logo

You are here

Warning message

Attention! This event has already passed.

Empirical Studies on the Mission and Governance of Non- Profit Organisations

Tuesday, 9 January, 2007 - 16:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculty: Social Sciences and Solvay Business School
D
2.01
Cindy Du Bois
phd defence

De meeste definities van non-profit organisaties (NPOs) zijn een
variatie op Hansmann’s definitie (1986, p. 56) “een organisatie die
de netto-winst niet mag uitkeren aan de leden van de
organisatie”. Eigen aan deze definities is de ontkenning: de
organisatie wordt beschreven in termen van wat ze niet kan en/of
niet mag doen. Een NPO karakteriseren in termen van de
doelstellingen die ze wel nastreeft, lijkt een veel moeilijkere
opdracht. Desondanks is het belangrijk de bestaansredenen van
NPOs te begrijpen om hun gedrag te kunnen bestuderen en zo een
efficiënt beleid te voeren. De focus van dit doctoraat ligt dan ook
op de doelstellingen van NPOs en hoe deze binnen de organisatie
kunnen verschillen.

Het proefschrift bestaat uit drie empirische studies die hun
theoretische fundering vinden in het principal-agent kader. In dit
kader worden relaties bestudeerd waarbij de ene partij (de
principal) bevoegdheden delegeert naar een ‘agent’, waarbij er
niet van uitgegaan wordt dat beiden dezelfde doelstellingen
nastreven. De eerste twee studies maken gebruik van gegevens
verzameld door middel van een vragenlijst uitgevoerd in alle
Vlaamse non-profit (vrije) scholen. De derde studie is gebaseerd
op financiële gegevens van Amerikaanse NPOs verzameld door de
Internal Revenue Service (IRS).

In de eerste studie ligt de nadruk op de principal van de NPO. Een
NPO wordt gekenmerkt door een hele waaier van
belanghebbenden of ‘stakeholders’. Het wordt traditioneel
aangenomen dat de Raad van Bestuur deze stakeholders
vertegenwoordigt en zo dus de rol van principal opneemt.
Aangezien de NPO juist een diverse groep van stakeholders heeft
en deze vertegenwoordigd worden in de Raad van Bestuur,
kennen ook deze Raden een hoge graad van diversiteit. Vandaar
de onderzoeksvraag “Is er een relatie tussen de samenstelling van
de Raad van Bestuur en de doelstellingen van deze Raad?”. Op
basis van de informatie verkregen van de voorzitters van de
Raden van Bestuur van de Vlaamse vrije scholen, kunnen we deze
vraag positief beantwoorden. Zo blijkt bijvoorbeeld het aantal
mannelijke bestuursleden een negatieve invloed te hebben op de
prioriteit die wordt toegekend aan ideologische waarden binnen de
school en hechten Raden met meer bestuursleden uit de
educatieve sector significant meer waarde aan
leerlingentevredenheid.

Om de doelstellingen van beide partijen te ‘meten’ werd gebruik
gemaakt van een Discrete Choice Experiment. Dit is een techniek
waarbij de respondenten geconfronteerd worden met een aantal
hypothetische scholen (die van elkaar verschillen op het vlak van
nagestreefde doelstellingen) waarbij ze hun keuze moeten
aanduiden. Ook hier blijken statistisch significante verschillen te
bestaan. Zo hecht de Raad van Bestuur significant meer belang
aan ideologische waarden terwijl de directies meer prioriteit geven
aan de tevredenheid van leerlingen en ook van het personeel in
de school.

Terwijl de eerste twee studies aantonen dat er agency problemen
kunnen zijn binnen NPOs, wordt in een derde luik onderzocht of
deze agency problemen ook een effect kunnen hebben op het
gedrag van de NPO. Meer specifiek onderzoeken we of agency
problemen een invloed hebben op de commerciële niet-missie
gebonden activiteiten waarin de NPO actief is. De resultaten tonen
aan dat NPOs met meer agency problemen significant meer
inkomsten verwerven uit commerciële nevenactiviteiten, i.e.
activiteiten die niet gerelateerd zijn aan de missie van de
organisatie maar hoofdzakelijk dienen om fondsen te verwerven.

Deze studies tonen dus aan dat de doelstellingen van NPOs
kunnen verschillen naargelang van de samenstelling van hun
bestuursraad. Dit creëert een vruchtbare voedingsbodem voor
agency problemen waarbij de manager andere doelstellingen
heeft en nastreeft. Bovendien blijkt dat deze agency problemen
ook bestaan binnen de steekproef van Vlaamse vrije scholen. Een
studie op basis van Amerikaanse data wijst op de invloed die
dergelijke agency conflicten kunnen hebben op het gedrag van de
NPO.