Algemeen
Vloeibare
stikstof wordt gebruikt voor diverse handelingen, zoals voor het
opslaan van biologische materialen, als koelmedium bij laboratoriumwerkzaamheden,
voor klinische behandelingen (bijv. wegbranden van wratten).
Bij het overtappen
van vloeibare stikstof in open dewarvaten, het vullen van vaten
onder druk en het transporteren van met vloeibare stikstof gevulde
vaten, komen verschillende risico's voor. Na enige algemene informatie
over stikstof, worden de risico's en de aanbevelingen beschreven.
Stikstof is
bij kamertemperatuur reukloos, kleurloos, smaakloos, inert en niet
giftig. In de lucht is circa 78% stikstof aanwezig. Onder deze condities
is stikstof nauwelijks zwaarder dan lucht.
Echter daarmee
is stikstof niet geheel ongevaarlijk. Door afkoeling wordt stikstof
zwaarder. Vooral koude stikstof heeft dan ook de neiging zich in
eerste instantie in laag gelegen ruimtes te concentreren. Het kookpunt
ligt bij -196°C. Stikstof is niet brandbaar. Op zichzelf is stikstof
niet toxisch, maar als het in grotere hoeveelheden vrij komt, verdringt
het de zuurstof uit de lucht en werkt dan verstikkend. Eén liter
vloeibare stikstof kan verdampen tot 700 liter gas! Het transport van recipienten met vloeibare stikstof in liften samen met personen is niet zonder risico's. Werknemers welke met cryogene gassen werken of cryogene gassen transporteren dienen op de hoogte gesteld te worden.
Risicovolle
situaties
De risico's
die aanwezig zijn bij het werken met vloeibare stikstof zijn te
onderscheiden in risico's die voortkomen uit de eigenschappen van
het gas en risico's die voortkomen uit de lage temperatuur van de
vloeibare stikstof (de zogenaamde specifieke "cryogene" risico's).
De volgende
verschijnselen kunnen optreden bij het werken met vloeibare stikstof
Deze verschillende risico's
kunnen leiden tot effecten op de mens en tot effecten op materialen.
Iedere risicovolle situatie leidt tot specifieke aanbevelingen ter
voorkoming van probleemsituaties.
Koken
Onder atmosferische
druk bevinden cryogene vloeistoffen zich rond het oppervlak doorgaans
in een toestand van koken; er vormen zich voortdurend dampbellen,
die naar de oppervlakte van de vloeistof stijgen.
Dit koken
gebeurt met grote heftigheid, wanneer de vloeistof wordt overgegoten
in vaten, die de omgevingstemperatuur hebben. Daarbij kunnen druppeltjes
vloeistof samen met een grote verdampingswolk uit het vat komen.
Ook wanneer men relatief warme voorwerpen in een vat met cryogene
vloeistof dompelt volgt een heftige 'kook'-reactie. Wanneer het
vat of het voorwerp de lage temperatuur heeft aangenomen verdwijnt
dit verschijnsel.
Door het koken
of de heftige reactie bij het overgieten of dompelen kunnen lichaamsdelen
in contact komen met de zeer koude druppels van de cryogene vloeistof
of de gecondenseerde producten uit de lucht. Dit kan tot bevriezingsverschijnselen
en "bevriezingswonden" leiden.
Voorkom
aanraking
Aanraking
van huid en ogen met cryogene vloeistoffen veroorzaakt verbranding.
Langdurig inademen van koude gassen kan tot longbeschadiging leiden.
Daarom:
- Aanbevolen wordt
om bij het tappen van vloeibare stikstof uit een bulktank gebruik
te maken van een systeem welke automatisch afslaat als een vat
gevuld is. Het voordeel van zo een systeem is dat er weinig
stikstof verloren gaat, waardoor het spatgevaar kleiner is.
In het systeem wordt gebruik gemaakt van temperatuurvoelers,
waarbij het principe dus gebaseerd is op de lage temperatuur
van vloeibare stikstof.
