logo

Algemene gegevens

Hier vind je algemene informatie over de opleidingen revalidatiewetenschappen en kinesitherapie aan de VUB.

Opleidingspagina

Klik door naar de opleidingspagina van de

  • Bachelor of Science in de revalidatiewetenschappen en de kinesitherapie (180 ECTS)
  • Master of Science in de revalidatiewetenschappen en de kinesitherapie (120 ECTS)

Cijfers

Klik door naar cijfergegevens die beschikbaar worden gesteld op de pagina 'Opleiding in cijfers' van de Vlaamse overheid, Onderwijs & Vorming:

KWALITEIT VAN DE OPLEIDINGEN REVALIDATIEWETENSCHAPPEN EN KINESITHERAPIE

De opleidingen Bachelor en Master of Science in de revalidatiewetenschappen en de kinesitherapie winnen de laatste jaren steeds meer aan populariteit.  Studenten worden er voorbereid op een veelzijdige rol in de maatschappij als wetenschapper, beroepsinnovator, manager, promotor en adviesverstrekker, educator en coach. Daartoe zetten de opleidingen naast het opbouwen van vakkennis en inzicht, ook volop in op het verwerven van vaardigheden en attitudes. Stages spelen daarbij een belangrijke rol. Om deze praktijkervaring in goede banen te leiden kunnen de studenten rekenen op de begeleiding van een geëngageerd stageteam, dat zijn expertise ook inzet buiten de opleiding, als initiatiefnemer voor een instellingsbreed stageplatform.

Momenteel werkt de opleidingsraad aan een curriculumhervorming om optimaal mee te groeien met het wijzigende aantal studenten en het beroepsprofiel. De opleidingsraad is daarvoor in constant overleg met een vertegenwoordiging van alle belangrijke stakeholders, waaronder een gemotiveerde groep studentenafgevaardigden en een Externe Adviescommissie vanuit het werkveld.

de opleidingsraad onderscheidt in de leerresultaten vijf rollen: "wetenschapper", "beroepsinnovator", "manager", "promotor en adviesverstrekker", "educator en coach"

Leerresultaten en profilering

In de opleidingsspecifieke leerresultaten beschrijft de opleidingsraad welke kennis en inzichten afgestudeerden moeten bezitten en welke vaardigheden en attitudes zij moeten beheersen. De leerresultaten sluiten aan bij de niveaudescriptoren zoals beschreven in de Vlaamse Kwalificatiestructuur en in artikel II.141 van de Codex Hoger Onderwijs en omvatten eveneens de vijf pijlers van de Visie op Onderwijs van de VUB.

De leerresultaten werden herzien in 2016. De opleidingsraad onderscheidt vijf rollen, die de kinesitherapeut typisch kan vervullen: “wetenschapper”, “beroepsinnovator”, “manager”, “promotor en adviesverstrekker”, “educator en coach”. De opleidingsraad waakte erover dat de leerresultaten beantwoorden aan het geldende beroepscompetentieprofiel voor de kinesitherapeut. Deze leerresultaten werden tevens afgetoetst met de Externe Adviescommissie (EAC) van de opleiding. De opleidingsraad stapte mee in een pilootproject van IRMO (International Relations & Mobility Office) om meer internationalisering in de leerresultaten te brengen en om een of meer mobility windows in het programma in te bouwen. De suggesties die hieruit voortkwamen worden meegenomen in de lopende curriculumhervormingen.

Curriculum

De opleidingsraad werkt aan een grondige hervorming en modernisering van het curriculum, om de opleiding te blijven afstemmen op de veranderende noden en het nieuwe beroepscompetentieprofiel van de kinesitherapeut. Bovendien werden in de voorbije jaren verschillende adviezen tot verbetering gegeven door de Externe Adviescommissie.

De huidige opleiding onderging de voorbije jaren reeds een aantal aanpassingen. Zo werd de Menselijke fysiologie naar het eerste bachelorjaar gebracht om de bachelor beter in evenwicht te brengen. De opleidingsmatrix die werd opgesteld, besproken en goedgekeurd in 2016-2017 geeft een goed beeld van de huidige situatie. Met behulp van dit instrument worden de opleidingsonderdelen van de opleiding gekoppeld aan de opleidingsspecifieke leerresultaten, de werk- en de evaluatievormen. Het overzicht dat zo ontstaat en waaruit ook de onderlinge samenhang blijkt, vormt een startpunt voor verdere afstemming.

