Jan Cornelis Van Rijswijck werd op 16-jarige leeftijd wees en moest sindsdien zelf in zijn levensonderhoud en studies voorzien met lesgeven en journalistiek. Zo was hij in Leuven boekbewaarder van het literaire genootschap 'Met Tijd en Vlijt' en redactiesecretaris van het blad Lettervruchten. Hij ving zijn studie in de rechten aan in Leuven (kandidatuur) maar vervolledigde ze in Brussel. In 1876 promoveerde hij er tot doctor in de rechten en vestigde hij zich als advocaat in Antwerpen.
Van Rijswijck was één van de eerste Antwerpse advocaten die het Nederlands gebruikte. In 1874 stichtte hij de 'Kleine Gazet', een Antwerps, liberaal-vrijzinnig, Vlaamsgezind dag- en weekblad dat fungeerde als spreekbuis voor de liberale flaminganten in Antwerpen. In dit blad herhaalde hij meermaals de Vlaamse grieven waarbij een radicalere vernederlandsing van het middelbaar onderwijs, een 'Vlaamse' voertaal in het lager onderwijs en in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen en een rechtvaardigere toepassing van de bestaande taalwetten (1) centraal stonden. Naast zijn advocatencarrière gaf Van Rijswijck aanvankelijk nog les maar al gauw koos hij voor een politieke carrière. In 1880 richtte hij met de jongere generatie uit de 'Liberale Vlaamsche Bond' de 'Vlaamsche Vrijzinnige Vereeniging' (VVV) op. De Bond werd in 1866 gesticht maar was eerder antiklerikaal en democratisch dan vlaamsgezind. Daarom nam Van Rijswijck het initiatief om met het VVV te streven naar een gelijkheid van het Nederlands en het Frans en om de vrijzinnige beginselen in het Vlaamse land te propageren.
Van Rijswijck was ook begaan met de werkende klasse en zocht voor hen een oplossing in de vorm van overleg en vertegenwoordiging in het parlement. Een verplicht en kosteloos lager onderwijs voor jongens én meisjes was volgens hem noodzakelijk om het stemrecht geleidelijk te kunnen veralgemenen via het bekwaamheidskiesrecht. (2)
In 1892 was Van Rijswijck, na functies als provincieraadslid (1878-1884), gemeenteraadslid (1881-1906) en schepen van onderwijs (1889- 1892) burgemeester van Antwerpen geworden. Tijdens zijn ambt als burgemeester, en meer specifiek in de periode 1898-1899 streefde hij naar het behoud van de tweetaligheid. Zijn fysische en psychische gezondheidstoestand ging vanaf de jaren 1903-1904 snel achteruit en stond hem niet meer toe in het openbaar op te treden. Begin 1906 werd Van Rijswijck verplicht om zijn ambt neer te leggen. Hij overleed op 23 september van dat jaar.
Onder Van Rijswijck organiseerde de stad Antwerpen de succesvolle wereldtentoonstelling van 1894, werd het Centraal Station gebouwd en de haven gevoelig uitgebreid.
- (1) In 1873 werd het gebruik van het Nederlands in het strafrecht toegelaten, in 1878 verscheen het Nederlands in het openbaar bestuur in Vlaanderen en in 1883 wetd het Nederlands de onderwijstaal van enkele vakken in het officiële middelbaar onderwijs.
- (2) Het bekwaamheidskiesrecht of het capaciteitskiesrecht: Bij de invoering van het algemeen meervoudig stemrecht (voor alle Belgische mannen ouder dan 25 jaar) konden de burgers die konden lezen en schrijven een extra stem verwerven.