logo

You are here

Warning message

Attention! This event has already passed.

Empirical studies on motivation-related concepts applied to nonprofit employees

Wednesday, 10 December, 2008 - 17:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculty: Psychology and Educational Sciences
D
2.01
Rein De Cooman
phd defence

Werken lijkt zo triviaal dat zelden de vraag gesteld wordt wat mensen motiveert om te
werken. Desalniettemin hangt de prestatie van een organisatie in belangrijke mate af
van de kwaliteit van de werkploeg en hoe sterk de werknemers gemotiveerd zijn om bij
te dragen tot de doelstellingen van de organisatie. In dit proefschrift werd de arbeidsmotivatie
voor een specifiek deel van de arbeidsmarkt bestudeerd. De bijzondere aandacht
ging naar werknemers in de non-profit sector, een tewerkstellingssector die tot op heden
zelden aan bod kwam binnen de arbeids- en organisatiepsychologie.

Aan de hand van zes gerelateerde studies waarbij kwalitatieve en kwantitatieve onderzoekstechnieken
gecombineerd werden, werd getracht een antwoord te formuleren op
een aantal onderzoeksvragen: Wat zijn de werkwaarden van non-profit werknemers?
Zijn deze werkwaarden kenmerkend voor de hele sector? Hoe komen ze tot stand? Wat
zijn hun specifieke motieven om hun job uit te voeren? Hoe relateren deze aan de
geleverde inspanningen? En in hoeverre verschillen non-profit en profit werknemers wat
hun motivatie betreft?

Het onderzoek spitste zich voornamelijk toe op personeel uit de twee grootste non-profit
deelsectoren in België, meer bepaald leerkrachten en verpleegkundigen. Op basis van de
resultaten van de verschillende studies werd gesuggereerd dat non-profit werknemers
inderdaad een typerend motivatieprofiel hebben, vergeleken met de collega’s uit de
profit sector. De empirische studies bevestigden de specificiteit van de non-profit
werknemers voor drie deelaspecten (niveaus van conceptualisatie) van arbeidsmotivatie,
evenals voor de afstemming (‘fit’) tussen individuele en organisatiekenmerken.

Hoewel werknemers uit de non-profit en de profit sectoren allerlei karakteristieken
gemeenschappelijk hebben, werden een aantal opvallende verschillen blootgelegd.
Belangrijke verschillen werden gevonden betreffende de waarde die gehecht wordt aan
het verdienen van geld, het beklimmen van de hiërarchische ladder en het vergroten van
de eigen invloed. Aansluitend op internationaal onderzoek bleken non-profit werknemers
minder dan profit werknemers gericht te zijn op materialistische en egocentrische
waarden en motieven. Ze hechten beduidend minder (relatief) belang aan het feitelijke
salaris en de mogelijkheid tot promotie en leiding geven. Wel appreciëren non-profit
werknemers relatief meer de veiligheid en de zekerheid die aan de tewerkstelling en het
loon verbonden zijn. Ze willen door de uitvoering van hun job niet zozeer persoonlijk
beter worden, maar zijn voornamelijk geïnteresseerd in het verbeteren van het leven van
anderen en van de maatschappij als groter geheel. Dit onderscheid tussen non-profit en
profit werknemers is vrij essentieel en werd eerder nog niet zo uitgebreid empirisch
ondersteund. Op theoretisch vlak levert dit steun voor de stelling dat het aspect
altruïsme binnen motivatieonderzoek meer aandacht moet krijgen hetgeen één van de
kernconclusies van dit proefschrift vormt.

Gegeven de discrepantie in onderliggende waarden tussen de bestudeerde tewerkstellingssectoren
is het niet verwonderlijk dat werkmotivatie bij non-profit werknemers
eerder voortkomt vanuit algemene (sociale en maatschappelijk gerichte) waarden. die zij
persoonlijk belangrijk vinden en willen realiseren in hun job. Ze hebben veelal het gevoel
dat er een goede ‘fit’ bestaat tussen wat ze zelf belangrijk vinden en wat de organisatie
waarvoor ze werken belangrijk acht. In een longitudinaal luik van het doctoraatsproject
werd ontdekt dat over twee jaar gespreid deze fit tot stand komt zowel door de input van
de werknemer die een bewuste keuze maakt voor een bepaalde organisatie die aansluit
bij zijn/haar waarden, als door de organisatie die via allerhande socialisatietechnieken
de werknemer de organisatiewaarden tracht eigen te maken. Een ander onderzoeksresultaat
is dat er geen verschillen bestaan tussen de inspanningen die werknemers uit
beide sectoren leveren op hun werk. Dit werd vastgesteld door een daartoe speciaal
ontworpen onderzoeksinstrument hetgeen deuren opent voor zowel toekomstig wetenschappelijk
onderzoek als voor praktijktoepassingen.

Tenslotte mag niet vergeten worden dat het benadrukken van de verschillen tussen
werknemers van verschillende tewerkstellingssectoren op zich een bepaald risico
inhoudt. Het is niet de bedoeling er toe aan te zetten non-profit werknemers als een
speciale groep te behandelen en dezen eventueel op die manier te stigmatiseren. Er werd
enkel gesuggereerd dat psychologen en andere betrokkenen bij het organisatiebeleid
zich zouden moeten bewust zijn van de verschillen tussen werknemers in bepaalde
sectoren en dan ook de inzichten omtrent de eigenlijke motivatie van de werknemers
waar mogelijk toe te passen bij het opstellen van human resource praktijken op maat.
Het is in deze afstemming dat voor beide partijen, werknemers en organisatie, de meeste
voordelen te halen zijn.

Attachment: 
PDF icon 200812101i.pdf