logo

Algemene gegevens

Hier vind je algemene informatie over de opleiding Bachelor of Science in de geografie.

Opleidingspagina

Klik door naar de opleidingspagina van de

Leerresultaten

Klik door naar de beoogde leerresultaten van de

Cijfers

Klik door naar cijfergegevens die beschikbaar worden gesteld op de pagina 'Opleiding in cijfers' van de Vlaamse overheid, Onderwijs & Vorming:

Kwaliteit van de opleiding Bachelor of Science in de geografie

Het brede, multidisciplinaire karakter van de bacheloropleiding geografie zorgt ervoor dat studenten niet alleen een basis in verschillende natuur- en sociale wetenschapsgebieden meekrijgen, maar ook de interactie tussen mens en milieu begrijpen. Studenten passen de geleerde kennis toe in het terreinwerk en in de excursies die voor ieder bachelorjaar georganiseerd worden.

Er is veel ruimte voor keuze in de opleiding. Modeltrajecten met aanbevolen keuzeopleidingsonderdelen helpen de studenten bij het samenstellen van hun programma. Zowel in theoretische als praktijkgerichte opleidingsonderdelen wordt gewerkt aan de ontwikkeling van diverse onderzoeksvaardigheden, met als sluitstuk de bachelorproef.

Het laagdrempelige contact en de kleine studentengroepen zijn kenmerkend voor de opleiding. De opleidingsraad bestaat uit een reflectieve groep die een goed inzicht heeft in de kwaliteit van de opleiding en die veel belang hecht aan de inbreng van studenten.

De opleiding heeft een breed, multidisciplinair karakter

Leerresultaten en profilering

De bacheloropleiding geografie positioneert zich op het raakvlak tussen de sociale en de natuurwetenschappen. Hierdoor heeft ze een breed, multidisciplinair karakter. Aan de VUB wordt de opleiding geografie gekenmerkt door de aandacht voor terreinwerk en excursies. Deze zijn als aparte opleidingsonderdelen opgenomen in het programma en maken samen 15 van de 180 ECTS-credits uit. Elk jaar wordt er een buitenlandse excursie van een week, met specifieke aandacht voor de interactie tussen mens en milieu, georganiseerd. Daarnaast hecht de opleidingsraad veel belang aan de ontwikkeling van onderzoeksvaardigheden en hebben de studenten, door het mobiliteitsvenster, de kans om naar het buitenland te gaan. Ook de kleine studentengroepen en de toegankelijkheid van de docenten, de goede studiebegeleiding, de ruime keuzemogelijkheden, de aansluiting op de interuniversitaire masteropleiding en de positie van de opleiding in Brussel zijn aantrekkingspunten van de opleiding.

In de opleidingsspecifieke leerresultaten beschrijft de opleidingsraad welke kennis en inzichten afgestudeerden moeten bezitten en welke vaardigheden en attitudes zij moeten beheersen. De opleidingsraad heeft 7 opleidingsspecifieke leerresultaten geformuleerd, ondergebracht in de categorieën kennis en inzicht, discipline-specifieke vaardigheden, maatschappelijk engagement / wereldburgerschap, kritische zin / meningsvorming, communicatievaardigheden en onderzoekende houding. De 7 opleidingsspecifieke leerresultaten werden op hun beurt geoperationaliseerd aan de hand van 28 leerresultaten. Dit heeft als voordeel dat het voor alle betrokkenen duidelijk is wat onder de leerresultaten begrepen wordt en dat gedetailleerd in kaart kan worden gebracht aan welk aspect van de leerresultaten de opleidingsonderdelen bijdragen. De opleidingsspecifieke leerresultaten sluiten aan bij de niveaudescriptoren zoals beschreven in de Vlaamse Kwalificatiestructuur, artikel II.141 van de Codex Hoger Onderwijs en de vijf pijlers van de VUB-visie op onderwijs. De opleidingsraad werkte in academiejaar 2017-2018 mee aan het opstellen van de domeinspecifieke leerresultaten.

