logo

You are here

Warning message

Attention! This event has already passed.

Het 'respect voor de autonomie van personen' in het principisme van Tom L. Beauchamp en James F. Childress toegepast op de genetic counseling

Tuesday, 2 May, 2006 - 14:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculty: Arts and Philosophy
D
2.01
Adelheid Rigo
phd defence

Het proefschrift gaat op zoek naar een bio-ethische theorie en methodologie die kan
toegepast worden op de ethische aspecten van de genetic counseling. Het eerste
hoofdstuk onderzoekt de methodologische aspecten van het principisme van
Beauchamp en Childress, een vaak toegepaste en historisch belangrijke strekking in
de bio-ethiek. Deze epistemologisch onderbouwde theorie richt zich op een
dynamische manier naar de ethische problemen zoals deze zich stellen in de klinische
praktijk.

Vervolgens zoeken wij naar de inhoudelijke betekenis van het principe van 'respect
voor de autonomie van personen’. Dit beginsel vergt duidelijk meer dan het nietinterfereren
in de persoonlijke zaken van anderen. In bepaalde contexten impliceert
het zelfs dat men de bekwaamheid van anderen tot een autonome keuze dient te
bevorderen. De inhoudelijke betekenis van ‘respect voor de autonomie van personen’
sluit daarmee naadloos aan bij de cliënt gerichte genetic counseling. Wij vinden
aanknopingspunten in de psychosociale literatuur van de genetic counseling om het
respect voor de autonomie van personen te vertalen naar een niet-directieve genetic
counseling. Binnen de ethische modellen van informed consent hebben wij geopteerd
voor Katz’ model van de conversatie. Vertrekkende van een ethisch en juridisch
kader, ontwikkelt hij expliciet een concept van psychologische autonomie.

Ten slotte zoeken wij naar de betekenis van respect voor de autonomie van personen
in drie klinische praktijken: het routinematig karakter van de prenatale genetische
testen, de preïmplantatie genetische diagnostiek en de vertrouwelijkheid van
informatie bij erfelijke borst- en ovariumkanker. Het respect voor de autonomie van
personen wordt gecompromitteerd door een routinematig aanbieden van prenatale
genetische testen zonder adequate informatie. De preïmplantatie genetische
diagnostiek brengt de problematiek van de morele status van het embryo en de
verantwoordelijkheid van de arts met zich mee. Bij erfelijke borst- en ovariumkanker
kan het principe van respect voor de autonomie van personen geen voldoende
rechtvaardiging vormen voor het handhaven van de genetische privacy.