Vrije Universiteit Brussel


Persoonlijke Berschermingsmiddelen

Certificering

De certtificering is enkel voor invoerders (in de EEG) of fabrikanten van PBM.

Zoals eerder vermeld moet de fabrikant van P.B.M., of de invoerder in de Europese Unie, aantonen dat zijn product voldoet aan de basisvereisten van de Richtlijn 89/686/EEG. Als bewijs daarvan markeert hij zijn product met het CE-merkteken en legt hij een verklaring van overeenstemming af.

De procedure om conformiteit met de wettelijke vereisten aan te tonen verschilt per categorie van P.B.M.. Ze is echter wel trapsgewijs opgebouwd zodat al de vereisten van de lagere categorieën ook in de hogere opgenomen zijn, samen met aanvullende vereisten.

Voor de categorie I (eenvoudig ontwerp - klein risico) berust de verantwoordelijkheid volledig bij de fabrikant. Hij is wel verplicht een technisch dossier aan te leggen, waarin aangetoond wordt dat het product conform is met de relevante basiseisen. Daarbij kan uiteraard gebruik gemaakt worden van Europese normen, maar ook plannen, tekeningen, berekeningen e.d. horen in dit dossier thuis. Het technisch dossier moet ter beschikking gehouden worden van de toezichthoudende overheid en dient dus als bewijs dat de fabrikant het nodige gedaan heeft om een veilig product af te leveren, wanneer er betwistingen rijzen.

Voor de categorie II (de tussenliggende categorie) is een bijkomende stap vereist, namelijk de type-goedkeuring. Hierin is ook een onafhankelijke derde partij betrokken: de aangemelde instantie (notified body, organisme agréé). Deze aangemelde instanties worden door de bevoegde overheid van elke Europese lidstaat aangewezen voor welbepaalde families van P.B.M.. De fabrikant moet aan de aangemelde instantie van zijn keuze een technisch dossier (vergelijkbaar maar niet identiek aan het eerder vermelde) en een aantal prototypes overmaken. Hierop worden dan de nodige testen uitgevoerd om conformiteit vast te stellen en wordt er tevens een evaluatie van het technisch dossier doorgevoerd. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan de informatie die de fabrikant aan de gebruiker zal verstrekken.

In België werden twee aangemelde instanties erkend:

  • ISSEP voor ademhalingsbescherming;
  • CENTEXBEl voor beschermkleding.

Hoewel door één lidstaat aangeduid, hebben de aangemelde instanties de bevoegdheid ook keuringsaanvragen uit andere landen te behandelen.

De procedure voor P.B.M. categorie III (complex ontwerp - hoog risico) gaat nog een stap verder. De verplichting tot het opmaken van een technisch dossier en tot het laten uitvoeren van een type-goedkeuring blijven uiteraard bestaan. Daarbij wordt aan de fabrikant nog bijkomend de verplichting opgelegd de kwaliteit van zijn product permanent te onderwerpen aan de supervisie van een aangemelde instantie. De term "permanent" moet hier niet letterlijk genomen worden. De bedoeling is eigenlijk dat de controle op regelmatige tijdstippen uitgevoerd wordt, m.a.w. dat de fabrikant voldoende waarborgen kan bieden voor een constante en conforme kwaliteit. De fabrikant heeft daarbij de keuze tussen twee systemen. Hij kan kiezen voor een staalname, die eenmaal per jaar moet gebeuren en waarbij de aangemelde instantie door proeven de conformiteit zal nagaan. Hij kan ook op regelmatige tijdstippen zijn eigen kwaliteitsborgingssysteem (b.v. van het type ISO 9000) door een aangemelde instantie laten doorlichten. Belangrijk is ook dat de aangemelde instanties voor permanente kwaliteitscontrole niet noodzakelijk dezelfde zijn als voor de type-goedkeuring.

Model van verklaring van overeenstemming

De fabrikant, of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde verklaart dat het beschreven persoonlijk beschermingsmiddel in overeenstemming is met de bepalingen van de Richtlijn 89/686/EEG van 21 december 1989 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen en, in voorkomend geval, met de nationale norm waarin de geharmoniseerde norm is vervat.

Begeleidende informatie

Dit is enkel voor de gebruiker van P.B.M.

Een van de basiseisen die in de Richtlijn 89/686/EEG opgesomd worden, en die geldt voor alle types P.B.M., is de verplichting voor de fabrikant om een informatieve nota voor de gebruiker ter beschikking te stellen. Deze informatieve nota moet opgesteld zijn in de taal van het land (de streek) waar de P.B.M. zullen gebruikt worden. Bovendien moet de gebruikte taal ondubbelzinnig en voor de gebruiker verstaanbaar zijn.

Elke informatieve nota moet trouwens een aantal elementen bevatten:

  • duidelijke identificatie van de fabrikant en van het product, zodat de gebruiker kan vaststellen dat de informatie die hij leest wel degelijk betrekking heeft op de P.B.M. dat hij wil gebruiken;
  • informatie over de risico's waartegen de P.B.M. beschermt;
  • een verklaring van de op de P.B.M. aangebrachte aanduidingen;
  • een overzicht van de voornaamste eigenschappen van de P.B.M., maar ook van de ge-bruiksbeperkingen;
  • alle nuttige en relevante gebruiks- en onderhoudsinformatie: aan- en uittrekken, uit te voeren controles, reinigings- en ontsmettingsprocedures;
  • wisselstukken, frequentie van onderhoud, enz.

