logo

Algemene gegevens

Hier vind je algemene informatie over de opleidingen farmaceutische wetenschappen aan de VUB.

Opleidingspagina

Klik door naar de opleidingspagina van de

  • Bachelor of Science in de farmaceutische wetenschappen (180 ECTS)
  • Master of Science in de farmaceutische zorg (120 ECTS)
  • Master of Science in de geneesmiddelenontwikkeling (120 ECTS)

Cijfers

Klik door naar cijfergegevens die beschikbaar worden gesteld op de pagina 'Opleiding in cijfers' van de Vlaamse overheid, Onderwijs & Vorming:

Kwaliteit van de opleidingen farmaceutische wetenschappen

De opleidingen farmaceutische wetenschappen beschikken over helder geformuleerde leerresultaten, geordend in vier rollen: farmaceutisch expert, zorgverstrekker, wetenschappelijk onderzoeker en manager. Ze zetten sterk in op praktische training, met als blikvanger het apothekersgame GIMMICS. 

De opleidingsraad houdt de vinger aan de pols en optimaliseert het programma waar nodig, rekening houdend met de inbreng van studenten en alumni. De studenten krijgen geregeld feedback, wat ze erg waarderen. Ze zijn bovendien in het algemeen zeer tevreden over het onderwijs en over het laagdrempelige contact met de docenten en assistenten. Het docententeam is sterk in onderwijsvernieuwing en vindt het belangrijk dat studenten tijdens hun opleiding een zelfstandige attitude aanleren.

De opleidingsraad functioneert zeer goed, wordt gekenmerkt door een constructieve teamgeest en getuigt daarmee van een positieve kwaliteitscultuur.

sterke nadruk op praktische training

Leerresultaten en profilering

De opleidingsraad heeft in 2015 de opleidingsspecifieke leerresultaten herzien. Dat gebeurde op basis van een screening van verschillende bronnen: het Pharmine-project – dat een synthese trachtte te maken van alle Europese farmacie-opleidingen – en de leerresultaten van een aantal Belgische en Nederlandse universiteiten. Daarnaast vonden enkele brainstormsessies plaats over de richting waarin het domein van de farmaceutische wetenschappen evolueert. De opleidingsraad hield ook rekening met de relevante Europese richtlijnen betreffende de officina-apotheker en met de Visie op Onderwijs van de VUB. De leerresultaten sluiten aan bij de descriptoren van de Vlaamse Kwalificatiestructuur en beantwoorden aan de niveaudescriptoren zoals beschreven in artikel II.141 van de Codex Hoger Onderwijs. De vernieuwde leerresultaten zijn geordend in vier rollen: farmaceutisch expert, zorgverstrekker, wetenschappelijk onderzoeker en manager.

Tussen de masters in Geneesmiddelenontwikkeling en Farmaceutische Zorg bestaat een zekere overlap gezien de wettelijke finaliteit van beide diploma’s (apotheker). Studenten van beide masteropleidingen nemen dan ook deel aan GIMMICS (Groningen Institute Model for Management in Care Services), een apothekersgame waarbij zo getrouw mogelijk de officinapraktijk wordt nagebootst. De opleidingsraad noemt de sterke nadruk op praktische training het meest profilerende aspect van de opleidingen.

de programmahervorming is gebaseerd op input van focusgesprekken met de studenten en alumni en op de recente evoluties binnen het vakgebied

Curriculum

Het programma is opgebouwd rond 3 leerlijnen:

  • Chemie en analyse: opleidingsonderdelen die zich richten op biochemische, farmaceutische, medicinale en instrumentele aspecten van de opleiding
  • Van molecule tot patiënt: opleidingsonderdelen die dieper ingaan op de werking van moleculen in het menselijk lichaam en het toepassen van deze kennis
  • Wetenschappelijk denken en onderzoek: opleidingsonderdelen die meer gericht zijn op verschillende aspecten van wetenschappelijk onderzoek

Aan de hand van de opleidingsmatrix heeft de opleidingsraad vastgesteld dat er geen lacunes in het programma zijn en dat er geen storende overlap tussen opleidingsonderdelen is. Bovendien zijn de werk- en evaluatievormen congruent met de beoogde leerresultaten.