De stage heeft een prominente plaats in het curriculum. De opleidingsraad heeft recent het stageteam uitgebreid om de organisatie, communicatie en opvolging van de stage verder uit te bouwen. Het team waakt er onder andere over dat stagiairs niet louter vervangopdrachten uitvoeren, maar kunnen leren van een (of meer) mentor(en). Momenteel wordt er gewerkt aan een nieuw stageplatform om het hele stagegebeuren te organiseren en de processen te stroomlijnen. Dit kadert in een onderwijsvernieuwingsproject dat getrokken wordt door de opleidingsraad REVAKI en dat het ontwikkelen van een instellingsbrede tool beoogt.

Evaluatiebeleid

De opleidingsraad heeft via een onderwijsvernieuwingsproject in 2013 reeds een inspiratiedocument rond evalueren ter beschikking gesteld van de docenten. Opleidingsspecifieke richtlijnen werden in 2016-2017 opgesteld. Docenten hebben de nodige toetsmatrijzen, beoordelingsschema’s, enz. opgesteld.  De opleidingsraad heeft continu aandacht voor de optimalisering van het evaluatiebeleid. Wanneer nodig worden verschillende aspecten van het opleidingsspecifieke beleid onder de loep genomen en aangepast.  

Tevredenheid studenten

In de studentenfeedback beoordelen de studenten hun onderwijs. Hieronder worden de resultaten weergegeven voor de laatste twee semesters waarvoor resultaten beschikbaar waren bij het opstellen van dit rapport.

Bachelor REVAKI

 

Deelname:

2017-2018 semester 1: 32% (152/480)

2017-2018 semester 2: 15% (71/481)

Master REVAKI

 

Deelname:

2017-2018 semester 1: 29% (62/211)

2017-2018 semester 2: 13% (29/218)

De resultaten tonen dat de studenten over het algemeen tevreden zijn over de opleidingen.

de studenten zijn heel tevreden over het laagdrempelig contact met de docenten en assistenten

Docenten

De werkdruk voor de docenten REVAKI ligt hoog, wat mede veroorzaakt wordt door een hoge student/staf-ratio. Een groot aantal docenten doceert in de beide opleidingen van de faculteit Lichamelijke Opvoeding & Kinesitherapie. Om deze situatie aan te pakken worden aangepaste werkvormen die de werkdruk moeten verlagen (met behoud van de onderwijskwaliteit) in het hervormingsproces van het curriculum geïntegreerd.

De studenten geven in de focusgesprekken aan heel tevreden te zijn over het laagdrempelig contact met de docenten en assistenten. 

Sinds het najaar van 2015 moet het zelfstandig academisch personeel beantwoorden aan de vereisten die beschreven worden in de competentietoets.

de studenten zijn tevreden over de studiebegeleiding

Voorzieningen en studiebegeleiding

De studenten zijn tevreden over de studiebegeleiding die zowel het docententeam als het studiebegeleidingscentrum aanbieden. De opleidingsraad werkt een visie op studiemateriaal uit zodat hij duidelijke richtlijnen kan meegeven aan docenten. De richtlijnen worden ook afgetoetst met zowel studenten als docenten.  

Instroom

De bacheloropleiding telde in 2015-2016 137 generatiestudenten en een totaal van 448 bachelorstudenten. De master telde in dat academiejaar 185 studenten.

Uit de gegevens van de studentenmonitor blijkt dat 75% van de generatiestudenten minder dan 6u wiskunde volgde in het secundair (VUB: 63%) en dat 71.5% uit het ASO komt en 27.5% uit het TSO (VUB: resp. 83% en 14,5%). Tot slot is voor 89% van de instromende studenten het Nederlands de thuistaal (de enige of in combinatie met Frans of een andere taal) (VUB: 79%). Voor 73% is het Nederlands de enige thuistaal (VUB: 58%).

Ongeveer 60% van de studenten die starten met de opleiding hebben in het secundair onderwijs een opleiding gevolgd die goed voorbereidt op een academische opleiding.

de studierendementscijfers blijven consistent goed

Studiesucces

Het studierendement van de generatiestudenten in het academiejaar 2014-2015 bedroeg 77 procent. Dit cijfer is, met uitzondering van 2012-2013, consistent over de jaren heen en ongeveer 10% hoger dan het gemiddelde voor VUB-generatiestudenten en bijna 15% hoger dan het cijfer voor generatiestudenten van andere Vlaamse REVAKI-opleidingen. Voor het geheel van de bachelorstudenten ligt het studierendement op 81% in 2014-2015 wat ook 8% hoger ligt dan het VUB-gemiddelde en een 6-tal procentpunten hoger is dan bij andere REVAKI-bachelors in Vlaanderen. Bij de masteropleiding ligt het studierendement op 96%, ongeveer 10% hoger dan het VUB-gemiddelde en een paar procentpunten lager dan het Vlaamse gemiddelde voor REVAKI-opleidingen. Het drop-outcijfer voor generatiestudenten REVAKI in de periode ’08-’09 tot ’15-‘16 (19,5%) ligt lager dan het VUB-gemiddelde (29%). De studierendementscijfers blijven consistent goed.