De studenten krijgen een brede basis in de natuur- en sociale wetenschappen en een inleiding tot de belangrijkste (sub)disciplines van de geografie. Daarnaast ontwikkelen ze hun onderzoeksvaardigheden

Curriculum

De studenten krijgen in de bachelor een brede basis in de natuur- en sociale wetenschappen en een inleiding tot de belangrijkste (sub)disciplines van de geografie. In het modeltraject bestaat het eerste jaar uit geografiespecifieke opleidingsonderdelen (30 ECTS-credits) en opleidingsonderdelen waarin de basiswetenschappen (30 ECTS-credits) gezien worden. In het tweede jaar krijgen de studenten geografiespecifieke opleidingsonderdelen (27 ECTS-credits), basiswetenschappen (15 ECTS-credits) en keuzeopleidingsonderdelen (18 ECTS-credits). Het derde jaar, ten slotte, bestaat uit geografiespecifieke opleidingsonderdelen (12 ECTS-credits), basiswetenschappen (18 ECTS-credits), de bachelorproef (12 ECTS-credits) en keuzeopleidingsonderdelen (18 ECTS-credits). De keuzeopleidingsonderdelen (in totaal 36 ECTS-credits) geven de studenten de kans een eigen traject uit te stippelen dat aansluit bij hun interesses. Ze kunnen uit de aanbevolen lijst, maar ook uit programma’s van andere opleidingen en zelfs andere instellingen gekozen worden. Er zijn drie modeltrajecten met aanbevolen keuzeopleidingsonderdelen voor studenten met interesse in respectievelijk fysische geografie, sociale geografie en geo-informatiekunde (GIS). De meeste studenten kiezen binnen een bepaalde specialisatie, maar indien gewenst kunnen ze deze specialisaties ook combineren.  Studenten kunnen via de keuzeopleidingsonderdelen ook 15 ECTS-credits uit de lerarenopleiding opnemen.

De opleidingsraad hecht veel belang aan de ontwikkeling van onderzoeksvaardigheden. Deze vaardigheden worden dan ook in verschillende opleidingsonderdelen aangeleerd. Zowel in algemene opleidingsonderdelen, zoals Onderzoeksmethoden mens- en maatschappijwetenschappen (dat op vraag van de studenten vroeger in het programma aangeboden zal worden) en Inleiding tot de computerwetenschappen, als in geografie-specifieke opleidingsonderdelen wordt hieraan gewerkt. Op een excursie voeren studenten bijvoorbeeld in groep een klein onderzoek over een bepaalde wijk uit. In twee verplichte opleidingsonderdelen wordt geleerd hoe met GIS-software te werken. De opleidingsraad bekijkt ook of GIS-gebruik in meer opleidingsonderdelen geïntegreerd zou kunnen worden. Remote sensing wordt volledig in de interuniversitaire masteropleiding, die samen met de KU Leuven aangeboden wordt, gedoceerd. Dit omdat niet alle instromende studenten al een inleiding tot remote sensing krijgen in hun bachelor en er zo vanaf een inleidend niveau in de master begonnen kan worden.

Voor de bachelorproef voeren studenten onder begeleiding een klein onderzoeksproject uit. De bachelorproef telt 12 credits, hierdoor hebben studenten de ruimte om het empirisch luik ervan goed uit te werken. De resultaten van hun onderzoek presenteren ze onder de vorm van een poster. De studenten zijn tevreden over dit format; door een poster te maken leren ze de belangrijkste zaken uit hun onderzoek goed samen te vatten. Bovendien vinden ze het bekijken van posters van medestudenten heel interessant. Ook over de begeleiding die ze krijgen tijdens de bachelorproef zijn studenten tevreden, en ze appreciëren dat docenten echt moeite doen om een bachelorproefonderwerp te vinden dat aansluit bij hun interesses. De bachelorproef geeft een goed zicht op de discipline geografie en haar onderzoeksgebieden. Assistenten zijn ook zeer toegankelijk en de studenten hebben een lokaal op het departement ter beschikking om aan hun bachelorproef te werken.

Het brede, multidisciplinaire karakter is een sterkte van de opleiding. Naast het bieden van een basis in verschillende disciplines, tracht de opleidingsraad dan ook zoveel mogelijk de disciplines met elkaar in verband te brengen. Om die reden werd er bijvoorbeeld voor gekozen om de excursies sociale en fysische geografie niet meer als aparte excursies aan te bieden, maar als twee geïntegreerde excursies waarin beide domeinen aan bod komen. De opleidingsraad wil echter nog een stap verder gaan en overweegt om in de derde bachelor een vakoverschrijdend project in te voeren. Hierin zouden de verschillende disciplines geïntegreerd worden met aandacht voor de interactie tussen mens en milieu. Studenten zouden vanuit hun eigen invalshoek een andere inbreng kunnen hebben, ook zouden actoren uit het professioneel veld betrokken kunnen worden. Daarenboven zouden ook technische vaardigheden in dit project extra geoefend worden.

