logo

You are here

Warning message

Attention! This event has already passed.

Tussen participatie en representatie. Contextuele en structurele dimensies van de Vlaamse derde wereldbeweging, 1955-2000

Thursday, 19 January, 2012 - 14:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculty: Arts and Philosophy
E
0.04
Jan Van De Poel
phd defence

Dit onderzoek naar het ontstaan en de ontwikkeling van de
derdewereldbeweging in Vlaanderen sinds het midden van de jaren 1950
ziet de NGO’s voor ontwikkelingssamenwerking in essentie niet als een
medium voor een middelentransfer naar het Zuiden (de ‘derde wereld’)
maar als de emanatie van een sociale beweging. Als sociale
bewegingsorganisaties geven de NGO’s vorm aan een maatschappelijk
alternatief, met implicaties op vlak van ideologie, praxis en organisatie.
De focus in dit onderzoek ligt op het organisatorische aspect. De centrale
vraag daarbij luidt of en op welke manier NGO’s voor
ontwikkelingssamenwerking een sociale beweging blijven waarin de
principes van de participatieve democratie in de praktijk worden gebracht.

Op basis van de beschikbare sociaalwetenschappelijke literatuur
ontwikkelt dit onderzoek de centrale assumptie dat het democratisch
werken van NGO’s als sociale bewegingsorganisaties bepaald wordt door
zowel contextuele als structurele dimensies. De contextuele dimensies
verwijzen naar de maatschappelijke structuren en actoren die zich buiten
de organisaties bevinden en de NGO’s een zekere legitimiteit verlenen,
terwijl de structurele dimensies naar de relaties tussen de actoren binnen
de organisatie verwijzen.

Dit onderzoek op basis van een doelgerichte selectie van 7 NGO’s
(Broederlijk Delen, NCOS-11.11.11, Wereldsolidariteit, fos, Oxfam-
Wereldwinkels, Vredeseilanden en Coopibo) toont aan dat NGO’s voor
ontwikkelingssamenwerking niet noodzakelijk op mechanistische manier
streven naar de meest formeel-rationele organisatievorm. NGO’s bouwen
defensieve mechanismen op die hen beschermen tegen een exclusief
rationeel-bureaucratische logica. Het succes van die mechanismen is
afhankelijk van de wijze waarop de NGO een evenwicht kan realiseren
tussen haar participatieve (vis-à-vis leden en achterban) en
representatieve (vis-à-vis omringende maatschappelijke structuren)
functies. Dit onderzoek legt bovendien een aantal factoren bloot die dat
evenwicht mee bepalen: een brede maar doelgerichte en selectieve relatie
met achterban en publieke opinie, een coöperatieve maar complementaire
relatie met de overheid en de kanalisering van het interne
organisatorische conflict in functie van de ‘genetische code’ van de
organisatie.