- Als zo'n systeem
in een (afgesloten) ruimte wordt gebruikt, wordt aanbevolen
een noodknop in de ruimte te plaatsen. In geval van calamiteit
kan door het induwen van deze knop de aftapinstallatie snel
uitgeschakeld worden.
-
Meestal is een
dergelijk systeem niet aanwezig. Men laat dan een vat overstromen
om te zien of een vat vol is. Dit gebeurt ook bij het tappen
van stikstof uit een drukvat. In dit geval dienen de (dewar)vaten
gevuld te worden bij een lage druk (1 tot 1,5 bar), zodat goed
gezien kan worden wanneer het vat overstroomt. Als heel snel
of bij hogere druk wordt gevuld vindt veel dampvorming plaats
en kookt de stikstof heftig waardoor men niet kan zien wanneer
het vat vol is. Bovendien is het spatgevaar dan ook veel groter.
- Laat cryogene vloeistoffen
nooit in aanraking komen met onbedekte lichaamsdelen.
- Voorkom aanraking
van de handen met leidingen en dergelijke waar cryogene vloeistoffen
doorheen lopen: onmiddellijke vastvriezing kan hiervan het gevolg
zijn.
- Draag een beschermbril
of zo nodig een gelaatsscherm.
- Draag dicht schoeisel
met de broek over de schoenen.
- Gebruik geen open
vat voor het transport van vloeibare stikstof.
- Gebruik een dewarvat
dat geschikt is voor vloeibare stikstof.
- Draag een dewarvat
groter dan 20 liter nooit alleen.
- Draag een stofjas
en laat de mouwen tot over de handschoenen komen.
- Gebruik geen trechter
bij het overgieten.
Gasvorming
Bij het werken
met cryogene gassen zal altijd gas gevormd worden, dat in de werkruimte
terechtkomt en vandaar wellicht in belendende ruimten. De toevoer
van warmte uit de omgeving heeft tot gevolg, dat er voortdurend
gasvorming optreedt. Daarbij moet bedacht worden, dat één liter
cryogene vloeistof vele honderden liters gas oplevert. Door vrijkomend
gas wordt de normale luchtsamenstelling ter plaatse verstoord. Dit
kan, afhankelijk van het soort gas en de mate van verstoring, leiden
tot verschillende gevolgen, zowel op het gebied van de persoonlijke
gezondheid als op dat van de veiligheid in de werkruimte.
Verstikking
Verdamping
van stikstof in een afgesloten of slecht geventileerde ruimte kan
namelijk het zuurstofpercentage in de lucht zover verlagen, dat
er verstikking kan optreden. Het verminderen van het zuurstof percentage
in de lucht is niet onmiddellijk waarneembaar. Gevaarlijke situaties
kunnen onder meer ontstaan bij: slecht geventileerde ruimten waarin
gassen zijn opgeslagen of waarin met gassen wordt gewerkt, bij langdurig
of snel verdampen van vloeibare stikstof tijdens het aftappen, in
vriestunnels of opslagvaten of bij cryogeen vermalen of snijden.
Zorg dan ook voor een goede ventilatie van de ruimte, waarin met
stikstof wordt gewerkt. Breng eventueel een zuurstof alarminstallatie
aan en instrueer zorgvuldig mensen die met stikstof werken.

Tabel
1. : De effecten bij verschillende zuurstofpercentages in de lucht
Percentage zuurstof |
Effecten |
Tussen 19% en 14% |
Snel moe en hoofdpijn, verminderd beoordelingsvermogen |
Tussen 14% en 10% |
Onwel worden en snelle pols |
Tussen 6% en 8% |
Coma, ademhaling stopt |
0% zuurstof |
Dood na drie maal inademen |
Voorkom verdamping
Cryogene vloeistoffen
kunnen na verdamping de zuurstof uit de lucht 'verdringen'. Bedenk
bijvoorbeeld dat de verdamping van een liter vloeibare stikstof
zo'n 700 liter gasvormige stikstof oplevert. In een afgesloten ruimte
kan al snel verstikking optreden door zuurstofgebrek. Daarom:
- Zorg voor afdoende
ventilatie.
- Stel vloeibare stikstof
zo min mogelijk bloot aan de lucht.
