Reproductie, genetica en regeneratieve geneeskunde

Onderzoekers van de VUB-cluster Reproductie, Genetica en Regeneratieve Geneeskunde onderzoeken een brede waaier van onderwerpen rond reproductie, genetica en het onderzoek en gebruik van stamcellen voor therapie. Voorbeelden hiervan zijn (behandeling van) infertiliteit bij mannen en vrouwen, genetische afwijkingen bij IVF-embryo’s, genetische aandoeningen die leiden tot hartfalen of hersenafwijkingen, embryonale stamcellen en geïnduceerde stamcellen en hun gebruik bij stemceltherapie, onder meer voor de behandeling van mannelijke infertiliteit.

De onderzoekscluster Reproductie, Genetica en Regeneratieve Geneeskunde (RGRG) is gelinkt aan het Centrum Medische Genetica, het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde en het kinderziekenhuis van het UZ Brussel en bestaat uit verschillende onderzoeksgroepen die elk hun eigen focus hebben. Twee grote gemene delers daarbij zijn genetica en reproductie. Onderzoekers zoeken naar genen die leiden tot onvruchtbaarheid of kinderen met fysieke en mentale afwijkingen en screenen embryo’s op erfelijke aandoeningen die voorkomen bij één of beide ouders en die ouders niet door willen geven aan hun kinderen.

Daarnaast worden Medisch Begeleide Voortplanting of MBV-technieken gebruikt om zwangerschap te bekomen op (deels) artificiële wijze. Het bekendste voorbeeld hiervan is IVF (in vitro fertilisatie), waarbij men ei- en zaadcellen samenbrengt buiten het lichaam. Soms kan een zaadcel een eicel echter niet doordringen en bevruchten. Met ICSI (intracytoplasmic sperm injection) wordt dan via een pipet een zaadcel in de eicel geprikt. Ondertussen werden al veel kinderen na ICSI geboren en worden hun ontwikkeling en vruchtbaarheid strikt opgevolgd. Ten slotte is er IVM (in vitro maturatie), een alternatief voor vrouwen die overreageren op IVF-hormonen. Bij IVM worden immature eicellen uit de eierstok genomen om in vitro te rijpen, wat gewoonlijk in het lichaam gebeurt. Omdat IVM zo recent is, wordt er nog veel onderzoek naar gedaan en worden IVM-kinderen nauwgezet opgevolgd.

REGE (reproductie en genetica) focust ook op genetisch onderzoek in het embryo en op stamcelonderzoek. Die cellen die in het begin van alle leven een embryo vormen, groeien uit tot ons volledige lichaam en kunnen dus tot om het even wat differentiëren, wat heel belangrijk is in de geneeskunde. REGE-onderzoekers hebben zelf embryonale stamcellen gemaakt, waarvan sommige bepaalde genetische defecten in zich dragen, die willen ze zo verder bestuderen. Daarnaast onderzoeken ze mitochondriale afwijkingen: afwijkingen waardoor kinderen er zowel neurologisch als fysiek heel slecht aan toe zijn. Ten slotte zijn ze in zee gegaan met Prof. Brugada voor het onderzoek naar hartfalen veroorzaakt door genetische aandoeningen, zoals het syndroom vernoemd naar Prof. Brugada zelf.

BITE (biologie van de testis) ontwikkelt voornamelijk strategieën om onvruchtbaarheid te voorkomen bij jongens die nog niet in de puberteit zijn. Bepaalde genetische defecten of kankerbehandelingen leiden tot onvruchtbaarheid bij mannen. Terwijl volwassen mannen hun spermacellen kunnen invriezen vóór een chemo- of bestralingskuur, kan dat nog niet bij jongetjes omdat zij nog geen mature zaadcellen hebben. Daarom zoekt BITE methodes om die vruchtbaarheid te bewaren, vooral door het testiculair weefsel in te vriezen. Na genezing kan dat opnieuw ingeplant worden en moet een speciale kweekomgeving ervoor zorgen dat de zaadcellen uitgroeien.

FOBI (Follikelbiologie - follikel is het geheel van de eicel en de omringende cellagen) focust op het ontwerp en de validering van nieuwe cultuur systemen voor eicelfollikels en onrijpe eicellen. FOBI hoopt praktische en toepasbare strategieën te ontwikkelen voor vruchtbaarheidsklinieken. Zo hebben ze de in vitro maturatie of IVM-techniek uitgewerkt en doen ze daar nog veel preklinisch onderzoek op.

REIM (Reproductive Immunology and Implantation) bestudeert de verschillende aspecten van implantatie van een menselijk embryo en meer specifiek de interactie tussen baarmoederslijmvlies en het embryo die leidt tot succesvolle implantatie in natuurlijke en gestimuleerde cycli voor MBV. Wanneer een embryo bv. slecht kan inplanten in de baarmoeder gaat REIM na of er een immunologische oorzaak is. Soms is de omgeving in de baarmoeder niet geschikt om een bevruchte eicel te laten inplanten, wat te wijten kan zijn aan het immuunsysteem.

NEGE (Neurogenetica) focust ten slotte op mitochondriale afwijkingen maar ook op misvormingen van corticale ontwikkeling (MCD): genetische defecten waardoor hersenen niet goed ontwikkelen en kinderen zorgen nodig hebben. Bij de meerderheid van patiënten met MCD is de exacte oorzaak van hun afwijking nog onbekend. NEGE onderzoekt welk gen tot MCD leidt en adviseert ouders erover.

Prof. dr. Karen Sermon
Laarbeeklaan 101, 1090 Brussel
02/477.46.35
karen.sermon@uzbrussel.be
http://emge.vub.ac.be/

Onderzoek aan de VUB

Zoek hier projecten, publicaties, onderzoekers, teams,...