er is een externe adviescommissie (EAC) opgericht

Uitstroom, alumni en relatie met het werkveld

De centraal georganiseerde alumnibevraging vond plaats in het najaar van 2016. In 2011 werd een externe adviescommissie (EAC) opgericht, daarin zetelen zowel werkveldvertegenwoordigers als alumni, samen met een onderwijskundige en een afvaardiging van de opleidingsraad. De commissie heeft de voorbije jaren verschillende adviezen geformuleerd, waarvan een aantal reeds werden geïmplementeerd en een aantal opmerkingen bijdragen aan het hervormingsproces.  

Het aantal afgeleverde masterdiploma’s steeg van 20 in 2009-2010 naar 81 in 2014-2015. Dit volgt de trend van het stijgende aantal inschrijvingen.

de opleidingsraad ziet de belangstelling in internationale mobiliteit jaar na jaar toenemen

Internationalisering

De faculteit beschikt over een stafmedewerkster Internationalisering, die halftijds is aangesteld en in nauw overleg met de opleidingsraden, de Commissie Internationalisering van de faculteit en het centrale International Relations and Mobility Office (IRMO), zowel internationale mobiliteit als internationalisation@home verder uitbouwt en optimaliseert. Zij was nauw betrokken bij het pilootproject rond internationalisation@home en mobility windows van IRMO. In dit project werden de opleidingsleerresultaten van de opleiding REVAKI gescreend. Nieuwe ideeën om de internationale en multiculturele component te versterken werden afgetoetst met de externe experten die deze piloot begeleidden. De resultaten van dit project worden meegenomen in de lopende curriculumhervorming.

De opleidingsraad ziet de belangstelling in internationale mobiliteit jaar na jaar toenemen. In academiejaar 2017-2018 werden voor het eerst Q&A-sessies georganiseerd door de stafmedewerkster Internationalisering van de faculteit, waar de studenten met al hun vragen rond de aanvraagprocedure voor internationale mobiliteit terechtkonden. Op deze manier trachten zowel de faculteit als de opleidingsraad de administratieve procedure te faciliteren.

De studenten gaan voornamelijk in het kader van een stage naar het buitenland. Overeenstemmende programma’s op universitair niveau zijn erg dun gezaaid in Europa waardoor het opnemen van een vakkenpakket in het buitenland moeilijk is voor studenten.

Communicatie

De opleidingsraad overlegt met de studentenvertegenwoordiging over de les- en examenroosters.

Tijdens het hervormingsproces wordt rekening gehouden met de impact van bepaalde werkvormen op de lesroosters en zal naar de beste werkvormen gezocht worden om de leerresultaten te bereiken met een zowel voor studenten als docenten werkbaar lesrooster.

In nauwe samenwerking met het faculteitssecretariaat optimaliseerden de studentenvertegenwoordigers de examenroosters.

de studentenvertegen- woordigers richtten in 2017 de CU (Communication Update) op

Werking opleidingsraad

De opleidingsraad bevordert en bewaakt de kwaliteit van de opleiding(en). De opleidingsraad tekent de visie uit en formuleert onder meer voorstellen over de inhoud, de vorm, de samenhang en de studeerbaarheid van de programma’s. De opleidingsraad vergadert frequent: in 2016-2017 kwam de opleidingsraad 6 keer fysiek en 2 keer elektronisch samen. De studentenvertegenwoordigers richtten in 2017 de CU (Communication Update) op, waarin zij de andere studenten informeren over de beslissingen en discussies binnen de opleidingsraad en van de studenten meningen en suggesties inwinnen om terug te koppelen naar de opleidingsraad.

Het huidige werk spitst zich voornamelijk toe op de curriculumhervorming.

 

---------------------------------------------------

Dit rapport is gebaseerd op de resultaten van een kwaliteitsbeoordeling, die plaatsvond op 9 oktober 2017.  Hierbij waren vertegenwoordigers van de opleidingsraad aanwezig, inclusief studenten, naast interne en externe peers en experten.

Tekst goedgekeurd door de Academische Raad op 18 februari 2019.