- Schenk cryogene
vloeistoffen niet over, maar maak zoveel mogelijk gebruik van
een af-tapinstallatie.
-
Gebruik aangepaste
dewarvaten.
- Een stikstofwolk
mag, vanwege mogelijk verstikkingsgevaar, niet zonder voorzorgsmaatregelen
betreden worden.
- Van belang is dat
in ruimten waar vloeibare stikstof wordt getapt, waar drukvaten
met vloeibare stikstof worden gevuld of waar vaten staan opgeslagen,
een goede ventilatie (4 tot 6 voudig) aanwezig is.
- Bij een zuurstofgehalte
beneden de 19% mag een ruimte uit veiligheidsoverwegingen niet
zonder persluchtapparatuur of verse luchtkap betreden worden.
Bij twijfel dient eerst het zuurstofgehalte in de ruimte gemeten
te worden. Permanente monitoring kan overwogen worden, maar
is in een goed geventileerde ruimte niet noodzakelijk. Bij een
lokaal voor opslag van vloeibare stikstof met een aangedreven
ventilatie is een permanente zuurstof-bewaking een must.
- Openingen naar (ongeventileerde)
kelderruimten dienen vermeden te worden om ophoping van stikstof
op deze plekken te voorkomen
Drukvorming
Bij opslag in een gesloten
vat moet er rekening mee worden gehouden, dat - onder invloed van
de warmtetoevoer uit de omgeving - de druk zal gaan oplopen. Dit
geldt vanzelfsprekend voor iedere cryogene stof, die in een gesloten
vat is opgeslagen. Hoe beter de isolatie van het vat is, hoe minder
goed omgevingswarmte tot de inhoud ervan kan doordringen. Des te
minder snel zal de druk dus oplopen.
Voorkom
drukopbouw
Wanneer cryogene
vloeistoffen in een gesloten systeem worden gebruikt, is er door
verdamping kans op (onverwachte) drukopbouw. Daarom:
- Zorg bij gebruik
van open dewarvaten dat de verdampende vloeistof altijd uit
het bewaarvat kan ontsnappen.
- Gesloten dewarvaten
zijn bij voorkeur voorzien van een dubbele overdrukbeveiliging.
Deze beveiliging moet periodiek worden gekeurd.
- Drukvorming kan
ook optreden in een installatie, bijvoorbeeld tussen twee afsluiters.
In elk geval moet er een beveiliging tegen overdruk aanwezig
zijn. Ondanks een goede isolatie treedt er toch warmte-inlek/drukverhoging
op.
- Stikstofdrukvaten
dienen niet geplaatst te worden in ruimten waar een verhoogd
brandrisico bestaat of waar ze mogelijk aan abnormaal hoge temperaturen
worden blootgesteld.
- Als drukvaten in
geval van brand niet verplaatst kunnen worden, dient bij het
betreden van de ruimte gelet te worden op verstikkingsgevaar
Temperatuurverlaging
van de omgeving
Bij het vrijkomen
van stikstofgas treedt temperatuurverlaging van de omgeving op.
Als de temperatuurverlaging van de omgeving lang in stand blijft
betekent dit dat de ventilatie niet voldoende is, of dat er een
defect aan de installatie of aan het vat. Wanneer (langdurig) gewerkt
moet worden in deze ruimte kan onderkoeling van het menselijk lichaam
plaatsvinden en kan er verstikkingsgevaar ontstaan. Ook kan longbeschadiging
optreden door het gedurende langere tijd inademen van koude gassen.
Geschikte kleding kan onderkoeling voorkomen. Verstikking en longbeschadiging
kunnen alleen worden tegengegaan door persluchtapparatuur te dragen.
Dit geeft tijdens het werk echter een extra belasting.
Voorkom
temperatuurverlaging van de omgeving.
- Het tappen van
stikstof uit drukvaten dient plaats te vinden in ruimtes die
voldoende geventileerd zijn. In normale situaties zal dan bij
het tappen uit drukvaten geen noemenswaardige temperatuurverlaging
van de omgeving plaatsvinden.
