Vrije Universiteit Brussel


De Preventieplannen

Volgens de "Welzijnswet" stelt de werkgever in overleg met de leden van de hiërarchische lijn en de diensten voor preventie en bescherming op het werk een globaal preventieplan op voor een termijn van vijf jaar waarin de te ontwikkelen en toe te passen preventieactiviteiten worden geprogrammeerd, rekening houdend met de grootte van de onderneming en de aard van de risico's verbonden aan de activiteiten van de onderneming. Dit globaal preventieplan wordt ter schrift gesteld en omvat inzonderheid:

  • De resultaten van de identificatie van de gevaren en het vaststellen, nader bepalen en evalueren van de risico's.
  • De vast te stellen preventiemaatregelen.
  • De te bereiken prioritaire doelstellingen.
  • De activiteiten die moeten worden verricht en de opdrachten die moeten worden uitgevoerd om deze doelstellingen te bereiken.
  • De organisatorische, materiële en financiële middelen die moeten worden aangewend.
  • De opdrachten, verplichtingen en middelen van alle betrokken personen.
  • De wijze waarop het globaal preventieplan wordt aangepast aan gewijzigde omstandigheden.
  • De criteria voor de evaluatie van het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.

Volgens artikel 11 van de "Welzijnswet" stelt de werkgever in overleg met de leden van de hiërarchische lijn en de Diensten voor Preventie en Bescherming op het werk, een jaarlijks actieplan op ter bevordering van het welzijn op het werk, tijdens het volgende dienstjaar. Dit jaarlijks actieplan is gesteund op het globaal preventieplan, wordt ter schrift gesteld en bepaalt:

  • De prioritaire doelstellingen in het kader van het preventiebeleid van het volgend dienstjaar.
  • De middelen en methoden om deze doelstellingen te bereiken.
  • De opdrachten, verplichtingen en middelen van alle betrokken personen.
  • De aanpassingen die moeten aangebracht worden aan het globaal preventieplan ingevolge:
    • gewijzigde omstandigheden;
    • de ongevallen en incidenten die zich in de onderneming of instelling hebben voorgedaan;
    • het jaarverslag van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk van het voorbije burgerlijk jaar;
    • de adviezen van het comité tijdens het voorbije burgerlijk jaar.

De verschillende preventieplannen worden ter advies voorgelegd aan de leden van het comité voor Preventie en Bescherming op het werk.

verantwoordelijke: G. De BackerTerug naar boven

©2007 • Vrije Universiteit Brussel • Pleinlaan 2 • 1050 Elsene • Tel.: 02/629.21.11 • info@vub.ac.be