwaarden voldoen, aldus Filip Boelaert. Elk project moet steeds een economische meerwaarde creëren. Ten tweede moet elk project voor een operationele meerwaarde zorgen, bijvoorbeeld door het toepassen van de levenscyclusbenadering. Ten derde moet elk project ook een maatschappelijke meerwaarde creëren, door projecten sneller en met een hogere kwaliteit te realiseren. Hier is nog een belangrijke rol weggelegd voor het wetenschappelijk onderzoek om deze economische, maatschappelijke en operationele meerwaarde te objectiveren en kwantificeren.
Waarom voor PPS kiezen?
Door het toepassen van een systeem van jaarlijkse beschikbaarheidsvergoedingen kunnen PPS-projecten een negatieve impact hebben op de toekomstige begrotingen. Maar de afgelopen jaren koos men desondanks vaak voor een PPS-constructie, vooral omwille van twee duidelijke pluspunten: ESR-neutraliteit (Europees Stelsel van Rekeningen) en de mogelijkheid om infrastructuurinvesteringen met private middelen te financieren. De invoering en striktere interpretatie van de ESA 2010, dat de richtlijnen uitzet voor de opname van PPS-projecten in de nationale boekhouding, heeft tot gevolg dat er strenger wordt toegezien of er een effectieve overdracht van risico’s plaatsvindt. 
Value for money
De financiële crisis heeft dus het kader waarbinnen PPS-constructies opereren grondig veranderd. De oplopende begrotingstekorten beperken de budgettaire ruimte van de overheid om de economie te ondersteunen. Dit op een moment dat de economie juist grote nood heeft aan extra investeringen. De crisis heeft er wel voor gezorgd dat nieuwe spelers, zoals pensioenfondsen, actief zijn geworden in de PPS-markt. 
De perspectieven van Publiek-Private Samenwerkingen zullen volgens de sprekers dan ook erg afhangen van de mate waarin men de focus verschuift van de krappe budgettaire situatie naar de ‘value for money’ die door PPS gecreëerd wordt. Deze ‘value for money’ houdt naast de puur financiële aspecten ook rekening met de maatschappelijke meerwaarde die PPS-projecten genereren, alsook met duurzaamheidsaspecten en innovatie. Bij het evalueren van PPS moeten we daarom steeds kijken naar de ‘value for money’ die een project genereert en de structuur en contracten daaraan aanpassen. Naast deze veranderende focus zijn er nog een aantal uitdagingen in de PPS-markt: o.a. de standaardisering van de procedures om zo de transactiekosten te beperken, de samenwerking tussen twee of meerdere publieke entiteiten op verschillende niveaus en het optimaal betrekken van alle stakeholders bij het project, zoals het onderzoek van de leerstoel al eerder aangaf.
Cruciale rol EU
De toekomst van PPS in België zal sterk afhangen van de rol die de Europese Unie in dit hele verhaal gaat spelen. De Europese Unie zou de komende jaren meer dan 300 miljard euro vrijmaken voor investeringen in infrastructuurprojecten om zo het economisch herstel mee te ondersteunen. De grootste uitdaging op Europees niveau zal er dus in bestaan om de juiste projecten te selecteren, op Belgisch niveau bestaat de belangrijkste uitdaging erin om maximale subsidies te verkrijgen. Een heikel punt blijft wel de vele controlemechanismen en het trage besluitvormingsproces langs overheidszijde. Hierdoor gaat er veel kostbare tijd verloren vooraleer de fondsen effectief gebruikt kunnen worden om te investeren. Bernardo Urrutia verzekert de aanwezigen dat er hard wordt gewerkt om de besluitvorming te versnellen, anders wordt de doelstelling om het economisch herstel te ondersteunen niet gehaald. België is bovendien ideaal gelegen om in aanmerking te komen voor Europese subsidies: belangrijke knooppunten op het wegen- en waternetwerk bevinden zich namelijk in ons land.
Over de Leerstoel in PPS
De Vrije Universiteit Brussel, Deloitte, Grontmij en Laga hebben in 2010 samen het Universitair Expertisecentrum voor PPS (VUB Chair in PPP) opgericht waar nationale en internationale experts elkaar ontmoeten en onderzoek verricht wordt naar het potentieel en de succesvolle realisatie van Publiek-Private Samenwerkingsprojecten. Titularis van de leerstoel is heden Prof. dr. Elvira Haezendonck (en Prof. dr. Lieven De Moor, vanaf 1 januari 2015) van de Faculteit Economische en Sociale Wetenschappen & Solvay Business School. De doctorale onderzoekers zijn Geoffrey Aerts en Wouter Thierie.
Voor meer informatie over dit persartikel kan u terecht bij Prof. dr. Lieven De Moor (lieven.de.moor@vub.ac.be) en Wouter Thierie (wouter.thierie@vub.ac.be).
Persrelaties Vrije Universiteit Brussel
Sicco Wittermans Tel 02-629 21 37 Mob 0473-96 41 37

Perscontacten

Contacteer de perscontacten van de VUB

Mocht u er niet in slagen de gewenste contactpersoon te vinden, dan kunt u altijd contact opnemen met de persrelaties:
+(32) 473/96 41 37 
sicco.wittermans@vub.ac.be