Vrije Universiteit Brussel


Eerste gesprek

Bepaling van de zwangerschap en de duur ervan

Eerst moeten we zeker zijn dat de vrouw zwanger is. De zwangerschap moet worden vastgesteld of bevestigd. Zijn er zwangerschapssymptomen zoals gespannen borsten, ochtendmisselijkheid,...? Hoe werd de zwangerschap vastgesteld ? Is er een bloedafname (HCG-bepaling = zwangerschapshormoonbepaling) gebeurd ? Is er een echografie gebeurd ? Werd er een urinaire zwangerschapstest uitgevoerd ?

Pas nadat er zekerheid bestaat omtrent de juiste zwangerschapssituatie, wordt stilgestaan bij de eventuele ongewenstheid ervan.

Eventueel kan deze test onmiddellijk, zonder dat er een afsraak nodig is, uitgevoerd worden op het centrum. De onthaler kan dus een zwangerschapstest uitvoeren, zonder dat de patiënte bij de dokter moet komen.
Een urinaire zwangerschapstest is mogelijk van zodra u overtijd bent. Indien de cliënte nog maar net overtijd is, vragen we om ochtendurine mee te brengen (= geconcentreerder).

Indien het resultaat negatief is, wordt toch de raad gegeven om na een week opnieuw een test te doen als de maandstonden uitblijven. Het hormoon dat we opsporen in de urine is pas 14 dag na de ovulatie duidelijk te meten. Als de ovulatie bijvoorbeeld een week verlaat is, zal de eerst test de zwangerschap nog niet kunnen aantonen. Bij een onzekere of onduidelijke urinetest kan eventueel ook een bloedonderzoek meer duidelijkheid brengen (zwangerschapshormoon is eerder opspoorbaar in het bloed).

Hierna wordt de zwangerschapsduur berekend vanaf de eerste dag van de laatste maandstonden (bij een regelmatige cyclus van 28 dagen).
Steeds wordt er een echografisch onderzoek uitgevoerd. Dit is nodig om het juiste aantal weken en dagen van de zwangerschapsduur te bepalen, omdat de gegevens berekend vanaf eerste dag laatste maandstonden niet steeds juist zijn (bij onregelmatige cyclus bijvoorbeeld).

Terug naar boven

Bespreking van de geboorteregeling

zowel voor als na een eventuele abortus.

Een volgende stap is het bespreken van de gebruikte anticonceptie. Ongewenste zwangerschap kan het gevolg zijn van het niet-gebruik of gebrekkig gebruik van anticonceptie. De feilbaarheid van deze middelen en de feilbaarheid van de gebruiker spelen hierbij een rol.
Bij periodieke onthouding wordt bijvoorbeeld uitgelegd welke dagen als “veilig” beschouwd kunnen worden.
We nemen het voorbeeld van een regelmatige cyclus van 28 dagen. De ovulatie is steeds 14 dagen voor de maandstonden, in dit geval dus op de 14 de dag. Gezien spermatozoïden gemakkelijk enkele dagen kunnen overleven in een vrouwenlichaam, is het aangewezen om reeds vanaf de 8ste dag van de cyclus een condoom te gebruiken of geen betrekkingen meer te hebben. Gezien een eicel gemakkelijk enkele dagen kan overleven, is het raadzaam het condoom verder te gebruiken tot en met de 21ste dag. Zo hebben we in theorie een “veilige” marge.
Uiteraard is het belangrijk dat het condoom op de juiste wijze dient gebruikt te worden (oa aandoen voor de penetratie). Bij “eerst wat neuken” zonder condoom is de kans groot om zwanger te geraken door de aanwezigheid van enkele spermatozoïden in het voorvocht. Dit voorvocht wordt dikwijls niet gevoeld door de man.
Een vrouw kan ook onverwacht onregelmatig zijn (vb door een emotionele gebeurtenis, stress, ...of gewoon omwille van “moeder natuur” die soms grillig is). Hierdoor verschuift uiteraard de dag van ovulatie, waardoor het gebruikte schema niet meer van toepassing is. Periodieke onthouding is veel veiliger dan helemaal niets te gebruiken, maar is zeker niet zo betrouwbaar als andere voorbehoedmiddelen. Vroeg of laat geraakt men met deze methode ongepland zwanger.

