logo

U bent hier

Jongens ongewild strenger benaderd in klas

Omgaan met diversiteit in de klas: makkelijker gezegd dan gedaan

Leerkrachten hebben doorgaans een sterk rechtvaardigheidsgevoel: ze willen al hun leerlingen gelijkwaardig behandelen. Toch is het zelfs voor de rechtvaardigen zeer moeilijk om te ontsnappen aan de stereotype beeldvorming in onze maatschappij. Onbewust zijn ze strenger voor jongens dan voor meisjes in het middelbaar onderwijs. Al geldt dat niet voor alle jongens en meisjes: zo blijven jongens met ouders van hogere beroepsstatus makkelijker onbestraft voor hun storend gedrag dan andere jongens. Dat blijkt uit onderzoek van onderwijskundige Els Consuegra aan de Vrije Universiteit Brussel, waar zij op dit onderwerp promoveert.  Ze gebruikte hiervoor verschillende onderzoeksmethodes, waaronder camera’s in de klas die de wisselwerking tussen leerkrachten en leerlingen vastlegden.
 
Met de dissertatie Gendered teacher-student classroom interactions in secondary education: perception, reality and professionalism onderzocht Els Consuegra of interacties tussen leerkracht en leerling verschillen voor leerlingen met een verschillend achtergrondprofiel en hoe dit de schoolprestaties beïnvloedt. Met behulp van camera’s werd de interactie in de klas geanalyseerd en leerkrachten kregen ook de kans om de opnames van hun eigen les te herbekijken en becommentariëren. Uit de studie blijkt dat leerkrachten onbewust en ongewild bijna drie maal zoveel aandacht hebben voor het negatieve gedrag en de negatieve eigenschappen van jongens dan van meisjes. Uit de analyses van de gedragspatronen van 180 leerlingen blijkt bovendien dat jongens inderdaad meer negatieve feedback krijgen van hun leerkrachten dan meisjes. Ook blijkt dat jongens zich minder gelijkwaardig behandeld voelen door leerkrachten dan meisjes.

 De negatieve feedback is deels terecht want jongens blijken ook inderdaad meer te roepen en minder op te letten in de klas dan meisjes. Maar het storend gedrag van jongens verklaart nog niet alle negatieve interacties tussen leerkrachten en jongens. Meisjes en jongens praten even vaak in de klas, en jongens krijgen hiervoor berispingen, maar meisjes niet. Verder valt ook op dat het vooral de jongens met ouders van hogere beroepsstatus zijn die het minst opletten en die hiermee lijken weg te komen zonder opmerkingen van de leerkracht. Meisjes participeren in het algemeen meer in de klasgesprekken, maar dat geldt niet voor meisjes die thuis geen Nederlands spreken met hun ouders. Zij steken het minst hun hand op en krijgen het minst vragen van de leerkracht of het minst de beurt om te spreken. Kansen om te spreken in de klas zijn echter voor deze groep leerlingen van cruciaal belang om de taalvaardigheid te verbeteren.
 
Het Vlaamse onderwijs behoort tot de wereldtop voor lezen, wiskunde en wetenschappen. Verschillende studies tonen aan dat een aantal groepen achterlopen, zoals sociaaleconomisch achtergestelde leerlingen of leerlingen met een migratieachtergrond. Ook jongens vallen onder deze achterstandsgroepen. Meer jongens verlaten de school vroegtijdig of blijven zitten. Zelfs wanneer gestandaardiseerde tests op gelijke bekwaamheden wijzen, dan nog zijn de schoolresultaten opmerkelijk verschillend. Dit heeft natuurlijk een grote invloed op het vervolgonderwijs en op carrièrekeuzes.
 
Het onderzoek levert geen eenvoudige tips & tricks op voor leerkrachten over hoe om te gaan met leerlingen van diverse achtergronden. Een experimenteel nascholingstraject voor leerkrachten dat in het onderzoek werd geëvalueerd was geen onverdeeld succes: leerkrachten slaagden er in om hun feedback aan leerlingen gelijkwaardiger te maken, maar bijvoorbeeld meisjes die het gewend waren om met veel ongewenst gedrag weg te komen, leken zich te verzetten tegen de gelijkwaardigheid van behandeling door meer wangedrag te gaan stellen.
Het onderzoek adviseert dat toekomstige nascholingstrajecten over hoe om te gaan met diversiteit uitgebreider stilstaan bij de actieve rol die leerlingen zelf spelen in klasinteracties. Leerkrachten moeten meer kansen krijgen om bij hun eigen lesprakijk stil te staan en scholen moeten de tijd krijgen om te onderzoeken hoe leerlingen reageren op veranderingen in de lespraktijk.  
 
Els Consuegra
Els Consuegra is in 1988 geboren in Leuven. Ze studeerde in 2011 af als onderwijskundige aan de Vrije Universiteit Brussel en behaalde vorige week haar doctoraat in de Pedagogische wetenschappen aan dezelfde universiteit.
 

Perscontacten

Contacteer de perscontacten van de VUB

Mocht u er niet in slagen de gewenste contactpersoon te vinden, dan kunt u altijd contact opnemen met de persrelaties:
+(32) 473/96 41 37 
sicco.wittermans@vub.ac.be