Er is een opleidingsmatrix aanwezig. Met behulp van dit instrument worden de opleidingsonderdelen van de opleiding gekoppeld aan de opleidingsspecifieke leerresultaten, de werk- en de evaluatievormen. De gehanteerde werk- en evaluatievormen zorgen ervoor dat studenten doorheen het leertraject aangezet worden tot zelfstandig werken, initiatief nemen en het formuleren en verdedigen van een eigen mening. De opleidingsraad plant de leerlijnen in het curriculum explicieter te maken.

Volgens de studenten wordt een goede mix van mondelinge en schriftelijke examens gebruikt en zijn de beoordelingen fair en objectief

Evaluatiebeleid

Uit een analyse die de opleidingsraad op basis van de opleidingsmatrix gemaakt heeft, blijkt dat de meest gebruikte evaluatievorm ‘werkstuk maken’ is. Deze wordt in 44% van de opleidingsonderdelen zowel formatief als summatief ingezet. De evaluatievormen die daarnaast het meest gehanteerd worden, zijn ‘schriftelijke evaluatie met open vragen’, ‘mondelinge evaluatie’ en ‘presenteren’. Volgens de studenten wordt een goede mix van mondelinge en schriftelijke examens gebruikt in de opleiding. Ze vinden ook dat ze doorgaans fair en objectief beoordeeld worden.

Er zijn richtlijnen en een beoordelingsformulier voor de bachelorproef aanwezig. Doordat het beoordelingsformulier voor de bachelorproef ook gehanteerd wordt in een opleidingsonderdeel in de tweede bachelor, hebben studenten reeds op voorhand een goed zicht op hoe hun bachelorproef geëvalueerd zal worden. Bovendien heeft de opleidingsraad opleidingsspecifieke richtlijnen rond evalueren uitgewerkt. Ook gebeurt er een opleidingsbrede monitoring van de aanwezigheid van modelvragen of voorbeeldexamens en toetsmatrijzen door de opleidingsraad(voorzitter).

Docenten en assistenten trachten zoveel mogelijk feedback te geven, maar dit is soms erg tijdsintensief. Studenten grijpen ook niet altijd de mogelijkheden die zich voordoen om feedback te krijgen.

Tevredenheid studenten

In de studentenfeedback beoordelen de studenten hun onderwijs. Hieronder worden de resultaten weergegeven voor de laatste twee semesters waarvoor resultaten beschikbaar waren bij het opstellen van dit rapport.

Bachelor Geografie

 

Deelname:

2016-2017 semester 2: 26,67% (12/45)

2017-2018 semester 1: 53,19% (25/47)

De resultaten van de studentenfeedback laten zien dat de studenten geografie tevreden zijn over het onderwijs.

De docenten en assistenten zijn zeer toegankelijk voor de studenten

Docenten

De docenten en assistenten zijn zeer toegankelijk voor de studenten. De ingezette onderwijscapaciteit voor de bachelor geografie bedraagt 2,20 VTE. Door het beperkte personeelsbestand hebben docenten een zware onderwijsbelasting. Het aantal Overig Academisch Personeel (OAP) inzetbaar binnen de opleiding verhoogde recent wel van 1 naar 3. Sinds het najaar van 2015 moet het zelfstandig academisch personeel beantwoorden aan de vereisten die beschreven worden in de competentietoets.

Studiebegeleiding organiseert verschillende begeleidingsactiviteiten

Voorzieningen en studiebegeleiding

Tijdens hun opleiding worden studenten zowel door de docenten en assistenten begeleid als door medewerkers van Studiebegeleiding. Studiebegeleiding organiseert verschillende begeleidingsactiviteiten. De brugcursus zorgt dat de aansluiting vanuit het secundair onderwijs naar de universiteit gemakkelijker verloopt en de pretoets wiskunde die bij de aanvang van het eerste bachelorjaar wordt afgenomen geeft studenten een zicht op de haalbaarheid van de studie. In de eerste bachelor wordt ook een tussentijdse evaluatie voor wiskunde, fysica en chemie ingericht, waarna er door Studiebegeleiding een individueel gesprek met alle studenten georganiseerd wordt. Ook na de eerste examenperiode worden studievoortgangsgesprekken met de studenten gevoerd.  Ten slotte wordt ook vakinhoudelijke begeleiding door Studiebegeleiding verzorgd.

De toegankelijkheid van de docenten is volgens de studenten een sterk punt van de opleiding. Om studenten te begeleiden in hun keuze voor opleidingsonderdelen werden modeltrajecten opgesteld.

