logo

Algemene gegevens

Hier vind je algemene informatie over de opleidingen criminologische wetenschappen aan de VUB.

Opleidingspagina

Klik door naar de opleidingspagina van de

  • Bachelor of Science in de criminologische wetenschappen (180 ECTS)
  • Master of Science in de criminologische wetenschappen (60 ECTS)

Cijfers

Klik door naar cijfergegevens die beschikbaar worden gesteld op de pagina 'Opleiding in cijfers' van de Vlaamse overheid, Onderwijs & Vorming:

Aantal studenten in de volledige bacheloropleiding in 2014-2015: 228

Aantal studenten in de masteropleiding in 2014-2015: 92

De opleidingen worden ook aangeboden in een variant voor werkstudenten. Er wordt tevens een verkorte bacheloropleiding aangeboden.

In academiejaar 2013-2014 behaalden 37 bachelorstudenten en 44 masterstudenten criminologische wetenschappen hun diploma.

KWALITEIT VAN DE OPLEIDINGEN CRIMINOLOGISCHE WETENSCHAPPEN

De bachelor- en masteropleiding in de criminologische wetenschappen beogen op te leiden tot breed inzetbare generalisten. Dat gebeurt door middel van een coherent programma dat evolueert van inleidend naar verdiepend. In de bacheloropleiding gebeurt dat in vijf leerlijnen: verbredende kennis, theoretische criminologie, methoden van het criminologisch onderzoek, recht en mensenrechten, en criminologie van de strafrechtsbedeling. In de masteropleiding kunnen de studenten kiezen uit enkele profielen. Hierbij worden gevarieerde werk- en evaluatievormen ingezet. De studenten zijn tevreden over de kwaliteit van het onderwijs, de docenten zijn daarnaast ook excellente onderzoekers. De opleidingsraad hecht veel belang aan de inbreng van alumni en werkveldvertegenwoordigers en houdt de vinger aan de pols van recente evoluties. Ook internationalisering en de wisselwerking met Brussel zijn prioriteiten.

afgestudeerden zijn redelijk eigenzinnige criminologen, humanistische wereldburgers, criminologische denkers die op een generalistische en interdisciplinaire wijze kunnen reflecteren, kritische onderzoekers en tot slot empathische professionals

Leerresultaten en profilering

De opleidingsraad is in 2015 en 2016 bezig (geweest) met het herformuleren van de opleidingsspecifieke leerresultaten. In deze leerresultaten worden vijf rollen geconcretiseerd, die goed aansluiten bij de vijf pijlers van de Visie op Onderwijs: afgestudeerden zijn redelijk eigenzinnige criminologen, humanistische wereldburgers, criminologische denkers die op een generalistische en interdisciplinaire wijze kunnen reflecteren, kritische onderzoekers en tot slot empathische professionals.

De geherformuleerde leerresultaten zijn het resultaat van een diepgaande reflectie. De leerresultaten sluiten aan bij de descriptoren van de Vlaamse Kwalificatiestructuur. Op het moment van de kwaliteitsbeoordeling plande de opleidingsraad nog een aftoetsing van deze nieuwe leerresultaten bij vertegenwoordigers van het werkveld en wilde zij nog nagaan of het uiteindelijke resultaat beantwoordt aan de niveaudescriptoren zoals beschreven in artikel II.141 van de Codex Hoger Onderwijs.