- Als het om welke
reden dan ook nodig is gedurende langere tijd in een koude omgeving
te werken, dan dienen geschikte kleding en persluchtapparatuur
gedragen te worden.
Zuurstofverrijking
Zuurstof heeft
een hoger kookpunt dan stikstof (-183 resp. -196 C). Als zuurstof
uit de lucht in aanraking komt met vloeibare stikstof kan het dus
condenseren. Plaatselijk kan dit leiden tot verhoogde zuurstofconcentraties.
Als de dewarvaten een nauwe hals hebben, zal zuurstofconcentratie
nauwelijks optreden. Bij het gebruik van vloeibare stikstof als
koelmedium echter, zal vaak een open vat worden gebruikt. De zuurstofconcentratie
kan dan hoog oplopen (tot 70%). Het koelmedium moet dan als vloeibare
zuurstof worden behandeld. Bij koeling van brandbare stoffen/materialen
of organische materialen geeft het verhoogde zuurstofgehalte een
vergroot explosiegevaar.
Voorkom
zuurstofverrijking.
- Gebruik, om condensatie
van zuurstof te voorkomen, dewarvaten met een nauwe hals.
- Als open dewarvaten
worden gebruikt moeten deze eerst volledig leeg zijn voordat
ze opnieuw worden gevuld. Wanneer een open dewarvat steeds wordt
bijgevuld kan namelijk een ongewenste zuurstofverrijking optreden.
Verbrossing
Door de lage
temperatuur van vloeibare stikstof kunnen materialen bros worden
of krimpen met lekkage of breuken als gevolg. Voor opslagtanks en
leidingen geldt nog dat functiestoringen kunnen optreden als een
installatie in bedrijf wordt genomen zonder dat deze goed droog
is. Het aanwezige water zal namelijk bevriezen.
Voor de werkzaamheden als tappen en transport van vloeibare stikstof
is het verschijnsel verbrossing van belang. Dit risico bestaat in
het bijzonder als stikstof gemorst wordt in de buurt van (auto)banden
en schoenzolen. De banden van bijvoorbeeld transportwagentjes kunnen
vastgevroren raken en het rubber wordt bros door de kou. Een rubberen
schoenzool zal ook bros worden door de kou.
Ook de bekleding van de vloer heeft te leiden onder de lage temperatuur
van vloeibare stikstof. Als de stikstof op bijvoorbeeld linoleum
of op steen terechtkomt, zal de vloer scheuren of springen.
Materialen, die met cryogene gassen in contact komen, moeten daartegen
bestand zijn
Voorkom
verbrossing
- Betonnen vloeren
kunnen barsten bij langdurig contact met o.a. vloeibare stikstof.
- Organische materialen
zoals hout, plastic en rubber zijn niet geschikt.
- Geschikte materialen
zijn bijvoorbeeld koper, austenitisch roestvrijststaal en sommige
aluminiumlegeringen.
- Van de kunststoffen
is PTFE onder bepaalde voorwaarden geschikt.
- Vang de vloeistof
komende van veiligheidsventielen op in een aangepast reservoir
zodat de koude vloeistoffen niet op materialen vallen welke
niet tegen cryogene gassen bestemd zijn.
- De vraag, welke
materialen onder welke omstandigheden voldoen, kan het beste
beantwoord worden in overleg met de leverancier.
Bevriezing
Onderdelen
van een installatie, die met een cryogeen gas in aanraking komen,
dienen alvorens in gebruik te worden genomen, adequaat gedroogd
te worden. Door de lage temperatuur zal anders achtergebleven vocht
bevriezen, wat tot functiestoringen leidt.
Voorkom
bevriezing.
-
Zorg dat de installatie
gespoeld wordt, zodat resten van vloeistoffen verwijderd worden,
alvorens deze te vullen met vloeivare stikstof. Achtergebleven
vloeistofresten kunnen in de installatie bevriezen en een goede
werking ontregelen.
Krimpen
Men moet erop
bedacht zijn, dat elk materiaal krimpt bij (aanzienlijke) verlaging
van temperatuur: de mate waarin hangt af van het materiaal en de
temperatuurdaling. Bij een gegeven daling van temperatuur kan de
krimp bij verschillende materialen uiteenlopen. Dit kan leiden tot
lekkages, of zelfs tot breuk in onderdelen en leidingen van de installatie.
