Het welzijn
Het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk wordt
gedirigeerd door de "Welzijnswet" van 4 augustus 1996 en door de
Koninklijke besluiten van 27 maart 1998 betreffende het Welzijnsbeleid
en de Preventiediensten. Deze wetgeving regelt de modaliteiten van het dynamisch risicobeheersingssysteem waardoor het welzijn
van de werknemers op het werk moet verbeteren en waarbij de preventiedienst
een voorname rol wordt toebedeeld.
De interne preventiedienst heeft als opdracht de
werkgever (voor de VUB is dit de persoon belast met de dagelijkse
leiding), de leden van de hiërarchische
lijn (zij die opdrachten geven aan ondergeschikten) en de
werknemers bij te staan in de uitwerking, programmatie, uitvoering
en evaluatie van het beleid bepaald door het dynamisch risicobeheersingssysteem bedoeld in het KB Welzijnsbeleid
en dit volgens de Algemene Preventiebeginselen.
De wetgever heeft voor het dynamisch risicobeheersingssysteem de
taken, verhoudingen en verantwoordelijkheden vastgelegd van de
verschillende deelnemers: de werkgever,
de hiërarchische lijn, de
werknemers, de leden van het comité
voor Preventie en Bescherming op het werk, de
preventiedienst en de
preventieadviseurs. Het resultaat van een in onderling overleg
uitgevoerde risico-evaluatie zal
grondiger zijn en meer bijdragen tot het welzijn van de werknemers.
De risicoanalyse van een nieuwe werkpost vangt aan bij de selectie
van de te gebruiken arbeidsmiddelen.
Via de bestelprocedure zullen arbeidsmiddelen aangekocht worden welke voldoen aan de vigerende
wetten en reglementen inzake veiligheid en hygiëne. Om het objectief
vooropgesteld door het dynamisch risicobeheersingssysteem te bereiken
zullen bij de bestelling eventueel bijkomende, niet bij wetten of
reglementen opgelegde, veiligheidseisen geformuleerd worden. Zulks
kadert in de uitvoering van het Koninklijk Besluit van 12 augustus
1993 op de arbeidsmiddelen. Hieruit kan men besluiten dat het welzijn
van de werknemers niet een zaak is van de preventiedienst maar dat
eenieder, van werkgever over de hiërarchische lijn tot werknemer,
een taak en een verantwoordelijkheid toebedeeld werd. De taken welke
aan de preventieadviseur werden toebedeeld zijn van een onderzoekende
en een adviserende aard.
Algemeen kan gesteld worden dat de werkgever, de leden van de
hiërarchische lijn en de diensten voor preventie en bescherming
op het werk betrekt bij de uitwerking, programmatie, uitvoering
en evaluatie van het dynamisch risicobeheersingssysteem, het globaal
preventieplan en het jaarlijks actieplan. Een vormingsproces tot een grotere preventieingesteldheid is dan
ook noodzakelijk. De verplichting tot vorming is in de wetgeving
opgenomen.