De opleiding beoogt op te leiden tot breed inzetbare generalisten, aangezien de arbeidsmarkt erg divers is en afgestudeerden zo meer kansen hebben in de zoektocht naar een baan. Omdat (toekomstige) studenten niet altijd even goed op de hoogte lijken te zijn van deze visie en het profiel van de opleiding, plant de opleidingsraad om dat explicieter te communiceren. Door deze visie te verduidelijken, wordt het ook voor de opleidingsraad eenvoudiger om prioriteiten te stellen.

de opleidingsraad wil een coherent programma aanbieden

Curriculum

Het programma van zowel de bachelor- als de masteropleiding werd recent gewijzigd. Het nieuwe programma van de master werd ingevoerd in het academiejaar 2014-2015. Het herziene programma van de bacheloropleiding wordt geleidelijk ingevoerd: in het academiejaar 2015-2016 ging de eerste studiefase van het vernieuwde programma van start. Door het programma te wijzigen wilde de opleidingsraad een meer coherent programma aanbieden, het studierendement verhogen en internationalisering (zowel @home als in het buitenland) versterken. Daarnaast was het de bedoeling om met de hervorming een aantal specifieke probleempunten weg te werken. Specifiek voor de bachelor stelde de opleiding zich tot doel om een vakgerichte taalopleiding te voorzien en om te voorzien in een steviger methodologisch traject ter voorbereiding op de master. Bij de programmahervorming voor de master hield de opleidingsraad rekening met de zware werklastervaring die studenten hadden bij het oude programma. De opleidingsraad wilde ook het studierendement van de masterproef verhogen. Met de programmahervormingen gaf de opleidingsraad gevolg aan aanbevelingen in het visitatierapport van 2008.

Voor de bacheloropleiding definieerde de opleiding vijf leerlijnen: verbredende kennis, theoretische criminologie, methoden van het criminologisch onderzoek, recht en mensenrechten, en criminologie van de strafrechtsbedeling. Het programma is opgebouwd via een model waarbij studenten in de eerste studiefase inleidende opleidingsonderdelen uit diverse disciplines van de humane wetenschappen (psychologie, sociologie, geschiedenis, recht en wijsbegeerte) volgen om een algemene basis te krijgen. In de tweede studiefase worden opleidingsonderdelen aangeboden die het wetenschapsdomein van de criminologie verder exploreren. In de derde studiefase worden een aantal domeinen of specialisaties van de criminologische wetenschappen verdiept. Studenten volgen dan ook een stage en leggen in het vernieuwde programma een formele bachelorproef af.

In de master kiezen studenten naast de masterproef (voor 24 studiepunten) twee uit vier profielen (Penologie, Crime and the city, Jeugdcriminologie en Politiek en veiligheid; in totaal 18 studiepunten) en daarnaast nog enkele keuzeopleidingsonderdelen uit een lijst met opleidingsspecifieke en verbredende opleidingsonderdelen (in totaal 18 studiepunten). De profielen zijn intensieve opleidingsonderdelen die drie dagen per week gegeven worden. Het opzet van de profielen is het Europese, internationale en vergelijkende kader in de masteropleiding binnen te brengen. Eén profiel (Crime and the city) is volledig Engelstalig; in de andere profielen wordt steeds een gedeelte in het Engels voorzien. Ze laten bovendien toe het werkveld binnen te brengen in de opleiding.

De opleidingsraad werkte ook een verkort bachelorprogramma uit, ter vervanging van het schakel- en voorbereidingsprogramma. Voor het verkorte bachelorprogramma tekende de opleidingsraad vijf trajecten uit, afgestemd op het instroomprofiel van de zij-instromers.

Nu de programmawijziging ingevoerd is, heeft de opleidingsraad nog andere plannen om het programma te optimaliseren. Zo zullen de leerlijnen versterkt worden, doordat de docenten per leerlijn overleggen of de leerresultaten, de werkvormen, het studiemateriaal en de evaluatie op elkaar afgestemd zijn. Afstemming binnen de leerlijn ‘methoden van het criminologisch onderzoek’ is prioritair. De opleidingsraad wil ook de opleidingsmatrix finaliseren. Met behulp van dit instrument worden de opleidingsonderdelen van de opleiding gekoppeld aan de opleidingsspecifieke leerresultaten, de werk- en de evaluatievormen. Het overzicht dat zo ontstaat en waaruit ook de onderlinge samenhang blijkt, vormt een startpunt voor verdere afstemming.