De opleidingsraad tracht de opleiding zo zichtbaar mogelijk te maken bij leerlingen van het secundair onderwijs

Instroom

In 2016-2017 waren er 17 generatiestudenten ingeschreven, het totaal aantal bachelorstudenten was 37. In 2017-2018 waren er 15 generatiestudenten ingeschreven, in totaal waren er dat jaar 43 studenten geografie. Hiermee situeert de opleiding zich onder de Soetenorm. De studentenaantallen liggen echter in alle geografieopleidingen in Vlaanderen laag. De bacheloropleiding geografie aan de VUB heeft een groter marktaandeel dan het gemiddelde marktaandeel van de VUB.

De onbekendheid van de opleiding en carrièremogelijkheden bij leerlingen uit het secundair onderwijs, de aanpak van het geografie-onderwijs in het secundair onderwijs en het dalend aantal leerkrachten met een geografiediploma zijn mogelijke oorzaken van de lage studentenaantallen in geografie-opleidingen. De opleidingsraad onderneemt verschillende PR-gerichte activiteiten om de instroom in de opleiding te verbeteren en de opleiding zo zichtbaar mogelijk te maken bij leerlingen van het secundair onderwijs. Zo neemt hij deel aan openlesdagen en werden nieuw PR-materiaal voor gebruik op infodagen, een nieuwe brochure over de beroepsmogelijkheden voor geografen en nieuwe workshops voor herfstkampen en VOETendagen (vakoverschrijdende eindtermendagen) ontwikkeld. Daarnaast werd het geo-mobielproject in samenwerking met de opleidingen van de UGent en KU Leuven opgezet (waarmee van 2013 tot 2015 5884 leerlingen bereikt werden). De opleidingsraad tracht de opleiding zo zichtbaar mogelijk te maken bij leerlingen van het secundair onderwijs.

De opleidingsraad kiest ervoor om een sterke bacheloropleiding geografie aan te bieden die toegang geeft tot verschillende specifieke masteropleidingen (onder andere de master geografie, de master Urban Studies en de master stedenbouw en ruimtelijke planning).

Toekomstige studenten kunnen nagaan of ze over de verwachte wiskunde-, fysica- en chemievoorkennis beschikken

Studiesucces

Het studierendement van de opleiding bedroeg in academiejaar 2015-2016 73,4%. Dit is gelijkaardig aan het VUB-gemiddelde voor bacheloropleidingen en het gemiddelde studierendement van de bacheloropleidingen geografie in Vlaanderen. De drop-outratio van de opleiding bedraagt 27,5% en is daarmee gelijkaardig aan de gemiddelde drop-outratio van de bacheloropleidingen aan de VUB.

De verwachte wiskunde-, fysica- en chemievoorkennis werd geïnventariseerd en er werden bijhorende toetsen opgesteld die toekomstige studenten toelaten na te gaan of ze over de nodige voorkennis beschikken. In het academiejaar 2014-2015 hebben de studenten in opdracht van de opleidingsraad de deadlines voor taken, de effectieve tijd besteed per taak en een aantal kwalitatieve aspecten als begeleiding, meerwaarde, moeilijkheidsgraad en werkvorm geïnventariseerd. Op basis hiervan heeft de opleidingsraad een aantal knelpunten vastgesteld en een betere taakspreiding gerealiseerd. 

De optimalisatie van de studiebegeleiding werd als actie opgenomen in het actieplan, met de nadruk op begeleidingsactiviteiten bij opleidingsonderdelen waar studenten moeilijkheden bij ervaren.

De opleiding speelt in op de beroepsprofielen van geografen

Uitstroom, alumni en relatie met het werkveld

In academiejaar 2015-2016 behaalden 9 bachelorstudenten hun diploma. De meerderheid van de studenten stroomt door naar de masteropleiding geografie. Andere studenten stromen door naar VUB-masteropleidingen als Human Ecology (biologie), stedenbouw en ruimtelijke planning en Marine and Lacustrine Science and Management of naar de opleiding Environmental Science and Management aan de Université libre de Bruxelles (ULB). Enkele studenten stoppen na het behalen van hun bachelor, zij vinden gemakkelijk werk en komen vaak terecht in de geosector.

De opleidingsraad vindt het belangrijk om contact te hebben met de professionele wereld om de behoeften vanuit het werkveld te kennen, om op die manier in de opleiding te kunnen inspelen op de beroepsprofielen van geografen. Op alumni-events, georganiseerd door de faculteit Wetenschappen en Bio-ingenieurswetenschappen, komen studenten in contact met het werkveld. In de toekomst zal de opleidingsraad het werkveld meer binnenbrengen in de opleiding, zodat de bachelorstudenten een goed zicht hebben op de arbeidsmarkt. De nieuwe brochure die recent over de beroepsuitwegen ontwikkeld werd, is hiervoor al een goed vertrekpunt. Door de groeiende arbeidsmarkt in de geosector vinden afgestudeerden na de master gemakkelijk werk.