De opleidingsraad werkt aan een grootschalige hervorming van het programma en baseert zich daarbij op de input van focusgesprekken met de studenten en alumni, de recente evoluties binnen het vakgebied en het overzicht in de opleidingsmatrix. De opleidingsraad plant ook een bevraging van het werkveld om verdere input voor de programmahervorming te krijgen. De belangrijkste aandachtspunten hierbij zijn:

  • De masterjaren worden als zwaar ervaren. Hieraan wordt onder meer geremedieerd door opleidingsonderdelen te laten indalen. Daarbij wordt erover gewaakt dat de bacheloropleiding niet verzwaart.
  • De duur van de wetenschappelijke stage voor de masterproef wordt verlengd.
  • Internationalisation@home-aspecten en mobility windows worden onderzocht.
  • Rationaliseren van practica door bepaalde practica gezamenlijk voor twee opleidingsonderdelen te organiseren, waarbij één practicum bijdraagt tot de leerresultaten van beide opleidingsonderdelen.
  • Specifiek voor Farmaceutische Zorg wordt e-health ingevoerd, als gevolg van zeer recente ontwikkelingen op overheidsniveau.
  • Een aantal nieuwe keuzeopleidingsonderdelen wordt onderzocht (Klinische Studies, Radiofarmacie).
  • Op het vlak van farmacotherapie zet de opleidingsraad in op het opbouwen van parate kennis, tevens een vraag van de studenten.

Wat de stage betreft, wil de opleidingsraad de begeleiding door de stagemeesters verbeteren door hen beter te informeren over wat er van hen en van de studenten verwacht wordt. Dat zal gebeuren met de hulp van een recent aangestelde teach-the-teacher-expert op de faculteit. De opleidingsraad versterkt verder ook de kwaliteitscontrole van de stages en wil hierbij gebruik maken van een portfolio. Om de studenten beter voor te bereiden op de stage, wordt er een pre-GIMMICS week georganiseerd, die gebruikt wordt om alle farmacotherapie en patiëntenzorgkennis nog eens samen te brengen en via formatieve evaluatie te toetsen.

Voor de masterproef zal de opleidingsraad in de toekomst meer farmaceutische zorg-gerelateerde onderwerpen voorzien door onder meer samenwerking met de stagemeesters. De opleidingsraad bekijkt ook de piste die al door andere instellingen gevolgd wordt om de studenten van de masteropleiding in de geneesmiddelenontwikkeling de keuze te laten of ze de officinastage willen lopen. Voor wie in de industrie terecht komt, kan dit een aantrekkelijke optie zijn. Wie geen stage loopt en later toch in de officina wil werken, moet de stage van 6 maanden alsnog lopen (teneinde apotheker te worden). De piste biedt bovendien mogelijkheden voor een sterker geprofileerde masteropleiding in de geneesmiddelenontwikkeling.

Naast de gebruikelijke werkvormen experimenteert de opleiding met e-learning om het grote aantal contactmomenten te verminderen. De efficiëntiewinst die hiermee wordt gerealiseerd, wordt positief beoordeeld door de studenten.

de studenten krijgen geregeld feedback

Evaluatiebeleid

De opleidingsraad maakt gebruik van een variatie aan evaluatievormen, maar zet sterk in op mondelinge evaluatie om inzicht te toetsen: 40% van de opleidingsonderdelen in de bacheloropleiding maakt gebruik van mondelinge examens. In de masteropleidingen farmaceutische zorg en geneesmiddelenontwikkeling gaat het respectievelijk om 50% en 55%.

Daarnaast wordt ook vaak formatief geëvalueerd. De studenten krijgen geregeld feedback, zowel op handelingen die ze stellen in de practica als op de verslagen die ze schrijven. De opleidingsraad plant de feedback op verslagen te intensiveren. De studenten waarderen ook sterk de feedbacksessies bij GIMMICS.

De opleidingsraad werkt het opleidingsspecifieke evaluatiebeleid – gekoppeld aan het nieuwe curriculum – verder uit in aansluiting op het centrale evaluatiebeleid van de VUB.

Tevredenheid studenten

In de studentenfeedback beoordelen de studenten hun onderwijs. Hieronder worden de resultaten weergegeven voor de laatste twee semesters waarvoor resultaten beschikbaar waren bij het opstellen van dit rapport.

