logo

You are here

Warning message

Attention! This event has already passed.

Answers. A psychophysical study on the effects of format and content of response scales in surveys

Thursday, 22 March, 2007 - 15:30
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculty: Psychology and Educational Sciences
D
2.01
Walentina Cools
phd defence

Vragenlijsten zijn één van de meest gehanteerde methoden bij onderzoek in de humane wetenschappen. De kost van deze methode is namelijk relatief laag in verhouding tot de bereikte steekproefgrootte. Een belangrijke keuze die de onderzoeker maakt bij het opstellen van een vragenlijst betreft de gehanteerde responscategorieën bij ratingschalen (zoals het aantal categorieën, even of oneven, het gebruik van ankerpunten, de keuze van de labels, …). Meer specifiek nog kiest iedere onderzoeker labels bij de ankerpunten die zij/hij gebruikt in haar/zijn antwoordschalen. Hoewel fouten in de constructie van vragenlijsten vaak aangehaald worden als verklaring voor responsbias, gebrekkige kwaliteit van de data en onverwachte resultaten en hoewel dergelijke keuzen wellicht niet neutraal zijn t.a.v. het eindresultaat van vragenlijstonderzoek, werd de omvang van dit probleem nog weinig onderzocht. Dit onderzoek wil op een systematische manier de mogelijke impact van de gehanteerde responscategorieën bij ratingschalen onderzoeken.

Het eigenlijke onderzoek omvat een laboratoriumonderzoek, waar in 5 experimenten deelnemers gevraagd werd eerst de intensiteit van labels meermaals te beoordelen. In deze experimenten kregen de deelnemers de volgende sets van labels voorgelegd: labels die de mate van tevredenheid meten (bv. heel tevreden, niet tevreden,…), labels die polsen naar de mate van akkoord zijn (bv. helemaal akkoord, oneens …) labels die polsen naar ervaren intensiteit (bv. sterk, zwak,…), labels die polsen naar frekwentie van voorkomen (bv. soms, af en toe,…) en labels die polsen naar de kwaliteit van bepaalde eigenschappen (bv. slecht, goed,…). Uit diezelfde steekproef nam een kleine groep van deelnemers deel aan een identiek vervolgexperiment, na een periode van 3 tot 6 maand. De resultaten van het onderzoek geven aan dat de deelnemers op een consistente manier kunnen aangeven wat voor hen de ervaren intensiteit van deze labels is. De resultaten van het onderzoek tonen aan dat de beoordelingen voor elk label in het vervolgexperiment niet significant verschillen van de beoordelingen in het eerste experiment. Resultaten tonen ook aan dat de bekomen waarden voor de onderzochte labels soms sterk verschillen van wat men vanuit een linguïstisch oogpunt zou verwachten. Bijvoorbeeld het label “neutraal” wordt niet gepercipieerd als zijnde het midden van een antwoordschaal. Aangezien in dit onderzoek alle labels in het Nederlands gepresenteerd werden, wordt verder crosscultureel onderzoek aangeraden. Dit kan inzicht geven in het effect van de gehanteerde taal en culturele aspecten op de ervaren intensiteit van de onderzochte labels.

In het tweede deel van de experimenten werd gevraagd om dezelfde labels te plaatsen op een schaal met 5, 7 of 9 ankers. Dit liet ons toe de afstand tussen de verschillende ankers en de positie van de verschillende labels te bepalen. Door sterke responseffecten op de extreme posities was het niet mogelijk om aan alle ankerpunten een label toe te kennen. De afstand tussen de verschillende ankerpunten bleek niet gelijk te zijn. Dit betekent echter niet dat men kan concluderen dat antwoordschalen maximaal een ordinaal meetniveau omvatten. De stabiliteit van de beoordelingen in het eerste deel van het experiment laten ons toe te concluderen dat men antwoordschalen kan samenstellen die een hoger meetniveau omvatten. Dit betekent wel dat men antwoordschalen zou moeten op een andere manier presenteren aan respondenten en dat men andere waarden hanteert dan diegene die men vanuit een linguïstisch oogpunt geneigd is te gebruiken.