logo

Algemene gegevens

Hier vind je algemene informatie over de opleiding Master of Science in de toegepaste informatica aan de VUB.

Opleidingspagina

Klik door naar de opleidingspagina van de

Leerresultaten

Klik door naar de beoogde leerresultaten van de

Cijfers

Klik door naar cijfergegevens die beschikbaar worden gesteld op de pagina 'Opleiding in cijfers' van de Vlaamse overheid, Onderwijs & Vorming:

KWALITEIT VAN DE OPLEIDING MASTER OF SCIENCE IN DE TOEGEPASTE INFORMATICA

De Master of Science in de toegepaste informatica leidt informatici op die hun informaticakennis en -kunde op een innovatieve wijze kunnen toepassen in de informaticasector alsook in andere takken van de wetenschap, industrie of maatschappij. De opleiding is gericht op het professionele veld. Naast kennis en vaardigheden betreffende informatiesystemen, IT in bedrijven, veiligheid en privacy en softwareontwikkeling worden ook onderzoekscompetenties verworven in de opleiding.

Het programma kan zowel in dag- als in avondonderwijs gevolgd worden. Een werkstudentencoördinator zorgt ervoor dat het programma optimaal georganiseerd wordt voor de grote groep werkstudenten die de opleiding telt.

De studenten zijn tevreden over de didactische vaardigheden van de docenten en assistenten. Docenten en assistenten zijn ook heel bereikbaar voor studenten.

de informatici zijn zowel praktisch als wetenschappelijk onderlegd

Leerresultaten en profilering

Deze wetenschappelijke, maar veeleer toepassingsgerichte eenjarige masteropleiding heeft tot doel informatici aan te leveren die hun informaticakennis en -kunde op een innovatieve wijze kunnen toepassen in zowel de informaticasector als in andere takken van de wetenschap, industrie of maatschappij. De aandacht gaat naar het formuleren en het ontwikkelen van geschikte softwareoplossingen voor een breed gamma aan probleemstellingen. Deze universitair-opgeleide informatici zijn zowel praktisch als wetenschappelijk onderlegd. Met de academische vorming wordt een dieper inzicht in de algemene kenmerken en theoretische achtergronden van softwareconcepten en technologieën verkregen.

Sinds 2016-2017 wordt een hervormd programma aangeboden. De bedoeling van deze hervorming was de opleiding meer te profileren naar het professionele veld. Een bedrijfsstage en de mogelijkheid om de masterproef in een bedrijfscontext uit te voeren zijn hier voorbeelden van. In de toekomst zal de opleidingsraad nagaan of nog meer specifieke samenwerkingen met bedrijven of vakverenigingen een meerwaarde zouden kunnen bieden.

De leerresultaten sluiten aan bij de niveaudescriptoren zoals beschreven in de Vlaamse Kwalificatiestructuur en in artikel II.141 van de Codex Hoger Onderwijs en omvatten eveneens de vijf pijlers van de Visie op Onderwijs van de VUB.

specifiek voor de werkstudenten worden zogenoemde clinics ingericht

Curriculum

Het vernieuwde programma bestaat uit een verplicht blok van 27 ECTS-credits met vijf opleidingsonderdelen waarin telkens de leerresultaten omtrent een bepaald thema verworven worden. In het opleidingsonderdeel Methoden van wetenschappelijk onderzoek komen de onderzoekscompetenties aan bod, in Open informatiesystemen worden de leerresultaten omtrent gevorderde informatiesystemen bereikt, in Security in computing deze over veiligheid en privacy met betrekking tot software, in Software architecturen deze over softwareontwikkeling en in Information systems strategy and management de leerresultaten over strategische en bestuurlijke kwesties verbonden met de invoering van IT in bedrijven. Naast het verplichte blok kiezen studenten voor 12 ECTS-credits keuzeopleidingsonderdelen. Tot slot zijn er 6 ECTS-credits voorzien voor de stage en 15 ECTS-credits voor de masterproef.

Het programma wordt zowel in dag- als in avondonderwijs aangeboden. Specifiek voor de werkstudenten worden zogenoemde clinics ingericht. De clinics zorgen ervoor dat de werkstudenten niet elke avond naar de les moeten gaan en dus ook tijd voor zelfstudie hebben. Tijdens een clinic-sessie geeft de docent een overzicht van de leerstof, met een focus op meta-informatie zoals de belangrijke verhaallijnen doorheen de cursus, de manier van studeren en informatie over het examen. Er wordt dieper ingegaan op moeilijkere onderdelen van de leerstof, op typische oefeningen en er worden vragen beantwoord die kunnen opduiken tijdens de zelfstudie. De clinics zijn een goed compromis tussen contactmomenten en lesopnames. Bij een voltijds programma hebben de studenten ongeveer twee clinic-sessies per week.

