logo

You are here

Warning message

Attention! This event has already passed.

Het perspectief van de multitude. Agamben, Machiavelli, Negri, Spinoza, Virno

Thursday, 24 February, 2011 - 15:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
D
2.01
Sonja Lavaert
phd defence

Thema van deze studie is het concept van multitude dat in het actuele debat over
democratie, kapitalisme en heerschappijvormen naar voor wordt geschoven door de
Italiaanse filosofen Negri, Agamben en Virno. Deze drie denkers vertrekken van de
ervaring van het ‘operaismo’ en de ideeën van ‘conricerca’ die vorm kregen in de
revolutionaire beweging van de jaren 60 en 70, maar het is Negri die een sleutelrol
wordt toebedeeld. Het multitudeconcept is bekend in Italië sinds de publicatie begin
de jaren 80 van zijn boek over Spinoza waarin hij de idee lanceert van een
alternatieve lijn van moderniteit die begint bij Machiavelli en via Spinoza leidt naar
Marx. Met een onorthodoxe lectuur van Marx bewerkstelligt hij een renaissance van
het historisch materialisme maar hij gaat verder dan Marx en de verlichting. Hij vormt
nieuwe paradigma’s, fungeert als voorbeeld in de toe-eigening van concepten en
figuren uit de culturele traditie, koppelt kritiek en verzet aan verbeelding, collectieve
subjectiviteit en creativiteit. Deze werkwijze, die paradigmatisch wordt voor een
reeks actuele denkers zoals ondermeer Agamben en Virno, wordt verkend van
binnenuit, door te doen zoals Negri en zijn stem te volgen in een poging hem verder
door te denken.

Bij Negri is de opkomst van het perspectief van de multitude verbonden met
contextuele historische factoren en met de tekstuele bronnen van Spinoza en
Machiavelli. Zijn realisme stelt objectieve kennis in vraag en poneert de politiek
ethische én epistemologische effectiviteit van hypothetische, creatieve,
perspectivische kennis. In het paradigma van Spinoza wordt een ‘common’ geponeerd
op basis van de veelheid van verschillen in de plaats van op identiteit. Cruciaal daarin
zijn: een opvatting van oorzaak als samenkomst van factoren, de rol van de
verbeelding, een ontheiliging van religie, de verbinding van liefde en kunst met
politiek, het procédé van de omkering, de strijdige begrippen van ‘potentia’
(verzetsmacht) en ‘potestas’ (gevestigde macht). Machiavelli’s denken, gevormd rond
het tijdsconcept van ‘fortuna en virtù’ en de idee van ‘verità effettuale’, komt samen
met dit oorzaakbegrip in het perspectief van de multitude of menigte. Ook deze
samenhang wordt verkend van binnenuit, door een confrontatie met Spinoza en
Machiavelli, van wie een eigen lectuur en interpretatie naar voor wordt geschoven.

In de derde beweging van deze meerstemmige studie worden de uitdrukkingen van
Negri geconfronteerd met die van Agamben en Virno bij wie we een verschuiving
zien van de focus naar kunst en taalpraktijk; bij beiden wordt het paradigma van
Negri, en dus van Machiavelli en Spinoza, uitgewerkt met betrekking tot de ervaring,
tijdsopvatting en onze concrete tijd. Agamben gaat vooral terug naar de principes: hij
analyseert de paradigmamethode, de ‘analogica’, de profanatie, het doeloorzakelijk
denken, en voor het multitudeconcept gaat hij terug naar het begin van de vroege
renaissance: hij ziet het opkomen bij Dante. Virno analyseert het doeloorzakelijk
denken in een toegepast verband met betrekking tot de actuele arbeidsprocessen. Hij
zoekt de multitude in de dubbelzinnige, onbepaalde menselijke natuur en in
fenomenologische analyses van actuele arbeid en levensvormen. De lectuur van
Agamben en Virno roept veel vragen op en legt zo een onderzoeksgebied open
waardoor deze studie teruggevoerd wordt naar de status van een begin tot werk dat
nog staat te gebeuren.