Vrije Universiteit Brussel


Het Dynamisch Risicobeheersingssysteem

Om in een bedrijf preventie te plannen en te beheersen legt de Welzijnswet een aanpak volgens een systeem op. Hierin gaat men verder dan de Europese kaderrichtlijn. Het bedoelde systeem is allesomvattend en geïntegreerd in het algemeen beleid van de onderneming. Belangrijke vragen die daarbij moeten worden gesteld zijn:

  1. Wat zijn de doelstellingen ?
  2. Welke referenties worden gehanteerd ?
  3. Hoe gaat het systeem werken? Welke zijn met andere woorden:

Het KB Welzijnsbeleid geeft het kader voor het systeem aan. Het is de werkgever, in samenspraak met de werknemers en zijn hiërarchische lijn, die op al deze vragen een antwoord moet geven en aldus voor de invulling moet zorgen. Het KB raakt alle stappen aan en is dus als het ware een handleiding.

Het KB Interne dienst op zijn beurt beschrijft de rol van de preventiedienst in het geheel en past dus ook in het systeem.

Verder is het systeem ook dynamisch. Wat wil zeggen dat het zich moet aanpassen aan elke situatie. Het gaat over een dynamisch risicobeheersingssysteem. De instrumenten die worden gebruikt moeten steeds getoetst worden op hun gepastheid en juistheid rekening houdend met hun toepassingsgebied, hun geldigheid voor een bepaalde situatie of doel. Het dynamisch risicobeheersingssysteem is gesteund op de algemene preventiebeginselen opgenomen in de wet en heeft betrekking op de volgende domeinen:

  1. De arbeidsveiligheid.
  2. De bescherming van de gezondheid van de werknemer op het werk.
  3. De psychosociale belasting veroorzaakt door het werk.
  4. De ergonomie.
  5. De arbeidshygiëne.
  6. De verfraaiing van de arbeidsplaatsen.
  7. De maatregelen van de onderneming inzake leefmilieu, wat betreft hun invloed op de punten 1° tot 6°.
  8. De bescherming van de werknemers tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk

Het dynamisch risicobeheersingssysteem heeft tot doel de planning van de preventie en de uitvoering van het beleid met betrekking tot het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk mogelijk te maken. Om dit doel te verwezenlijken bestaat het systeem steeds uit de volgende elementen:

  • De uitwerking van het beleid waarbij de werkgever inzonderheid de doelstellingen bepaalt evenals de middelen om deze doelstellingen te realiseren.
  • De programmatie van het beleid waarbij inzonderheid de toe te passen methodes en de opdrachten, verplichtingen en middelen van alle betrokken personen worden bepaald.
  • De uitvoering van het beleid waarbij inzonderheid de verantwoordelijkheden van alle betrokken personen worden bepaald.
  • De evaluatie van het beleid waarbij inzonderheid de criteria worden vastgesteld om het beleid te evalueren

De werkgever evalueert regelmatig in overleg met de leden van de hiërarchische lijn en de diensten voor preventie en bescherming op het werk het dynamisch risicobeheersingssysteem. Hij houdt hierbij inzonderheid rekening met:

  1. De jaarverslagen van de diensten voor preventie en bescherming op het werk.
  2. De adviezen van het comité en in voorkomend geval, deze van de met het toezicht belaste ambtenaar.
  3. De gewijzigde omstandigheden die een aanpassing van de strategie in verband met het verrichten van een risicoanalyse op basis waarvan preventiemaatregelen worden vastgesteld, noodzakelijk maken.
  4. De ongevallen en incidenten die zich in de onderneming of instelling hebben voorgedaan.

Rekening houdend met deze evaluatie stelt de werkgever ten minste éénmaal om de vijf jaar een nieuw globaal preventieplan op. Dit wordt aangevuld met een jaarlijks actieplan ter bevordering van het welzijn op het werk.

verantwoordelijke: G. De BackerTerug naar boven

©2007 • Vrije Universiteit Brussel • Pleinlaan 2 • 1050 Elsene • Tel.: 02/629.21.11 • info@vub.ac.be