Bachelor in de farmaceutische wetenschappen

  • 2014-2015 (sem 2) 71/229 31,00%
  • 2015-2016 (sem 1) 83/263 31,65%

Master in de farmaceutische zorg

  • 2014-2015 (sem 2) 19/62 30,65%
  • 2015-2016 (sem 1) 22/42 52,38%

Master in de geneesmiddelenontwikkeling

de studenten zijn zeer tevreden over het onderwijs

  • 2014-2015 (sem 2) 13/33 39,39%
  • 2015-2016 (sem 1) 6/20 30,00%

De resultaten van de studentenfeedback laten zien dat de studenten farmaceutische wetenschappen zeer tevreden zijn over het onderwijs.

het docententeam is sterk in onderwijsvernieuwing

Docenten

Zoals uit de resultaten van de studentenfeedback bleek, waarderen de studenten de didactische kwaliteiten van hun docenten. Bovendien nemen de docenten geregeld deel aan onderwijsprofessionaliseringsinitiatieven. Het team is ook sterk in onderwijsvernieuwing. Vanaf het najaar van 2015 moet het zelfstandig academisch personeel beantwoorden aan de vereisten die beschreven worden in de competentietoets.

In 2014-2015 beschikte de vakgroep over 12,7 vte zelfstandig academisch personeel. Daarnaast wordt onderwijs ontleend aan andere vakgroepen en worden sommige opleidingsonderdelen gezamenlijk georganiseerd met de opleidingen Biomedische Wetenschappen en Geneeskunde. Dat neemt niet weg dat het personeelskader een zware werklast ervaart door de combinatie van onderzoek, onderwijs, dienstverlening en beleidstaken. Samenwerking met andere instellingen en – voor wat betreft de stage en de masterproef – de stagemeesters kan een opportuniteit bieden om de werklast te verlichten. De masteropleiding in de farmaceutische zorg wordt verder uitgebouwd door middel van een extra ZAP-mandaat.

de studenten zijn tevreden over de begeleiding door de docenten en assistenten

Voorzieningen en studiebegeleiding

De toenemende studentenaantallen (zie instroom) vormen een uitdaging met betrekking tot infrastructuur en labomateriaal. De opleidingsraad onderneemt hiervoor dan ook acties, onder meer door te bekijken waar labosessies gesplitst kunnen worden over twee aanpalende practicumzalen.

De studenten zijn doorgaans tevreden over het studiemateriaal. De opleidingsraad beschouwt het inzetten van meer moderne technologie (zoals smartphones en tablets) in het onderwijs als een opportuniteit en wil dat op een onderwijskundig onderbouwde en verantwoorde wijze doen.

De studenten zijn over het algemeen zeer tevreden over de begeleiding door de docenten en assistenten. Het contact verloopt laagdrempelig. Voor studenten in het eerste bachelorjaar zijn er wekelijks (en tijdens de blokperiode) permanenties voor chemie en wiskunde. De medewerkers van Studiebegeleiding voorzien ook specifieke begeleiding op de campus. De studenten geven aan dat zij zich door de kleine groepen in de practica en de permanenties een stuk zelfzekerder voelen. Startende studenten leggen een voorkennistest wiskunde af. Wie hierop slecht scoort, wordt doorverwezen naar remediëring door tutoren of via de permanenties, of krijgt een advies tot heroriëntering.

Instroom

In het academiejaar 2014-2015 waren 235 studenten ingeschreven in de bacheloropleiding, waarvan 72 generatiestudenten. In de masteropleiding waren 33 studenten ingeschreven in de geneesmiddelenontwikkeling en 68 in de farmaceutische zorg. Het aantal inschrijvingen vertoont voor de bacheloropleiding een sterke stijgende lijn. De studentenaantallen voor de masteropleiding in de farmaceutische zorg blijven stabiel, terwijl de instroom voor de masteropleiding in de geneesmiddelenontwikkeling toeneemt.

Ruim de helft van de beginnende studenten farmaceutische wetenschappen in het academiejaar 2013-2014 volgde 6 of meer uren wiskunde in het secundair onderwijs. 90% heeft een ASO-richting gevolgd en 10% komt uit het TSO (voor de mate waarin richtingen voorbereiden op studies farmaceutische wetenschappen, zie de onderwijskiezer). Voor 85% van de instromende studenten is het Nederlands de thuistaal (de enige of in combinatie met Frans of een andere taal). Voor 59% is het Nederlands de enige thuistaal.