Voor werkstudenten met beroepservaring in de IT-wereld, is de stage minder nuttig. Momenteel worden de studenten die de nodige competenties reeds via hun werk verworven hebben, vrijgesteld voor de stage. Er zal onderzocht worden of er een alternatief programma zonder stage zou kunnen worden aangeboden. Voor wie instroomt vanuit de bachelor computerwetenschappen zou de stage in elk geval behouden blijven.

De opleidingsraad beschikt over een opleidingsmatrix. Met behulp van dit instrument worden de opleidingsonderdelen van de opleiding gekoppeld aan de opleidingsspecifieke leerresultaten, de werk- en de evaluatievormen.

de studenten worden aangemoedigd om de masterproef in een bedrijfscontext te maken

Evaluatiebeleid

De studenten worden aangemoedigd om de masterproef in een bedrijfscontext te maken. Ze kunnen de stage aan de masterproef koppelen; de stage dient dan als voorbereiding op de masterproef. De masterproef moet een onderzoekscomponent hebben. Dit moet duidelijk aangetoond worden in het voorstel (zowel voor masterproeven in samenwerking met een bedrijf, als voor studenten die een eigen voorstel formuleren, als voor voorstellen geformuleerd door docenten). Bovendien moet er naast een copromotor uit het bedrijf, steeds een VUB-promotor zijn. Sinds 2018 wordt een extra informatiemoment over de masterproef georganiseerd, om zeker te zijn dat alle studenten hierover goed geïnformeerd zijn.

Voor zowel de stage als de masterproef zijn richtlijnen en een beoordelingsformulier opgesteld. Ook heeft de opleidingsraad opleidingsspecifieke richtlijnen rond evalueren opgesteld.

docenten en assistenten zijn heel bereikbaar

Docenten

De studenten vinden de didactische kwaliteiten van de professoren en assistenten over het algemeen heel goed. Docenten en assistenten zijn ook heel bereikbaar.

De opleidingsraad plant, samen met de vakgroep, een beleid op te stellen voor de opvang van nieuwe docenten en assistenten. Sinds het najaar van 2015 moet het zelfstandig academisch personeel beantwoorden aan de vereisten die beschreven worden in de competentietoets.

er is een werkstudentencoördinator aangesteld als aanspreekpunt voor de werkstudenten

Voorzieningen en studiebegeleiding

De opleidingsraad heeft een beleid rond studiemateriaal uitgetekend met algemene richtlijnen over onder andere het gebruik van hand-outs, handboeken en Engelstalig studiemateriaal. Hierin wordt ook beschreven dat software (via de computerzalen) zoveel mogelijk ter beschikking gesteld moet worden van de studenten. Lesgevers kunnen ook verwijzen naar goed videomateriaal en informatie op websites, zodat de studenten kwaliteitsvolle bronnen leren kennen. Tot slot komen ook de kostprijs en beschikbaarheid van het materiaal voor het college aan bod in de beleidstekst. Er wordt naar gestreefd om voor werkstudenten zoveel mogelijk dezelfde richtlijnen te gebruiken als voor dagstudenten. Studiebegeleiding organiseert workshops waarin studenten leren omgaan met (een grote hoeveelheid) studiemateriaal. Werkstudenten krijgen hierover ook in de clinics meer uitleg. Verder legt de opleidingsraad de verantwoordelijkheid bij elke docent om goed studiemateriaal aan te bieden.

Er zijn verschillende initiatieven specifiek voor werkstudenten genomen. Naast de organisatie van clinic-sessies, is er een werkstudentencoördinator aangesteld als aanspreekpunt voor de werkstudenten en om het werkstudentenprogramma te coördineren. Bij aanvang van elk academiejaar wordt ook een infosessie voor de werkstudenten georganiseerd. De opleidingsraad tracht bovendien lesopnames van alle verplichte opleidingsonderdelen in het schakelprogramma beschikbaar te stellen voor de studenten.  

de opleidingsraad plant een onderzoek te doen naar nieuwe of bijkomende doelgroepen

Instroom

De instroom in de opleiding is beperkt. Er schrijven jaarlijks ongeveer 20 studenten in, met een piek in 2013-2014 van 28 studenten. Sinds 2014-2015 is een dalende trend waarneembaar. De opleiding is echter erg verweven met de Master of Science in de ingenieurswetenschappen: computerwetenschappen/Master of Science in Applied Sciences and Engineering: Computer Science en biedt slechts één eigen opleidingsonderdeel aan, dat bovendien als keuzeopleidingsonderdeel kan gekozen worden in de beide andere masters.

Studenten stromen vooral via het schakel- en voorbereidingsprogramma in. Er schrijven nog slechts weinig studenten in die aan de VUB een bachelor in de computerwetenschappen behaalden. Deze laatsten schrijven zich meestal in voor de master computerwetenschappen of Computer Sciences. De opleidingsraad stelt vast dat andere associaties slechts weinig studenten doorsturen naar de opleiding aan de VUB. Studenten leren de opleiding vooral via mond-aan-mond-reclame kennen waarbij de mogelijkheid om de opleiding in avondonderwijs te volgen een troef is. De opleidingsraad merkt dat wanneer er een paar studenten uit een bepaalde hogeschool de opleiding volgen, er het jaar nadien opnieuw studenten uit die school de weg naar de VUB vinden.