Toch kan ook een vrouw die de pil als voorbehoedmiddel koos, ongepland zwanger worden. Heeft zij één of meer pillen vergeten, heeft zij diarree gehad, heeft ze binnen de 2 u na inname moeten braken of nam ze antibiotica ? In elk van deze gevallen kan een vrouw zwanger worden.
Indien een vrouw één pil vergeet in de eerste 7 dagen of in de laatste 7 dagen van haar pilstrip, is het mogelijk dat zij een noodpil moet innemen (zie vergeten pillen bij noodpil)

Er wordt besproken welk voorbehoedmiddel zij wenst te gebruiken in de toekomst. Er wordt uitgelegd welke de veilige anticonceptiemethoden (orale pil, prikpil, condoom, cervixkapje, pessarium, Norplant, Implanon, double dutch-methode = pil + condoom, spiraal en sterilisatie van de man of vrouw) en de onveilige anticonceptie (periodieke onthouding, coïtus interruptus, temperatuurmethode,...) zijn.

Aansluitend wordt stilgestaan bij de preventie van soa ‘s en dit voornamelijk bij risicogroepen. Zo nodig wordt het correcte gebruik van een condoom uitgelegd.

Indien de vrouw zich niet geregeld gynaecologisch laat onderzoeken (baarmoederhalsuitstrijkje en borstonderzoek), wordt het belang hiervan benadrukt.

De hulpverlener die dit gesprek doet, assisteert eveneens tijdens de ingreep en heeft een gesprek met de patiënte na de follow-up.

Indien de vrouw de zwangerschap houdt, zorgt deze hulpverlener ervoor, dat een adequate begeleiding georganiseerd wordt binnen en/of buiten het centrum.

Beslissingsproces

De situatie wordt uitvoerig met de vrouw besproken. We bekijken de achtergronden van waaruit de keuze wordt gemaakt (invloeden, druk, mening partner,...).
In dit voorgesprek proberen we een vertrouwensrelatie op te bouwen. We wensen hierbij een geruststellende , begripvolle en persoonlijke begeleiding aan te bieden.
We blijven stilstaan bij de motivatie van de vrouw om tot deze beslissing te komen. In welke levensfase bevindt de vrouw zich ? Speelt de leeftijd een rol ? Heeft ze een partner ? Heeft ze al kinderen ? Zijn de ouders van de moeilijke situatie op de hoogte ? Welke emoties brengt deze zwangerschap teweeg ? In welke mate is er kinderwens ?
Wat waren de gevoelens van de vrouw bij het vernemen van het positief resultaat van de zwangerschapstest? Staat haar besluit reeds vast of zijn er twijfels?

Belangrijke factoren in dit beslissingsproces zijn begrip, vertrouwen, tijd en ruimte. Luisterbereidheid en verbreding van de mogelijke perspectieven zijn hierbij belangrijk.
Voldoende gespreksmomenten moeten gepland worden om met alle ambivalenties m.b.t. de beslissing rekening te kunnen houden.

De verschillende alternatieven worden hierbij aangeboden.

  • Zowel de sociale ondersteuning,
  • de pre-en postkinesitherapeutische begeleiding,
  • de medische zorg,
  • de pedagogische ondersteuning bij de opvoeding van de pasgeborene,
  • de opvangmogelijkheden,
  • de adoptieprocedure bij afstaan van het kind,
  • het bestaan van moeder - en kindtehuizen, pleegezinnenwerking,
  • de financiële en organisatorische aspecten,
  • ....

moeten telkens uitgebreid besproken worden i.f.v. alle mogelijke keuzes.

Terug naar boven

De vrouw aanvaardt haar zwangerschap

Als de vrouw besluit de zwangerschap te houden, wordt haar de nodige uitleg gegeven hieromtrent (regelmatige gynaecologische raadplegingen, toxoplasmose, rubella,....).
Een jurist verstrekt informatie over aspecten, zoals o.a. de naam van het kind bij een buitenechtelijke relatie, erkenning van dit kind, geboortepremie, kindergeld…

Terug naar boven

De vrouw kiest voor een zwangerschapsafbreking

De bloedgroep en rhesusfactor worden nagevraagd.
Er wordt uitleg gegeven over de rhesusincompatibiliteit (belang van Rhogam bij rhesus negatief). Indien de vrouw geen officieel document van bloedgroep (+ rhesusfactor) kan tonen, moet er een bloedafname gebeuren om deze te bepalen.

Pas na de besluitvorming wordt uitleg gegeven over de verschillende wijzen van de abortus (mits akkoord van de patiënt worden de gebruikte instrumenten getoond : het weten wat gaat gebeuren, kan de angst voor de ingreep verminderen), het verloop, de duur en de kosten van de behandeling. Er wordt meegedeeld dat de partner, echtgenoot, vriend(in), moeder,...tijdens de ingreep aanwezig kunnen zijn.

Terug naar boven

©2006 • Vrije Universiteit Brussel • Pleinlaan 2 • 1050 Elsene • Tel.: 02/629.21.11 • info@vub.ac.be • disclaimer