De opleidingsraad stelt vast dat de instroom van studenten die zich voorbereiden op een nieuwe deelname aan het toelatingsexamen Geneeskunde stijgt. De opleidingsraad merkt bovendien een toename van het aantal studenten met onvoldoende voorkennis van het Nederlands om de opleiding met succes te kunnen doorlopen. Taalvaardigheid Nederlands wordt dan ook opgenomen in de startcompetenties (de competenties waarover startende studenten moeten beschikken). Studenten die hiermee moeilijkheden ondervinden, worden doorverwezen naar taalcursussen.

Studiesucces

In academiejaar 2013-2014 bedroeg het studierendement van alle bachelorstudenten farmaceutische wetenschappen 72% en dat van de generatiestudenten 62%. De cijfers vertonen een dalende trend en zijn lager dan het Vlaamse gemiddelde voor opleidingen in de farmaceutische wetenschappen. Bij de masteropleidingen ligt het studierendement op 82% voor geneesmiddelenontwikkeling en op 93% voor farmaceutische zorg. Voor de masteropleiding geneesmiddelenontwikkeling is een dalende trend vast te stellen. Het studierendement voor de master in de farmaceutische zorg is vergelijkbaar met het Vlaamse gemiddelde, terwijl de master in de geneesmiddelenontwikkeling bijna 8% lager ligt. In de laatste jaren waarvoor drop-outcijfers voor generatiestudenten beschikbaar zijn (tussen 2009-2010 en 2012-2013) liggen deze cijfers ruim onder het VUB-gemiddelde.

Omdat de studenten de opleidingen over het algemeen als erg zwaar ervaren qua uurrooster en studiebelasting, heeft de opleidingsraad zich tot hoofddoel van de programmahervorming (zie hoger) gesteld om het programma beter uit te balanceren. De opleidingsraad geeft ook aan dat er een evenwicht gezocht moet worden tussen het aanbieden van flexibele trajecten en het beschermen van de studenten tegen overmoedige keuzes.

Omdat de opleidingsraad merkt dat nog al te vaak studenten zich voor de bacheloropleiding inschrijven die niet aan het vereiste profiel voldoen om een goede slaagkans te hebben, wil hij het profiel van de geschikte student toevoegen aan de website. Op die manier worden abituriënten duidelijk geïnformeerd over de vereisten.

studenten leren tijdens hun opleiding een zelfstandige attitude aan

Uitstroom, alumni en relatie met het werkveld

De opleidingsraad organiseert infosessies rond de keuze van de masteropleiding en over de beroepsuitwegen. Vooral tijdens de stages krijgen de studenten een beeld van het werkveld. Zo komen zij tijdens de stages in aanraking met de officina. De studenten lopen ook een wetenschappelijke stage.

De opleidingsraad plant een bevraging van het werkveld en alumni, om input te krijgen voor de programmahervorming. De opleidingsraad zal ook het netwerk farmaceutische zorg verder uitbouwen, onder meer door meer samen te werken met alumni van deze masteropleiding. De opleidingsraad wil zo meer masterproefonderwerpen specifiek voor farmaceutische zorg kunnen aanbieden.

De opleidingsraad vindt het ook belangrijk dat de studenten tijdens hun opleiding initiatief durven nemen en zet in op het aanleren van een zelfstandige attitude als voorbereiding op de masteropleidingen en het latere beroepsleven.

Brussel wordt in het programma geïntegreerd, waarbij multiculturele aspecten aan bod komen

Internationalisering

Na de visitatie van 2010 richtte de opleidingsraad een werkgroep internationalisering op, die voorstellen formuleert met betrekking tot zowel internationalisation@home als mobiliteit. De opleidingen hebben in 2015 en 2016 deelgenomen aan een pilootproject van IRMO (International Relations and Mobility Office) rond internationalisation@home en mobility windows. Hierbij werden de opleidingsleerresultaten aangepast om internationale en interculturele competenties explicieter in de verf te zetten.