Ook aan de inhoud van de profielen heeft de opleidingsraad gewerkt. Hiermee geeft hij gevolg aan opmerkingen van de studenten over de diepgang van sommige profielen en over verschillen in werklast tussen de verschillende profielen. Om aan de tekortkomingen tegemoet te komen, werden de titularissen van de profielen gewijzigd en werd de inhoud ervan grondig bijgestuurd.

de evaluatievormen zijn gevarieerd

Evaluatiebeleid

De evaluatievormen die in de opleiding gebruikt worden zijn gevarieerd. In de bacheloropleiding wordt aanvankelijk vooral schriftelijk geëvalueerd (samenhangend met de nagestreefde beheersingsniveaus als onthouden, begrijpen en toepassen), terwijl later meer mondelinge evaluaties aan bod komen. In de master zijn de evaluatievormen zo gekozen dat er meer geëvalueerd wordt op analyseren, evalueren en creëren.

De opleidingsraad heeft al meermaals gesproken over het belang van een evaluatiebeleid, maar plant nog verdere acties die aansluiten bij het centrale evaluatiebeleid van de VUB. Zo wil de opleidingsraad een formeel evaluatiebeleid ontwikkelen, meer aandacht besteden aan formatieve evaluatie, het geven van feedback en het expliciteren van beoordelingscriteria. De opleidingsraad wil de kwaliteit van het evaluatieproces op drie niveaus verbeteren, namelijk op het niveau van de opleiding, de leerlijnen en de opleidingsonderdelen.

Op het niveau van de opleiding wil de opleidingsraad de opleidingsmatrix verfijnen, evaluatierichtlijnen vastleggen en een evaluatienota voor papers opmaken waardoor de evaluatiecriteria bij deze evaluatievorm zowel voor studenten als beoordelaars duidelijk zijn.

Op het niveau van de leerlijnen wil de opleidingsraad de congruentie tussen de leerresultaten en de evaluatievormen garanderen en de afstemming tussen formatieve en summatieve evaluatie versterken. Daarnaast wil de opleidingsraad aandacht besteden aan de communicatie over de evaluatie naar studenten.

Op het niveau van de opleidingsonderdelen zet de opleidingsraad in op onderwijsprofessionalisering voor de docenten, waarbij de mogelijkheden van ‘nieuwe evaluatievormen’ worden onderzocht en de docenten elkaar door middel van peer review constructieve feedback geven. De opleidingsonderdeelfiches – waaraan nu al veel aandacht wordt besteed – worden blijvend op hun kwaliteit gescreend.

Tevredenheid studenten

In de onderwijsevaluatie beoordelen de studenten hun onderwijs. Hieronder worden de resultaten weergegeven voor de laatste twee semesters waarvoor resultaten beschikbaar waren bij het opstellen van dit rapport.

Bachelor criminologische wetenschappen

  • 2014-2015 (sem 2) 56/203 27,59%
  • 2015-2016 (sem 1) 93/247 37,65%

Master criminologische wetenschappen

  • 2014-2015 (sem 2) 17/62 27,42%
  • 2015-2016 (sem 1) 21/84 25,00%

De resultaten van de onderwijsevaluatie laten zien dat de meerderheid van de studenten criminologische wetenschappen tevreden tot zeer tevreden is over het onderwijs. De lage deelname en lagere gemiddelde tevredenheid voor de masteropleiding verklaart de opleidingsraad na een bespreking met de studenten als volgt: studenten zeggen vooral deel te nemen aan de onderwijsevaluatie als zij niet tevreden zijn over een opleidingsonderdeel of over een aspect daarvan. De opleidingsraad gaat er dan ook van uit dat de tevredenheid hoger ligt dan bovenstaande resultaten suggereren.

de studenten zijn tevreden over de kwaliteit van het onderwijs

Docenten

Zoals hierboven bleek, zijn de studenten tevreden over de kwaliteit van het onderwijs. De docenten nemen bovendien deel aan onderwijsprofessionaliseringsinitiatieven. Daarnaast zijn zij excellente onderzoekers, wat ook blijkt uit de verwerving van het statuut van onderzoekszwaartepunt door de vakgroep criminologische wetenschappen. De docenten beschouwen de verwevenheid tussen onderwijs en onderzoek als een garantie voor de kwaliteit van het onderwijs, al kiest de opleiding waar nodig ook voor verbreding van het onderwijs. Sinds het najaar van 2015 moet het zelfstandig academisch personeel beantwoorden aan de vereisten die beschreven worden in de competentietoets.