Voorkom
krimpen
Transport
van Vloeibare Stikstof
Speciale aandacht
is vereist bij het transport van cryogene vloeistoffen in dewarvaten.
De kleine ruimte in de lift kan de risico's vergroten. Zo kan vloeibare
stikstof of vast CO2 in open containers tijdens transport in een
personenlift door een ongeluk (omstoten, schokken) plotseling vrijkomen.
Naast de kans op bevriezing van lichaamsdelen door de lage temperatuur
is het vrijkomen van de verstikkende gassen in een beperkte, niet
geventileerde ruimte zeer gevaarlijk als zich in die lift ook nog
personen bevinden. Een draagbaar zuurstofalarm kan de transporteur
waarschuwen bij een te lage zuurstofconcentratie. Vooral direct
na het vullen van een dewarvat worden er nog behoorlijke hoeveelheden
stikstofgas 'afgeblazen'.
Ook aan het
vervoer van stikstof in dewarvaten via de trap kleven risico's.
Bij struikelen of knoeien met vloeibare stikstof bestaat de kans
dat de vrijkomende (vloeibare)stikstof op personen valt die ook
van de trap gebruik maken.
Stikstof mag
niet getapt en vervoerd worden in "gewone" thermosflessen. Deze
zijn niet bestand tegen de lage temperatuur van de stikstof. Hierdoor
bestaat het risico dat de thermosfles explodeert. Ook andere vaatjes
kunnen exploderen als er stikstof tussen de mantel en het vat komt.
Verder bestaat
een reële kans op morsen van vloeibare stikstof bij vervoer ervan
in open dewarvaten. Het is van belang om tijdens transport aanraking
met de vloeibare stikstof te voorkomen. Problemen ontstaan vooral
als een dewarvat geen draagbeugel bevat.
Voorkom
ongevallen
-
Zorg er voor dat
je nooit helemaal alleen manipulaties met vloeibare stikstof
uitvoert.
-
Zorg voor aangepaste
kledij: laat cryogene vloeistoffen nooit in aanraking komen
met onbedekte lichaamsdelen:
- Draag handschoenen.
- Draag een beschermbril
of een gelaatsscherm.
- Draag een stofjas
met de mouwen over de handschoenen.
- Draag kledij
welke de benen volledig bedekken.
- Draag geen open
schoenen.
- Wees overtuigd van
een goede ventilatie van het lokaal, of open anders de deuren.
- Draag een dewarvat
met een inhoud groter dan 15 liter nooit alleen.
Draag geen andere
voorwerpen mee als u een dewarvat in de handen houdt.
- Gebruik voor het
manipuleren van vloeibare stikstof aangepaste dewarvaten en
apparatuur.
- Voor transport van
grote hoeveelheden stikstof zijn speciale transportcontainers
in de handel beschikbaar. Controleer regelmatig de toestand
van de wielen en of deze geschikt zijn voor de ondergrond op de af te leggen weg.
- Zorg er voor dat
de weg langs waar het dewarvat moet rijden vrij is van bulten
en putten.
- Gebruik aangepaste
tangen om voorwerpen uit vaten met vloeibare stikstof weg te
nemen.
- Gebruik indien
mogelijk automatische vulapparatuur
- Doe langzame bewegingen
om het koken van de vloeibare stikstof tot een minimum te beperken.
- Kijk uit, wanneer
u een dewarvat draagt, of andere personen niet tegen u aanlopen.
-
Aanbevolen wordt
om voor het transport van vloeibare stikstof gebruik te maken
van gesloten dewarvaten.
- Transport van
vloeibare stikstof in open kleine dewarvaatjes moet voorkomen
worden;
- Gebruik altijd
transportcontainers.
- Aanbevolen wordt
om gebruik te maken van dewarvaten die voorzien zijn van een
draagbeugel.
- Voor transport naar
de werkplek behoren speciale draagbare dewarvaten met deksel
en ontluchting gebruikt te worden.
