Algemeen
Om via het elektronisch bestelsysteem RAPTOOLS informatie te kunnen verzamelen over de bestelling van Persoonlijke Berschermingsmiddelen is het van het grootste belang dat die bestellingen geplaatst worden onder het juiste artikelnummer: WA0483
Volgens Richtlijn 89/686/EEG zijn persoonlijke beschermingsmiddelen
(P.B.M.) gedefinieerd als "een uitrustingsstuk of -middel dat bestemd
is om door een persoon te worden gedragen of vastgehouden als bescherming
tegen één of meer gevaren die een bedreiging voor zijn gezondheid
of zijn veiligheid kunnen vormen". Ook combinaties van beschermingsuitrustingen
of van beschermingsmiddelen met niet beschermende uitrustingen of
essentiële onderdelen van beschermingsuitrustingen vallen onder
deze definitie.
Op basis van deze definitie is het reeds vrij duidelijk wat onder
het begrip valt en wat niet. Toch zijn een aantal types uitrustingen,
die aan de definitie voldoen, niet als PBM te beschouwen omdat ze
expliciet uitgesloten zijn van het toepassingsgebied van de richtlijn:
- P.B.M. voor strijdkrachten en ordehandhaving;
- P.B.M. bedoeld voor zelfverdediging;
- P.B.M. voor particulier gebruik, bedoeld als bescherming tegen
weersomstandigheden, vocht en hitte (b.v. regenjassen, paraplu's,
zonnehoeden, afwashandschoenen, ovenwanten, e.d.);
- P.B.M. bedoeld voor gebruik aan boord van schepen of vliegtuigen,
waar ze niet permanent gedragen worden (reddingsvesten, zuurstofmaskers,
e.d.); motorhelmen en vizieren voor motorhelmen (vallen onder
een andere richtlijn).
Aan de andere kant zijn er uitrustingen, die wel door personen
tijdens het werk worden gedragen of gebruikt, maar die niet aan
de definitie voldoen omdat ze niet bedoeld zijn om te beschermen.
Uniformkleding, werkkleding, of een correctiebril zijn hier voorbeelden
van. Zij mogen niet als P.B.M. beschouwd worden en zijn bijgevolg
niet aan de door de richtlijn voorgeschreven procedures onderworpen.
Nergens wordt vermeld dat het toepassingsgebied van de richtlijn
beperkt is tot industrieel gebruikte P.B.M.. Dit betekent dat ook
P.B.M. voor privé-gebruik, hobby of sport, onder de toepassing van
de richtlijn vallen, met uitzondering natuurlijk van de hierboven
vermelde groepen.
De Europese richtlijn 89/686/EEG
is in Belgisch recht omgezet door het Koninklijk Besluit van 31
december 1992 (B.S., 4 februari 1995). Deze richtlijn legt de
voorwaarden vast voor het op de markt brengen en het vrije verkeer
van persoonlijke beschermingsmiddelen binnen de Europese gemeenschap.
Het hoofd van de dienst voor Preventie en Bescherming of één van
zijn adjuncten en de arbeidsgeneesheer nemen deel aan de voorbereidende werkzaamheden voor het opstellen van de
bestelling. Indien noodzakelijk, doen zij aanvullende vereisten
bijvoegen op het gebied van de veiligheid en de hygiëne na raadpleging,
indien nodig, van andere bevoegde personen.
Het Koninklijk Besluit van 7 augustus 1995 (B.S. 15/09/1995 )
betreffende het gebruik van persoonlijke
beschermingsmiddelen is grotendeels de omzetting van de Europese
richtlijn 89/656/EEG van 30 november 1989 naar de Belgische Wetgeving.
Op zich is deze laatste richtlijn een uitvoeringsrichtlijn van de
Kaderrichtlijn 89/391/EEG betreffende maatregelen ter verbetering
van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk.
De Richtlijn 89/686/EEG vertrekt voor de
indeling van de P.B.M. van drie categorieën, waarvan er slechts
twee uitdrukkelijk in de richtlijn worden vermeld, met een opsomming
van de P.B.M. die tot deze categorieën behoren. Hieruit mag men
logischerwijze afleiden dat alle P.B.M. die binnen het toepassingsgebied
van de richtlijn vallen, maar niet tot één van beide categorieën
behoren, deel uitmaken van de andere groep.
Zoals gezegd moet de fabrikant van P.B.M., of de invoerder in
de Europese Unie, aantonen dat zijn product voldoet aan de basisvereisten
van de Richtlijn 89/686/EEG. Als bewijs daarvan markeert hij zijn
product met het CE-merkteken en
legt hij een verklaring van overeenstemming af
Via onderstaande links kan u meer informatie vinden over :