De combinatie van onderzoek, onderwijs, dienstverlening en beleidstaken zorgt voor een zware belasting van het personeelskader (7,50 vte zelfstandig academisch personeel in 2015). De opleidingsraad zoekt dan ook naar manieren om de werklast te verlichten. Zo wordt overwogen om de werkvormen in de werkstudentenprogramma’s aan te passen, wat zowel de studenten als de docenten ten goede zou komen. In het algemeen wil de opleidingsraad duidelijke prioriteiten stellen.

Voorzieningen en studiebegeleiding

De opleidingen criminologische wetenschappen zetten in op studiebegeleiding. Door werkcolleges aan te bieden worden de studenten ondersteund in het verwerken van de leerstof. In de academiejaren 2014-2015 en 2015-2016 werkte de opleidingsraad mee aan het facultaire project ‘Met de stroom mee’, ter ondersteuning van de studievaardigheden van beginnende studenten. Voor startende studenten wordt ook een informatiemoment georganiseerd. Met vragen over hun studietraject kunnen de studenten terecht bij de studietrajectbegeleiders.

De opleidingsraad wil extra aandacht besteden aan het studiemateriaal en komt hiermee tegemoet aan opmerkingen van studenten.

Om de band met het faculteitssecretariaat te versterken, heeft de opleidingsraad een liaison met het faculteitssecretariaat aangesteld, zodat de beslissingen van de opleidingsraad opgevolgd kunnen worden.

Instroom

In het academiejaar 2014-2015 waren 228 studenten ingeschreven in de bacheloropleiding, waarvan 64 generatiestudenten. In de masteropleiding waren er in hetzelfde academiejaar 92 studenten ingeschreven. In het academiejaar 2013-2014 volgden 41 studenten de werkstudentenvariant van de bacheloropleiding en 20 de werkstudentenvariant van de masteropleiding. Het aantal inschrijvingen voor criminologische wetenschappen vertoonde op het moment van de kwaliteitsbeoordeling een dalende trend, terwijl de inschrijvingen aan de VUB globaal stijgen. De trend sluit echter wel aan bij de evolutie van de inschrijvingsaantallen voor de Vlaamse opleidingen criminologische wetenschappen. Mogelijk heeft de aankondiging van een uitbreiding van de studieomvang van de master tot een tweejarige master (die uiteindelijk niet werd ingevoerd) mee een daling van de instroom veroorzaakt. Vanaf academiejaar 2015-2016 vangen weer meer studenten de opleiding aan. Wellicht ligt de maatschappelijke interesse voor fenomenen als radicalisering hieraan ten grondslag.

Een groot aandeel van de studenten die starten met de opleiding hebben in het secundair onderwijs een opleiding gevolgd die minder goed voorbereidt op een academische opleiding [zie onderwijskiezer]. De opleidingsraad vindt een democratische toegang tot de universiteit belangrijk, maar beklemtoont wel dat de studenten goed geïnformeerd aan hun studie moeten kunnen beginnen. Daarom plant de opleidingsraad te expliciteren over welke competenties startende studenten moeten beschikken en zal ook het profiel van de opleiding duidelijker gecommuniceerd worden.