De verplichting een informatieve nota te verstrekken is duidelijk een stap vooruit. De fabrikant moet duidelijk een aantal aanwijzingen geven die de kans op verkeerd gebruik verminderen.

Normalisatie

Door de uitgebreidheid van het domein en het aantal technologieën en disciplines die bij P.B.M. betrokken zijn, is de Europese normalisatie rond P.B.M. verdeeld over zeven verschillende TC's (Technische Comités). Los daarvan moet ook TC 122 vermeld worden die zich met normalisatie rond ergonomie bezighoudt, en daardoor dus ook op het terrein van P.B.M. belangrijk is.

Samen behandelen deze zeven TC's ongeveer 300 werkitems, waaruit ongeveer evenveel normen zullen resulteren. Afgezien van de TC's ademhalingsbescherming en oogbescherming, die reeds eerder actief waren, zijn de andere TC's gestart in 1988 als een direct gevolg van de "Nieuwe Aanpak-Richtlijnen" en de Richtlijn 89/686/EEG die op dat ogenblik in voorbereiding was. Boven de TC's werd een overkoepelende structuur gecreëerd, BTS 4, die toeliet gemeenschappelijke problemen te behandelen.

  • TC 79 : Bescherming van de ademhalingswegen
  • TC 85 : Oogbescherming
  • TC 158 : Veiligheidshelmen
  • TC 159 : Gehoorbescherming
  • TC 160 : Bescherming tegen het vallen
  • TC 161 : Voet- en beenbescherming
  • TC 162 : Beschermende kleding (inclusief handschoenen)

Gemeenschappelijke kenmerken van de nieuwe geharmoniseerde Europese normen

De 300 werkitems, waaraan door de zeven TC's sinds 1988 gewerkt wordt, zijn op dit ogenblik voor een goed deel afgewerkt of in de eindfase. Ondanks hun enorme verscheidenheid bevatten zij toch een aantal gemeenschappelijke kenmerken, die in sommige gevallen duidelijk vernieuwend zijn:

  • de normen zijn meestal modulair opgesteld, d.w.z. er is een onderscheid tussen productspecificatie en testmethoden, die in aparte normen zijn beschreven;
  • de normen zijn meestal gericht op het bepalen van prestatieniveaus en niet louter beschrijvend;
  • door het gebruik van klassen kan rekening gehouden worden met verschillende graden van risico's;
  • er is in ruime mate gebruik gemaakt van markeringscodes en pictogrammen, die informatie bevatten over het gebruiksdomein en over het prestatieniveau van de P.B.M.;
  • de inhoud van de informatieve nota wordt gepreciseerd;
  • productnormen bevatten een tabel die aangeeft welke bepalingen van de norm verband houden met de basiseisen van de richtlijn.

Onder de normen die ontwikkeld werden, bevinden zich zowel productspecificaties, overzichten van termen en definities, als beschrijvingen van testmethoden. Omdat deze terminologie en testmethoden van toepassing zijn op meerdere productgroepen, worden zij meestal niet in de tekst van de productspecificatie herhaald. Dit vermijdt overbodige herhalingen en een bron van vergissingen bij latere wijzigingen. Het gevolg is echter wel dat een norm nooit een alleenstaand geheel vormt, maar altijd moet gezien worden in samenhang met een aantal andere documenten, waarnaar verwezen wordt.

Vroeger werden specificatienormen sterk beperkend geïnterpreteerd. Producten werden omstandig beschreven en gedimensioneerd. Nu komt de klemtoon te liggen op wat het product moet kunnen. Beschrijving en exacte dimensionering worden uiteraard wel gebruikt om de uitwisselbaarheid van P.B.M. of onderdelen ervan mogelijk te maken (b.v. voor de aansluiting van filters of persluchtslangen op een masker).

In een aantal gevallen is een open klasseringssysteem ingevoerd. Er worden geen minimumvereisten voor een product opgelegd, maar er worden een aantal eigenschappen vooropgesteld, waarover de fabrikant informatie moet geven. Voor elk van deze eigenschappen is een klassenindeling vastgesteld, zodat een fabrikant die al deze eigenschappen van zijn product meet, een prestatieprofiel bekomt. Het is dan aan de gebruiker om, op basis van zijn risicoanalyse, te bepalen of dit prestatieprofiel aan zijn noden voldoet. Dit systeem heeft het voordeel zeer flexibel te zijn. Het is echter niet eenvoudig een verband te leggen tussen de risicoanalyse en het prestatieprofiel.

Het aantal markeringen en pictogrammen op P.B.M. is door de nieuwe normen gevoelig toegenomen. Het vervangen van verklarende tekst door symbolen is vooral bedoeld om problemen met de talrijke Europese talen te vermijden. Deze markeringen en pictogrammen slaan op:

  • de CE-markering zoals wettelijk opgelegd;
  • maataanduiding;
  • onderhoudsvoorschriften;
  • gebruiksdomein;
  • bereikte prestatieniveaus;
  • identificatie van product en fabrikant;
  • de norm waaraan voldaan wordt;
  • productiedatum;
  • eventueel een vervaldatum;
  • eventueel andere belangrijke informatie.

verantwoordelijke: G. De BackerTerug naar boven

©2007 • Vrije Universiteit Brussel • Pleinlaan 2 • 1050 Elsene • Tel.: 02/629.21.11 • info@vub.ac.be