De abortuswet
Sinds de wet van 3 april 1990 is abortus in België toegelaten, zij het onder bepaalde voorwaarden. Volgens de wet kan een vrouw die zich omwille van haar zwangerschap in een noodsituatie bevindt, een abortus laten uitvoeren. De wet geeft geen verdere omschrijving van het begrip noodsituatie, maar stelt duidelijk dat de beslissing bij de vrouw ligt. Zij alleen oordeelt over haar noodsituatie.
Elke vrouw, ook de minderjarige vrouw, heeft recht op een abortus. Zij kan een arts raadplegen met het verzoek haar hierbij te helpen. De minderjarige heeft hiervoor geen toestemming nodig van haar ouders. In het recht gaat men ervan uit dat jongeren vanaf 14 à 15 jaar hierover autonoom beslissingen kunnen nemen.
Een arts kan om gewetensredenen weigeren om een vrouw verder te helpen, maar is verplicht haar dat tijdens het eerste gesprek mee te delen. De arts hoeft de vrouw evenwel niet door te verwijzen. Een vrouw heeft er dus alle belang bij om de arts vooraf te vragen of die bereid is haar te helpen. Als de arts weigert, is het raadzaam zo snel mogelijk contact op te nemen met een andere arts of rechtstreeks met één van de abortuscentra.
Wanneer
Een zuigcurettage moet gebeuren binnen de 12 weken na de bevruchting (of binnen de 14 weken, als u begint te tellen vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie).
De abortuspil moet genomen worden ten laatste op dag 63 vanaf de eerste dag van de laatste maandstonden).
Wachttijd
Voor de ingreep kan plaatsvinden is er een - door de wet verplicht - gesprek. Minstens 6 dagen later kan de abortus uitgevoerd worden. U kunt dus nooit van bij uw eerste afspraak een ingreep laten uitvoeren.