Studiesucces

In academiejaar 2013-2014 bedroeg het studierendement van de bachelorstudenten 64,2% en van de masterstudenten 76,1%. In beide gevallen ligt het studierendement meer dan vijf procent onder het Vlaamse gemiddelde voor opleidingen criminologische wetenschappen. In de werkstudentenprogramma’s fluctueert het studierendement sterk, mede onder invloed van de beperkte aantallen. De drop-outcijfers voor generatiestudenten criminologische wetenschappen liggen gemiddeld hoger dan het VUB-gemiddelde.

De cijfers voor de bacheloropleiding worden beïnvloed door het instroomprofiel van de studenten, dat niet altijd even goed voorbereidt op de opleiding. Zoals hiervoor vermeld, zal de opleidingsraad daarom het profiel van de opleiding en de competenties waarover startende studenten moeten beschikken expliciteren. De cijfers worden ook beïnvloed door de resultaten voor de werkstudenten, die gemiddeld een lager studierendement behalen. In de masteropleiding vormt de masterproef een struikelblok, zoals voor veel eenjarige masteropleidingen het geval is. De opleidingsraad heeft hierrond al verschillende maatregelen genomen: het aantal studiepunten van het opleidingsonderdeel werd opgetrokken en er werd een masterproeftraject ingericht. Daarnaast bracht de opleidingsraad ook voor andere opleidingsonderdelen wijzigingen aan, zoals de studielast verlichten, meer studiepunten toekennen en de leerinhoud aanpassen.

De opleidingsraad zal ook sterker inzetten op formatief evalueren met bijbehorende feedback. Dit kan immers een positieve impact hebben op het studierendement.

Om tot een consequent beleid te komen rond geïndividualiseerde trajecten, vrijstellingen en volgtijdelijkheid, richtte de opleidingsraad een studietrajectcommissie op. De bedoeling is enerzijds om aanvragen meer gestroomlijnd te behandelen en anderzijds om te detecteren waar het bij studenten in hun studietraject misloopt.

de opleidingsraad wil de professionele gerichtheid van de opleiding nog versterken

Uitstroom, alumni en relatie met het werkveld

De opleidingsraad hecht veel belang aan de inbreng van alumni en vertegenwoordigers van het werkveld. De opleiding houdt voor recente evoluties een vinger aan de pols via de onderzoekscontacten, de stagemeesters en de terreinkennis van het werkveld, en richt bovendien een adviesraad met alumni en werkveldvertegenwoordigers op om de inbreng van deze belanghebbenden structureel te garanderen. De opleidingsraad wil de professionele gerichtheid van de opleiding nog versterken, zonder in te boeten op de academische vaardigheden.

In de bacheloropleiding volgen studenten een verplichte stage, waarbij zij ook praktijkvaardigheden verwerven. Studenten kiezen zelf hun stageplaats. Op suggestie van het werkveld werd in de bacheloropleiding het opleidingsonderdeel ‘Persoonsgerichte interventies in de criminologie’ ingericht om aandacht te besteden aan face-to-face-gesprekken. In de masteropleiding werd het opleidingsonderdeel ‘Beleid, praktijk en evaluatie’ gecreëerd. Dat opleidingsonderdeel, dat door drie docenten wordt verzorgd, besteedt aandacht aan de beleidscyclus, vergadertechnieken en projectmanagement. Ook groepswerken bereiden voor op de overgang naar de arbeidsmarkt. Verder wordt in de profielen in de masteropleiding aandacht besteed aan de relatie met het werkveld.

Op het moment van de kwaliteitsbeoordeling waren er nog geen recente gegevens van alumni beschikbaar. De centraal georganiseerde alumnibevraging vindt plaats in het najaar van 2016.

de opleidingsraad wil van internationalisering een prioriteit maken

Internationalisering

De opleidingsraad wil van internationalisering een prioriteit maken, en zowel internationalisation@home als uitwisseling versterken. De opleiding maakt al gebruik van internationale, meer bepaald Engelstalige, teksten. Ook het profiel Crime and the city in de masteropleiding past binnen internationalisation@home. Door ook Engelstalige opleidingsonderdelen in de bacheloropleiding aan te bieden, net als meer internationale lezingen en eventueel fellowships, wil de opleidingsraad internationalisation@home verder uitbouwen.

