Om in een bedrijf preventie te plannen en te beheersen legt de
Welzijnswet een aanpak volgens een systeem op. Hierin gaat men verder
dan de Europese kaderrichtlijn. Het bedoelde systeem is allesomvattend
en geïntegreerd in het algemeen beleid van de onderneming. Belangrijke
vragen die daarbij moeten worden gesteld zijn:
- Wat zijn de doelstellingen ?
- Welke referenties worden gehanteerd ?
- Hoe gaat het systeem werken? Welke zijn met andere woorden:
- de instrumenten ?
- wie doet
wat ?
- wanneer worden bepaalde stappen gezet ?
Het KB Welzijnsbeleid geeft het kader voor het systeem aan. Het
is de werkgever, in samenspraak met de werknemers en zijn hiërarchische
lijn, die op al deze vragen een antwoord moet geven en aldus voor
de invulling moet zorgen. Het KB raakt alle stappen aan en is dus
als het ware een handleiding.
Het KB Interne dienst op zijn beurt beschrijft de rol van de preventiedienst
in het geheel en past dus ook in het systeem.
Verder is het systeem ook dynamisch. Wat wil zeggen dat het zich
moet aanpassen aan elke situatie. Het gaat over een dynamisch risicobeheersingssysteem.
De instrumenten die worden gebruikt moeten steeds getoetst worden
op hun gepastheid en juistheid rekening houdend met hun toepassingsgebied,
hun geldigheid voor een bepaalde situatie of doel. Het dynamisch
risicobeheersingssysteem is gesteund op de algemene preventiebeginselen
opgenomen in de wet en heeft betrekking op de volgende domeinen:
- De arbeidsveiligheid.
- De bescherming van de gezondheid van de werknemer op het
werk.
- De psychosociale belasting veroorzaakt door het werk.
- De ergonomie.
- De arbeidshygiëne.
- De verfraaiing van de arbeidsplaatsen.
- De maatregelen van de onderneming inzake leefmilieu, wat betreft
hun invloed op de punten 1° tot 6°.
- De bescherming van de werknemers tegen geweld, pesterijen
en ongewenst seksueel gedrag op het werk
Het dynamisch risicobeheersingssysteem heeft tot doel de planning
van de preventie en de uitvoering van het beleid met betrekking
tot het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk
mogelijk te maken. Om dit doel te verwezenlijken bestaat het systeem
steeds uit de volgende elementen:
- De uitwerking van het beleid waarbij de werkgever inzonderheid
de doelstellingen bepaalt evenals de middelen om deze doelstellingen
te realiseren.
- De programmatie van het beleid waarbij inzonderheid de toe
te passen methodes en de opdrachten, verplichtingen en middelen
van alle betrokken personen worden bepaald.
- De uitvoering van het beleid waarbij inzonderheid de verantwoordelijkheden
van alle betrokken personen worden bepaald.
- De evaluatie van het beleid waarbij inzonderheid de criteria
worden vastgesteld om het beleid te evalueren
De werkgever evalueert regelmatig in overleg met de leden van
de hiërarchische lijn en de diensten voor preventie en bescherming
op het werk het dynamisch risicobeheersingssysteem. Hij houdt hierbij
inzonderheid rekening met:
- De jaarverslagen van de diensten voor preventie en bescherming
op het werk.
- De adviezen
van het comité en in voorkomend geval, deze van de met het
toezicht belaste ambtenaar.
- De gewijzigde omstandigheden die een aanpassing van de strategie
in verband met het verrichten van een risicoanalyse op basis
waarvan preventiemaatregelen worden vastgesteld, noodzakelijk
maken.
- De ongevallen en incidenten die zich in de onderneming of
instelling hebben voorgedaan.
Rekening houdend met deze evaluatie stelt de werkgever ten minste
éénmaal om de vijf jaar een nieuw globaal preventieplan op. Dit
wordt aangevuld met een jaarlijks actieplan ter bevordering van
het welzijn op het werk.