De opleidingsraad plant een analyse te maken van de daling van de huidige instroom en een onderzoek te doen naar nieuwe of bijkomende doelgroepen. De pistes van een model zoals dat van de Open Universiteit (een opleiding grotendeels gebaseerd op zelfstudie), een Engelstalige opleiding en een samenwerking met bedrijven zullen onderzocht worden.  Een mogelijk nieuwe doelgroep zijn leidinggevende informatici.

de opleidingsraad heeft verschillende acties ondernomen om het studierendement van de werkstudenten te verhogen

Studiesucces

De voorbije jaren schommelde het studierendement rond de 69%. Sinds 2014-2015 ligt het studierendement in lijn met het Vlaamse gemiddelde voor eenjarige opleidingen informatica en toegepaste informatica in Vlaanderen. Het ligt wel lager dan het VUB-gemiddelde voor masteropleidingen. Studenten doen ook langer over hun studies dan dat gemiddeld aan de VUB het geval is. De doorlooptijd lijdt onder het feit dat de opleiding hoofdzakelijk werkstudenten heeft, die hun opleidingsonderdelen over meerdere jaren spreiden om de studie combineerbaar te houden met werk en privéleven. De opleidingsraad heeft verschillende acties ondernomen om het studierendement van de werkstudenten te verhogen. Er werden bijvoorbeeld modeltrajecten voor de schakelstudenten en de master in toegepaste informatica opgemaakt zodat studenten kunnen zien op welke manier ze hun programma kunnen spreiden over 3, 3,5 of 4 jaar. De infosessie voor werkstudenten en de aanstelling van een werkstudentencoördinator maken ook deel uit van het plan om het studierendement van werkstudenten te verhogen.

afgestudeerden vinden gemakkelijk werk

Uitstroom, alumni en relatie met het werkveld

Aangezien informaticus een knelpuntberoep is, vinden afgestudeerden van de opleiding gemakkelijk werk. Op de facultaire website staan verschillende beroepsmogelijkheden beschreven (o.a. werken in een softwarebedrijf, maar ook op de informatica-afdeling van bedrijven waarvan de kerntaken zich niet in de informatica bevinden of een eigen zaak oprichten) waarbij duidelijk is dat informatici een waaier aan beroepsmogelijkheden hebben. Ook de typische benamingen voor universitair geschoolde informatici kunnen studenten op de website terugvinden. Een stage maakt deel uit van de verplichte opleidingsonderdelen in het programma. Vertegenwoordigers van het werkveld en alumni maken deel uit van de opleidingsraad; op deze manier zijn ze betrokken bij het onderwijs in de opleiding.

de opleidingsraad zet in op internationalisation@home

Internationalisering

Internationale uitwisselingen zijn moeilijk realiseerbaar in een eenjarige masteropleiding met een grote groep werkstudenten. De opleidingsraad zet echter wel in op internationalisation@home en heeft in het academiejaar 2017-2018 hiervoor een plan van aanpak ontwikkeld. Hierin wordt vooral gefocust op het verwerven van taalvaardigheid (Engels) en het verwerven van interculturele competenties, aangezien dat de competenties zijn die studenten later het meest nodig zullen hebben als informaticus.

de opleidingsraad gebruikt diverse kanalen om te communiceren naar de werkstudenten

Communicatie

De opleidingsraad gebruikt, naast communicatie naar alle studenten, diverse kanalen om te communiceren naar de werkstudenten. Zo kan er op het leerplatform binnen cursussen gericht gecommuniceerd worden naar werkstudenten. De opleidingsraad organiseert ook extra informatiemomenten om studenten te informeren over de masterproef en de stage. Voor de werkstudenten is er een apart informatiemoment voorzien.

de opleidingsraad toont een duidelijk engagement voor continue kwaliteitszorg

Werking opleidingsraad

De opleidingsraad bevordert en bewaakt de kwaliteit van de opleiding. De opleidingsraad tekent de visie uit en formuleert onder meer voorstellen over de inhoud, de vorm, de samenhang en de studeerbaarheid van de programma’s. De opleidingsraad master in de toegepaste informatica bestaat uit docenten, assistenten, de coördinator werkstudenten en een vertegenwoordiging van alumni, het werkveld en de studenten, naast enkele leden met raadgevende stem, zoals de studiebegeleider en de kwaliteitszorgmedewerker. De opleidingsraad toont een duidelijk engagement voor continue kwaliteitszorg en komt geregeld samen.

 

---------------------------------------------------

Dit rapport is gebaseerd op de resultaten van een kwaliteitsbeoordeling, die plaatsvond op 1 maart 2017.  Hierbij waren vertegenwoordigers van de opleidingsraad aanwezig, inclusief studenten, naast interne en externe peers en experten.

Tekst goedgekeurd door de Academische Raad op 18 februari 2019.