Brussel wordt in het programma betrokken door de organisatie van stadswandelingen. De hoofdstad komt bij uitstek aan bod in het profiel Crime and the city. De opleidingsraad onderzoekt verder hoe de ligging van de opleiding in Brussel meer uitgespeeld kan worden. De stad is immers de thuisbasis van heel wat internationale organisaties en professionals. De hoofdstad biedt ook de ideale context om interculturele competenties te verwerven, die aansluiten bij de rollen van ‘humanistische wereldburger’ en ‘empathische professional’.

Bij de uitwisselingsovereenkomsten voor studenten zijn er zowel programma’s die gedeeld worden met de rechtenopleidingen als specifieke programma’s voor criminologiestudenten. Voor bezoekende buitenlandse studenten organiseert de opleiding reading courses aangezien de meeste opleidingsonderdelen in het Nederlands worden aangeboden. De opleidingsraad wil studenten van bij het begin van hun studietraject informeren over de mogelijkheden tot internationalisering. Zo kunnen ze bijvoorbeeld reeds voor hun verblijf in het buitenland de taal leren. Door het aanbod van stageplaatsen en instellingen in het buitenland te vergroten, hoopt de opleiding de aantrekkelijkheid voor studenten te verhogen. Door meer en beter te communiceren over het opleidingsonderdeel ‘International Comparative Field Visit Study’ wordt gehoopt dat meer studenten op excursie naar het buitenland gaan.

De nabijheid van de ULB is een opportuniteit. De samenwerking die al bestaat op het vlak van onderzoek zou uitgebreid kunnen worden naar onderwijs.

Communicatie

De opleidingsraad wil de bestaande communicatie naar huidige en toekomstige studenten optimaliseren. Zo wordt de structuur van het programma visueel duidelijker uitgewerkt, wordt het profiel van de opleiding duidelijker geëxpliciteerd, net als de competenties waarover startende studenten moeten beschikken.

de opleidingsraad is dynamisch en gericht op remediëring en getuigt daarmee van een positieve kwaliteitscultuur

Werking opleidingsraad

De opleidingsraad bevordert en bewaakt de kwaliteit van de opleidingen criminologische wetenschappen. De opleidingsraad tekent de visie uit en formuleert onder meer voorstellen over de inhoud, de vorm, de samenhang en de studeerbaarheid van de programma’s. De opleidingsraad criminologische wetenschappen vergadert frequent, is dynamisch en gericht op remediëring en getuigt daarmee van een positieve kwaliteitscultuur. Naast de reguliere vergaderingen worden ook opleidingsdagen georganiseerd waarbij dieper wordt ingegaan op specifieke onderwerpen. De opleidingsraad, waarin studenten vertegenwoordigd zijn, hanteert een model met veel inspraak en houdt dan ook rekening met opmerkingen die door de studenten worden gemaakt.

---------------------------------------------------

Dit rapport is gebaseerd op de resultaten van een kwaliteitsbeoordeling. Die vond plaats op 10 december 2015. De leden van het panel waren prof. dr. Joke Bauwens (VUB, Faculteit Economische en Sociale Wetenschappen, opleiding communicatiewetenschappen), prof. dr. Wim Huisman (VU Amsterdam, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, opleidingsdirecteur criminologie), dhr. Peter Colle (Stad Gent, dienst Preventie voor Veiligheid), prof. dr. Yvette Michotte (VUB, vicerector onderwijsbeleid) en dhr. Stijn Van Achter (VUB, onderwijskundig expert). Het panel werd ondersteund door dr. An Faems (Departement Onderwijsbeleid, coördinator kwaliteitszorg) en door dhr. Michiel Horsten (Departement Onderwijsbeleid, kwaliteitszorgmedewerker).

Tekst goedgekeurd door de Academische Raad op 3 oktober 2016.