Brussel wordt als internationale stad in de opleiding gebruikt

Internationalisering

De opleidingsraad heeft de activiteiten die in het kader van de internationalisering van het curriculum gebeuren per opleidingsonderdeel in kaart gebracht. Er is een leerlijn Engels: in het eerste jaar dienen studenten een aantal Engelstalige artikels te lezen, in het derde jaar dienen ze een Engelstalige paper en presentatie te maken. In de derde bachelor worden ook twee verplichte opleidingsonderdelen in het Engels gedoceerd. In nagenoeg elk opleidingsonderdeel wordt anderstalig studiemateriaal gebruikt. Daarnaast wordt via keuzeopleidingsonderdelen taalonderwijs aangeboden. Studenten hebben reeds de mogelijkheid om (Franstalige) opleidingsonderdelen aan de ULB op te nemen. De opleidingsraad zal onderzoeken of deze mogelijkheid explicieter gecommuniceerd kan worden en of taalonderwijs Frans aangeboden zou kunnen worden. Het volgen van Franstalige opleidingsonderdelen zal altijd wel een keuze en geen verplichting zijn.

Verder wordt op verschillende manieren internationale vakkennis aangeleerd en wordt er gebruik gemaakt van Brussel als internationale stad in de opleiding. Voor sociale en fysische geografie wordt bijvoorbeeld een geïntegreerde excursie in Brussel georganiseerd, waarbij studenten in contact komen met de multiculturele context van de stad. Ook in het kader van andere opleidingsonderdelen worden (buitenlandse) excursies georganiseerd.

De opleidingsraad heeft het aantal verplichte opleidingsonderdelen in het tweede semester van derde bachelor beperkt, om op die manier een mobiliteitsvenster te creëren waarin de studenten de kans hebben om een semester in het buitenland te studeren. Een groot deel van de studenten maakt van die mogelijkheid gebruik en gaat op Erasmusuitwisseling. 

een brochure informeert studenten over de beroepsuitwegen

Communicatie

De opleidingsraad stelde een brochure op om studenten te informeren over beroepsuitwegen. De leerlijnen die de opleidingsraad explicieter zal uitwerken, zullen niet alleen aan de studenten gecommuniceerd worden, maar ook in de algemene brochure van de opleiding worden opgenomen. De leerlijnen zijn zowel belangrijk om toekomstige studenten aan te trekken als om weer te geven welke beroepsuitwegen mogelijk zijn.

De opleidingsraad functioneert zeer goed en vangt signalen van studenten optimaal op

Werking opleidingsraad

De opleidingsraad bevordert en bewaakt de kwaliteit van de opleiding. De opleidingsraad tekent de visie uit en formuleert onder meer voorstellen over de inhoud, de vorm, de samenhang en de studeerbaarheid van het programma.

De opleidingsraad is samengesteld uit alle ZAP-leden van de vakgroep geografie die verplichte opleidingsonderdelen in de opleiding verzorgen, een vertegenwoordiging van ZAP-leden die dienstonderwijs verzorgen, een vertegenwoordiging van OAP betrokken bij het onderwijs, een vertegenwoordiging van alumni (uit het werkveld) en een vertegenwoordiging van de studenten. Verder worden een aantal leden met raadgevende stem uitgenodigd (de studietrajectbegeleider, de kwaliteitszorgmedewerker, een studiebegeleider, een vertegenwoordiger uit de lerarenopleiding, de secretaris / decaan van de faculteit Wetenschappen en Bio-ingenieurswetenschappen en de office manager van de vakgroep geografie). De opleidingsraad komt twee tot driemaal per jaar samen en functioneert zeer goed. Hij vangt signalen van studenten optimaal op en onderneemt acties om eventuele problemen te remediëren.

Naast de opleidingsraad is er een bachelorwerkgroep, die instaat voor de opvolging van lopende zaken, het voorbereiden van de opleidingsraad en het uitwerken van de acties. De studentenvertegenwoordigers in de opleidingsraad maken deel uit van de bachelorwerkgroep. Door deze bachelorwerkgroep is de opleidingsraad in staat om kort op de bal te spelen.

 

---------------------------------------------------

Dit rapport is gebaseerd op de resultaten van een kwaliteitsbeoordeling, die plaatsvond op 4 mei 2018. Hierbij waren vertegenwoordigers van de opleidingsraad aanwezig, inclusief studenten en een alumnus, naast interne en externe peers en experten.

Tekst goedgekeurd door de Academische Raad op 19 november 2018.