Omdat de studenten nood hebben aan het vergroten van hun taalvaardigheid Frans en Engels, heeft de opleidingsraad anderstalige case studies geïncorporeerd in GIMMICS en in ‘Farmacotherapie van de zelfzorg en communicatie’. De studenten worden ook geïnformeerd over taalcursussen buiten de opleiding. De opleidingsraad zal de studenten ook sterk aanbevelen om de masterproef in het Engels te schrijven. Om de studenten gefaseerd hun kennis van wetenschappelijk en farmaceutisch Engels te laten opbouwen, heeft de opleiding vanaf academiejaar 2015-2016 het Engels geïntroduceerd in het Lijnproject: in Lijnproject I maken de studenten hun poster in het Engels, in Lijnproject II worden de presentaties in het Engels opgesteld en in Lijnproject III wordt van de studenten verwacht dat ze hun hele presentatie in het Engels geven. Tot slot plant de opleidingsraad om Farmaceutisch Frans en Engels als keuzeopleidingsonderdelen in te voeren. Vooral voor farmaceutische zorg is kennis van het Frans belangrijk. De opleidingsraad onderzoekt de mogelijkheid om in deze masteropleiding hierrond een keuzevak in te voeren.

Wat betreft mobiliteit zet de opleidingsraad vooral in op mobiliteit in de masteropleiding. De studenten die naar het buitenland gaan, doen dat in het kader van hun masterproef. De duur van de wetenschappelijke stage wordt bij de programmahervorming opgetrokken tot 12 weken. De opleidingsraad onderzoekt daarnaast de mogelijkheid om het Lijnproject III (bachelorproef) te concentreren in twee weken, waardoor ook hier voor studenten de mogelijkheid ontstaat om in deze periode naar het buitenland te gaan. De laatste jaren kent de opleiding een stijging van het aantal uitgaande (master-)studenten tot een tiental per jaar. Het aantal inkomende studenten bedraagt 10 à 12 per jaar. Deze studenten nemen aan de VUB de masterproef op.

Verder gaat de opleidingsraad na of de studenten opleidingsonderdelen van de ULB zouden kunnen volgen. De stad Brussel wil de opleidingsraad in het programma integreren door het officinabezoek in het lijnproject te laten plaatsvinden in een Brusselse apotheek, waarbij expliciet de multiculturele aspecten aan bod komen.

Communicatie

De opleidingsraad plant de competenties voor startende studenten te expliciteren en zal studenten ook meer informeren over de keuze voor één van de masteropleidingen en over de beroepsuitwegen.

de opleidingsraad getuigt van een positieve kwaliteitscultuur

Werking opleidingsraad

De opleidingsraad bevordert en bewaakt de kwaliteit van de opleidingen farmaceutische wetenschappen. De opleidingsraad tekent de visie uit en formuleert onder meer voorstellen over de inhoud, de vorm, de samenhang en de studeerbaarheid van de programma’s. De opleidingsraad farmaceutische wetenschappen vergadert frequent en functioneert zeer goed. Specifieke thema’s worden voorbereid in afzonderlijke werkgroepen. De opleidingsraad wordt gekenmerkt door een goede sfeer en een constructieve teamgeest en getuigt daarmee van een positieve kwaliteitscultuur. De opleidingsraad wil de opleidingen continu verbeteren en houdt daarbij rekening met opmerkingen die door de studenten worden gemaakt.

 

Dit rapport is gebaseerd op de resultaten van een kwaliteitsbeoordeling, die plaatsvond op 7 januari 2016. De leden van het panel waren prof. dr. Bart Van der Auwera (VUB, Faculteit Geneeskunde en Farmacie, opleidingen geneeskunde en biomedische wetenschappen), prof. dr. Stefaan De Smedt (UGent, farmaceutische wetenschappen), apr. Kathleen Meesschaert (alumna, titularisapotheker Apotheek Meesschaert Van Acker), prof. dr. Yvette Michotte (VUB, vicerector onderwijsbeleid) en dhr. Stijn Van Achter (VUB, onderwijskundig expert). Het panel werd ondersteund door dr. An Faems (coördinator kwaliteitszorg) en door dhr. Christophe Empsen (kwaliteitszorgmedewerker).

 

Tekst goedgekeurd door de Academische Raad op 3 oktober 2016.