logo

U bent hier

Een op vijf congenitale CMV-infecties leidt tot gehoorverlies

Uit onderzoek van dr. Ina Foulon van de Vrije Universiteit Brussel blijkt dat congenitale CMV-infectie verantwoordelijk is voor maar liefst 36 procent van alle aangeboren bilaterale slechthorendheid en doofheid. Tien procent komt in aanmerking voor revalidatie. Het is dan ook erg belangrijk om deze gevallen meteen na de geboorte te herkennen, zodat de kinderen snel en doeltreffend kunnen behandeld worden.

Infectie met het cytomegalovirus (CMV) tijdens de zwangerschap is de meest voorkomende foetale infectie. Na genetische aandoeningen is het ook de belangrijkste oorzaak van gehoorverlies bij kinderen.

Over de incidentie van het virus was totnogtoe weinig geweten. Daarom heeft de dienst Keel-, neus- en oorheelkunde van de Vrije Universiteit in samenwerking met de diensten Neonatologie, Verloskunde en Microbiologie in 1997 een prospectieve studie opgestart. Gedurende tien jaar werden meer dan 14.000 pasgeborenen in het UZ Brussel getest op cCMV-infectie. De diagnose werd gesteld in 0,53 procent van alle pasgeborenen. Bij 43,3 procent van hen was er sprake van een primaire infectie tijdens de zwangerschap; bij 23,3 procent was er een recurrente infectie en in 33,3 procent van de gevallen kon het type maternale infectie niet worden bepaald.

Al deze kinderen met cCMV-infectie werden gedurende hun eerste vijf levensjaren geregeld getest op gehoorverlies. In totaal bleek 22 procent van hen een vorm van gehoorverlies te hebben, variërend van mild tot ernstig. Een klein derde hiervan leed aan unilateraal sensorineuraal gehoorverlies; bij twee derden was het gehoorverlies bilateraal. In de onderzochte populatie bleek cCMV-infectie verantwoordelijk voor maar liefst 36 procent van alle gevallen van bilaterale slechthorendheid en doofheid (>40 dB). Het onderzoek toonde ook aan dat de kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap een primo-infectie meemaakten een groter risico lopen op gehoorverlies dan wanneer het gaat om een recurrente infectie. Ook het moment van infectie is van belang: zo blijkt dat het risico op gehoorverlies bij infectie in het tweede of derde trimester van de zwangerschap significant lager ligt dan tijdens het eerste trimester. Ook de ernst van het gehoorverlies neemt toe naarmate de infectie vroeger in de zwangerschap plaatsvindt.

Van alle kinderen met een cCMV-infectie kwam 10 procent in aanmerking voor revalidatie van het gehoor. Dankzij het onderzoek kunnen pasgeborenen die een verhoogd risico op gehoorverlies lopen beter geselecteerd worden. Door een intensieve opvolging en eventueel een antivirale therapie kunnen gehoorgestoorde kinderen beter integreren.

Referenties

1. Incidence of sensorineural hearing loss in children with congenital cmv-infection, a 10-year prospective study. Foulon I., Naessens A, Foulon W., Casteels A., Gordts F. J of Pediatrics. 2008; 153(1):84-8.

2. Hearing loss in children with a congenital cytomegalovirus infection related to the gestational age at which the maternal primary infection occurred. Foulon I., Naessens A, Foulon W., Casteels A., Gordts F. Pediatrics. 2008 Dec; 122(6):e1123-7.

Meer informatie

Dr. Ina Foulon
Tel: 02-477 6002
Ina.foulon@uzbrussel.be

Perscontacten

Contacteer de perscontacten van de VUB

Mocht u er niet in slagen de gewenste contactpersoon te vinden, dan kunt u altijd contact opnemen met de persrelaties:
+(32) 473/96 41 37 
sicco.wittermans@vub.ac.be