Vrije Universiteit Brussel


Louis Franck (1868 - 1937)

Liberaal politicus die een belangrijke rol speelde in de vernederlandsing van het Vlaamse rechtsleven

De uit de gegoede liberale middenstand afkomstige Franck werd aan het Antwerpse atheneum in Vlaamsgezinde en liberale zin beïnvloed door de letterkundige en politicus Jan van Beers.
In 1884 stichtte Franck de tweetalige studiekring 'Cercle Etude' en leidde hij het schoolkrantje 'Echo des Ecoles-Schoolgalm' dat zich steeds vlaamsgezinder zou opstellen. Pas in 1886, toen de taalstrijd tot kleur bekennen dwong, werd de kring ééntalig Nederlands. De kring gold als voorloper van leerlingenkringen uit het officieel onderwijs in een aantal Vlaamse steden in het algemeen en in het atheneum van Antwerpen in het bijzonder.
In 1886 startte Franck zijn studies rechten aan de Université libre de Bruxelles (ULB). Hij was de medestichter van de eentalige en vrijzinnige 'Cercle Universitaire' (1887), die openstond voor alle faculteiten en tot doel had het kritisch denken en het vrij onderzoek te bevorderen. Verder werkte hij mee aan het vrijzinnige 'Journal des Etudiants' (1889) en in 1890 werd hij stichter-voorzitter van de 'Cercle Universitaire de Criminologie'.

Na het behalen van zijn diploma vestigde Franck zich als advocaat in Antwerpen en specialiseerde zich in internationaal zeerecht. Als voorzitter van de 'Conférence du Jeune Barreau' en als lid van de 'Vlaamse Conferentie der Balie', ijverde hij voor een ruimere vorming dan louter pleitoefeningen in het Nederlands. Door zijn lessen aan de 'University Extension' (1), zijn verdediging van Vlamingen die in het leger of de administratie hun spraken en hiervoor werden aangepakt en zijn verdediging van de socialisten die opkwamen voor het enkelvoudig stemrecht, verwierf Franck landelijke bekendheid. In 1899 stond hij achter de oprichting van de Bond der Vlaamsche Rechtsgeleerden en toen hij in 1912 voorzitter werd van deze kring kwam hij aan het hoofd van het Vlaamse rechtsleven. Als belezen cultuurflamingant bleef hij zich tegelijk op het culturele terrein bewegen. Zo publiceerde hij over kunst en letteren, richtte hij mede het tijdschrift 'Van Nu en Straks' op en was hij betrokken bij de stichting van de Antwerpse muziek- en kunstverenigingen 'De Kapel' en 'Kunst van heden'.

Op politiek vlak zou hij als gematigd liberaal tegenover katholieken en als Vlaming tegenover de Franstalige bourgeoisie zijn slag kunnen slaan. In 1906 stelde hij zich kandidaat als volksvertegenwoordiger, wat hij tot 1926 zou blijven. Hij streefde voor een geleidelijke vernederlandsing in Vlaanderen met de wet-Franck-Paul Segers op de vernederlandsing van het vrij middelbaar onderwijs (1910) en streed sindsdien aan de zijde van de katholiek Frans van Cauwelaert en de socialist Camille Huysmans (samen de Drie Kraaiende Hanen) voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit. Dit bracht hem op het hoogtepunt van zijn Vlaamse roem.

In 1911 werd hij als eenheidskandidaat van de Antwerpse liberalen als gemeenteraadslid beëdigd. In 1915 was hij medeoprichter en voorzitter van het invloedrijke 'Comité voor Hulp en Voeding' van de provincie Antwerpen en in dat jaar tevens schepen van de havenstad. Tijdens de Duitse bezetting werd Franck (onder invloed van de koning en de regering) als voorzitter van een 'Intercommunale Commissie van Notabelen' het feitelijke hoofd van Antwerpen en de omliggende gemeenten. Franck voerde een voorzichtige politiek waarbij de taalgeschillen moesten rusten. Hij veroordeelde openlijk het activisme en werd de personificatie van het verzet in Vlaanderen.

Hoewel Franck in 1916 had laten weten dat de strijd voor de Vlaamse rechten na de oorlog voortgezet moest worden, liet hij zich daar nog nauwelijks mee in. Na de oorlog was Franck minister van koloniën (1918-1924) en liet hij zich volledig door het conservatief en/of Franstalig-Belgisch milieu (regering, Kongo, ULB en Nationale Bank) opslorpen. Op 27 september 1926 werd hij gouverneur van de Nationale Bank en voerde in deze instelling, samen met Paul van Zeeland, jarenlang een dynamisch maar autocratisch en eigenzinnig beleid. Hij zou er onder minister Hendrik de Man (1937) op worden afgerekend. Naar aanleiding van het gerechtelijk onderzoek dat werd gevoerd, beroofde hij zich waarschijnlijk van het leven.

(1) De hogeschooluitbreidingen werden eind 19e eeuw naar Engels voorbeeld (University Extension) opgestart. Dit initiatief had tot voornaamste doelstelling om de wetenschap onder het volk te verspreiden en hierbij alle maatschappelijke klassen aan te spreken, waaronder de arbeiders. Omdat de cursussen en voordrachten niet veel succes kenden, zouden er tijdens deze extensies ook wandelvoordrachten, wetenschappelijke uitstappen, bezoeken aan musea en bedrijven en zelfs toneelvoorstellingen en concerten toegevoegd aan het programma.

©2006 • Vrije Universiteit Brussel • Pleinlaan 2 • 1050 Elsene • Tel.: 02/629.21.11 • info@vub.ac.be