-
Ter hoogte van de
werkplek kan de vloeibare stikstof eventueel overgeheveld worden
in kleinere dewarvaten om naar de applicatie te brengen.
- Aanbevolen wordt
gebruik te maken van dewarvaten die volledig zijn gemaakt van
(austenitisch) roestvrijstaal.
- Als gebruik gemaakt
wordt van glazen dewarvaten, dienen ze tevens voorzien te zijn
van een beschermkap.
- Vervoer van open
dewarvaten dient vanwege het verstikkingsgevaar niet gelijktijdig
met personen via de lift plaats te vinden.
- Vervoer van (vloeibare)stikstof
dient niet plaats te vinden over de trap.
- Stikstof dient niet
getapt en vervoerd te worden in "gewone" thermosflessen.
- Afsluiters mogen
uitsluitend met de hand (dus zonder gebruik van gereedschap)
worden bediend.
- Condenswater moet
vóór het vullen met vloeibare stikstof uit deze vaten worden
verwijderd.
- Men moet voorkomen
dat vloeibare gassen op de vloer terecht komen om schade aan
de vloerbedekking te voorkomen.
- Een risicoanalyse van de uit te voeren werkzaamheden zal risicohoudende situaties aan het licht brengen.
Transport
van Vloeibare Stikstof in de liften
Hoger is reeds aangegeven dat het transport van containers met vloeibare stikstof door middel van liften aanzienlijke risico's inhoudt. Door het beperkte volume van de liftkooi is de verdamping van 0,5 liter vloeibare stikstof reeds voldoende om het zuurstofgehalte in de lucht tot een gevaarlijk niveau te reduceren.
Als de conceptie van het gebouw van die aard is dat niet alle gebruikers gehuisvest zijn op het niveau van de voorraadtank is het gebruik van de lift voor het transport van de stikstofcontainers praktisch niet uit te sluiten. Om het risico tot een aanvaardbaar minimum te herleiden dienen de gebruikers organisatorische maatregelen te nemen om te vermijden dat er zich in de lift samen personen en recipienten met vloeibare stikstof bevinden door bijvoorbeeld met verschillende personen de afhaling van de recipienten te organiseren waarbij de personen zich niet in de lift bevinden en er op toezien dat niemand de lift betreedt als de transportcontainer naar het passende niveau gestuurd wordt. Ook het gebruik van een draagbare zuurstofdetector en een aangepaste signalisatie - om tijdens het transport de toegang tot de lift te verbieden - is nuttig.
Opleiding
Werknemers welke met
cryogene gassen werken of cryogene gassen transporteren dienen
op de hoogte gesteld te worden van:
- De mogelijke gevaren
verbonden aan werkzaamheden met cryogene gassen.
- De Persoonlijke
Beschermingsmiddelen welke dienen gedragen te worden bij de
manipulatie van cryogene gassen.
- De veiligheidsvoorzieningen
in de installatie.
- De methodes kennen
om mogelijke gevaren op te sporen.
- De eigenschappen
van de gebruikte materialen.
- De procedures om
de verschillende handelingen veilig uit te voeren.
- De noodprocedures.
EHBO
Bij bevriezingswonden
de huid overvloedig spoelen met water gedurende minimum 10 minuten
Waarschuw ondertussen de Arbeidsgeneeskundige dienst.
- Breng het slachtoffer
in een ruimte met verse lucht
- Pas beademing toe
als het slachtoffer ademhalingsmoeilijkheden vertoont.
- Dien zuurstof toe
als de ademhaling moeilijk is.
- Kleding die is vastgevroren
eerst laten ontdooien, dan pas verwijderen.
- De temperatuur
van het water mag niet hoger zijn dan lichaamstemperatuur. Het
opwarmen van de aangedane huid hoger dan lichaamstemperatuur
en wrijven vergroot de schade. (N.B. deze brandwonden doen geen
pijn).
- Zorg voor een warme
en rustige omgeving.
- Breng EHBO'er /
medisch personeel op de hoogte van de toedracht zodat ook zij
voorzorgsmaatregelen kunnen nemen om zich zelf te beschermen.