logo

You are here

Warning message

Attention! This event has already passed.

‘In de put’. De dagelijkse werking van de arbeidsmarkt voor mijnwerkers in Belgisch-Limburg (1900-1966)

Friday, 30 September, 2011 - 16:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculty: Arts and Philosophy
D
0.07
Bart Delbroek
phd defence

Dit onderzoek naar de geschiedenis van de Limburgse mijnen wil tot een
beter inzicht te komen in de impact die de vestiging van een nieuwe,
moderne industrie heeft op de traditionele overlevingspatronen in een
agrarische, dunbevolkte regio. Het onderzoek gebeurt aan de hand van
het concept arbeidsmarkt, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar het
dagelijkse niet-conflicterende gedrag op de werkvloer van mijndirecties en
mijnwerkers, en niet zozeer op eerder uitzonderlijke gebeurtenissen zoals
stakingen. Veel belang werd gehecht aan de periode voorafgaand aan de
ontginning (met name 1900-1917). Centraal staan de vragen naar de
wijze waarop de steenkoolindustrie zich trachtte te voorzien van
voldoende arbeidskrachten en hoe de mijnwerkers omgingen met de
aangeboden arbeidsvoorwaarden. Aan bod kwamen onder meer: de
evolutie van arbeidsaanbod en arbeidsvraag, beroepshiërarchie en -
categorieën, loonstelstels, de geografische origine van mijnwerkers, de
concrete aanwervingsstrategieën, selectiecriteria voor mijnwerkers, en
mijnbouwonderwijs.

Uit het onderzoek blijkt dat in het Limburgse kolenbekken de mijndirecties
over een groot machtsoverwicht beschikten t.o.v. de arbeiders. De
rekruteringsinspanningen waren in de eerste plaats gericht op het
verwerven van grote aantallen arbeidskrachten, zonder bijzondere eisen
t.a.v. hun beroepskwalificatie en ervaring. In hun personeelsbeleid komt
steeds een sterke dualiteit naar voren tussen de noodzaak het
mijnwerkersberoep aantrekkelijk te maken enerzijds, en de disciplinering
van de arbeiders anderzijds. Geheel onder controle kregen ze hun
personeel echter nooit. De mijnwerkers in Limburg reageerden
voornamelijk met individuele arbeidsmarktstrategieën zoals absenteïsme,
een groot arbeidsverloop en het verzekeren van alternatieve inkomsten.
Voor de meeste arbeiders was de arbeidsmarkt voor mijnwerkers slechts
een tijdelijke arbeidsmarkt.